1

3 0 0
                                        

'Ja kom op! Kom gewoon mee het wordt gezellig' hoor ik Kiki lachen zeggen. Ik kijk Nancy aan die me smekend aan kijkt. Ik zucht en knik. 'Love you Dove' zegt Kiki en knuffelt me. Ik rol me mijn ogen. Ik ben niet bepaald van shoppen maar Kiki en Nancy helemaal. Maar hun hebben ook veel geld en zijn gewoon stinkend rijk. Terwijl ik met Kiki en Nancy naar de centrum van Dedanvo loop bekijk ik Kiki en Nancy. Kiki is iemand die niet snel opgeeft en heel veel jongens aan trekt met haar lange krullende blonde haren. Ze heeft ook van die mooie donker blauwe ogen. Nancy is anders. Ze leert goed maar is geen stuud, ze haat jongens. Ze heeft bruine stijlen haren die se nog vorige week tot haar schouder afknipte, ze heeft ook grote bruine ogen wat ik schattig in haar vind. En ik....Ik leer niet goed en ik zie geen toekomst voor mij. Ik trek geen jongens aan ben anders dan andere. Met mijn blonde, eigenlijk witte haren die altijd in een knot zitten waardoor je mijn afschuwelijke fel groene ogen ziet. Ik zucht.
'Au! Let eens op jij!' zegt Kiki bijna schreeuwend. 'Sorry' antwoord ik. Kiki knikt alleen.
Als we uit de winkel centrum lopen heb ik ee volle tas met kleren en starbuck in mijn hand. Kikki heeft twee volle tassen en Nancy een zoals ik. Ik en Nancy lijken het meest op elkaar. Kiki neem altijd wel de leiding enzo maar dat vinden we nooit erg. We zijn al vriendinnen sinds de zandbak, bij deze gedachte moet ik lachen. 'Ik heb geen zin om te lopen, zullen we met de taxi bus gaan' vraagt Nancy klagend. Ik knik en kijk Kiki aan die een hekel aan bussen heeft, maar deze keer knikt ze ook. Ik zie aan haar dat ze moe is.
Als we in de bus zitten volg ik niet echt de discussie tussen Kiki en Nancy maar luister naar de radio.

Vandaag werd een jongetje in het ziekenhuis Bandorlo opgevangen. De moeder kwam schreeuwend het ziekenhuis binnen en met haar zoontje in haar armen.
Het jongetje heeft volgens de doktoren een onbekende ziekte.
'Hij verandert van zijn uiterlijk en wordt steeds agressiever' vertelt de doktor Max.

Een onbekende ziekte? Denk ik na. Ik grinnik, die doktoren van onze ziekenhuis kunnen ook niks. Dadelijk gaan ze nog zeggen dat ie in een zombie veranderdt. Ik rol met mijn ogen.
De bus stopt en we stappen uit. Ik moet rechts en Nancy en Kiki link.
Ik zeg gedag en begin te lopen richting mijn huis.
Terwijl ik loop kijk ik naar mijn voeten en tel kinderachtig de stappen.
'Boe!' hoor ik opeens. Ik schrik en draai me met een ruk om. 'Ben je gek! Ik kreeg bijna een hartaanval!' zeg ik en geef hem een kus. Ik glimlach. 'Dat weet ik schat' antwoordt Tim. Wij zijn beste vrienden sinds de brugklas en een stel sinds een jaartje. Ik pak zijn hand en samen lopen we naar mijn huis. 'Heb je al de nieuws gehoord over die jongetje?' vraagt hij opeens. Ik knik. 'Echt onzin' zegt hij. Ik knik hevig. We zijn bij mij huis. Stenen huis met een stenen pad en een paar rode bloemen. 'Ik ga, tot morgen op school' zegt Tim en geeft me een kus op mijn voorhoofd. Ik glimlach en zwaai naar hem.
Ik open de deur en zie mijn vader aan de eettafel zitten. 'Heey, is er iets papa?' vraag ik hem bezorgd. Hij kijkt me aan met een vermoeiende blik aan en wijst naar de stoel dat ik moet gaan zitten. Ik trek mijn jas uit en kijk hen vragend aan. 'Ja?' vraag ik dan maar. 'Je...je moeder..' zegt hij en verder komt hij niet. Ik kijk rond. 'Waar is mama?, wat is er met mama!' schreeuw ik. Ik krijg tranen in mijn ogen. 'Je moeder ligt in het ziekenhuis..Ze hebben haar mee genomen, volgens heeft ze een onbekende ziekte' zegt mijn vader en ook bij hem ziek een traan ontsnappen. 'Nee! Nee dat kan niet!' schreeuw ik uit en beging te huilen. Ik denk na en nog eens. Zou het dezelfde ziekte zij zoals bij dat jongetje? Nee dat kan niet. Ik ga tegen een muur zitten en begin te huilen. Ik kijk naar mijn vader die hetzelfde voelt. 'Maar....maar we mogen haar bezoeken?' vraag ik langzaam. Mijn vader kijkt op en zijn hoofd gaat weer omlaag. Dus niet. Ik huil en huil. Zo blijf ik een paar minuten met hoofd hangen tot dat er op de deur geklopt wordt. Ik wil naaf de deur lopen maar mijn vader houdt me tegen. Mijn vader loopt naar deur en ik blijf in de keuken. Hij opent de deur en ik kijk van een hoekje stiekem wat er gezegd wordt.
Ik zie mannen in zwarte pakken, een is in een gele pak.
'Is Dove Lewis er?' vraagt de voorste man en haalt een foto van mij uit zijn jas.
Ik schrik en ren snel naar mijn kamer.
Dit kan niet waar zijn!

Has llegado al final de las partes publicadas.

⏰ Última actualización: Jan 17, 2016 ⏰

¡Añade esta historia a tu biblioteca para recibir notificaciones sobre nuevas partes!

AroraDonde viven las historias. Descúbrelo ahora