Hoofdstuk 6. Gilan (af)

242 9 0
                                        

Anastacia, Pim, Marcel en Raphael stopten meteen met lachen toen ze Sterre zagen staan aan de andere kant van de open plek. Raphael bedacht zich geen moment – de twee jongens hadden Sterre al wel opgemerkt, maar ze hadden haar nog niet te pakken.

"Sterre! Rennen!" Schreeuwde hij zo hard als hij kon. Sterre keek verdrietig in hun richting en keek toen weer naar haar hand. Raphael snapte niet waarom Sterre überhaupt was opgestaan en zich bekend had gemaakt aan Arnaut en Will.

Toen begon de boom, waar Sterre ogenschijnlijk tegenaan had geleund, te bewegen. Het bleek een jongenman van ergens in de dertig te zijn, die haar zo hard naar het midden van de open plek trok dat ze bijna struikelde. Pim merkte dat hij dezelfde camouflagemantel om had als Will.

"Gilan!" Riep Will blij. Het was duidelijk dat hij en de andere man elkaar kenden.

Toen viel Wills blik op Sterre, die zich tevergeefs probeerde los te rukken uit de ijzeren greep van Gilan.

"Was er nog iemand dan?" Vroeg hij tamelijk overbodig. Gilan knikte boos en Will boog zijn hoofd. Hij was veel te overmoedig geweest.

"Ze was trouwens best goed," zei Gilan met een blik richting Sterre. Will keek hem niet-begrijpend aan.

"Best goed waarin?" Hij had geen idee waar Gilan op doelde. Hij zag dat ook het meisje verbaasd naar Gilan keek.

Gilan haalde zijn schouders op.

"Als je alleen naar haar vaardigheden zou kijken, zou je kunnen zeggen dat ze een leerling-Jager is." Sterre zag dat Will haar met open mond aan keek, net zoals Arnaut. Gilan had die blik ook opgemerkt en grinnikte. "Dacht je echt dat Jagers alleen maar mannen zijn?"

"Maar er zijn nu toch alleen maar mannelijke Jagers?" zei Will ter verdediging.

Gilan knikte, dat was niet onwaar.

"Dat klopt, maar dat betekent niet dat vrouwen geen Jager kunnen worden. Je moest haar maar eens wat helpen, ik weet zeker dat ze het ver zou schoppen." Ondertussen liet hij zijn blik door het hele kamp glijden, totdat hij de andere vier gevangenen opmerkte. Hij zag dat ze met ingehouden adem naar hen zaten te kijken en probeerde een grijns te onderdrukken. "Laat hen ook maar vrij."

"Maar Halt zei dat we ze gevan..." begon Will, maar Gilan snoerde hem met een opgestoken hand de mond.

"Halt heeft het fout deze keer, wat mij betreft. Het is duidelijk dat deze kinderen geen Scoti-spionnen zijn. Die zouden zich heel anders kleden en er bovendien zouden ze niet zou goed Aralueens spreken. Trouwens, ik heb ze net al even afgeluisterd en zelfs buiten gehoorsafstand van jullie spreken ze met geen woord over de Scoti. Wat ik trouwens wel opving, was dat er nog een meisje genaamd Sterre rond moest lopen. Dus ik dacht ik help jullie even."

Will stond nog met open mond te kijken terwijl Arnaut intussen de boeien van de andere vier Anubisbewoners losmaakte.

"Maar wat doe je hier dan?Moet je de baron van Wetborg niet helpen met het leger enzo?" Gilan schuddezijn hoofd. "Wetborg was als een van de eersten klaar met het mobiliserenen ik ging even op bezoek bij Halt en jou. Toevallig hoorde ik dat blonde meisje daar een paar luide termen – die ik maar even niet zal herhalen – gebruiken en zo stuitte ik op jullie."

De boeien waren inmiddels los en Raphael, Marcel, Pim en Anastacia wreven over hun pijnlijke handen en enkels. Gilan had inmiddels ook Sterres hand losgelaten. Ze ging snel bij haar huisgenoten staan, daar voelde ze zich veel veiliger. Pim ging naast haar staan en pakte haar hand. Ze keek naar hem op en zag dat hij glimlachte. Hij gaf een zacht kneepje in haar hand, maar dat ene kneepje gaf Sterre een veiliger gevoel dan duizend woorden.

Anubis: de vijf in AraluenWhere stories live. Discover now