Ik heb geleerd dat stilte niet altijd relaxed is. Meestal is het gewoon het moment waarop je je adem inhoudt en wacht tot de volgende klap valt. Het moment waarop je hoopt dat niemand merkt hoe zenuwachtig je eigenlijk bent.
Hier op de campus van Vanmore University is het nergens stil.
Het harde geluid van de plastic wielen van mijn koffer op de stenen tegels maakt me nu al gek. Elke trilling voel ik in mijn hand, en het trekt door naar mijn schouder tot het pijn doet. Ik klem mijn vingers zo strak om het handvat dat mijn knokkels wit worden. Mijn hand is klam. Dat komt niet door de zon, ook al is het in september hier in Amerika een stuk warmer en benauwder dan de wind die ik thuis in Engeland gewend ben. Het is pure stress. Het voelt als een dikke brok in mijn keel.
De gebouwen om me heen zijn enorm. Oud, donker steen gecombineerd met koud glas en staal. Het voelt alsof ze op me neerkijken, alsof ze me willen laten zien hoe klein ik ben.
Drie jaar, zeg ik in mezelf. Ik hou mijn ogen strak op de grond gericht, net een meter voor mijn voeten. Drie jaar fysiotherapie studeren. Je boeken inkijken, je diploma halen en weer weggaan. Niemand hoeft je naam te kennen. Niemand hoeft te weten wie je bent.
Er loopt een groepje studenten voorbij. Ze lachen hard en praten druk. Ze dragen bordeauxrode jassen met het gouden logo van de universiteit. Ze lopen hier rond alsof de hele campus van hen is. Automatisch stap ik een halve meter opzij, het gras op, om hen de ruimte te geven.
Ik trek mijn schouders omhoog en kruip dieper in mijn grijze trui. Hij is drie maten te groot en de mouwen vallen helemaal over mijn handen. Het is mijn schild. Mijn veilige plek. Zolang niemand kan zien hoe mijn lichaam eruitziet, ben ik er niet echt. Mijn stijle donkerbruine haren hangen in slierten langs mijn gezicht. Zolang ik onzichtbaar ben, kan er niks gebeuren.
Het studentenhuis aan de rand van de campus ziet er saai uit. Binnen ruikt het naar een sterke mix van schoonmaakmiddel en het muffe tapijt waar al jaren honderden studenten overheen hebben gelopen. De tl-buizen aan het plafond zoemen zacht.
Derde verdieping. Kamer 3C.
Mijn hand trilt een beetje als ik de sleutel in het slot steek. De deur gaat zwaar open. Ik stap de kamer binnen die de komende tijd mijn hele wereld moet worden. Het is klein. Twee simpele houten bedden, twee bureaus met goedkope lak en een raam dat uitkijkt op een saaie binnenplaats.
Op het linkerbed ligt een gigantische, felroze koffer. Hij staat wagenwijd open. Kleding met glitters, korte topjes en een heleboel parfumflesjes liggen slordig overal op het matras.
Mijn maag draait om. Een kamergenoot. Natuurlijk. Vanmore heeft geen eenpersoonskamers voor eerstejaars. De hoop dat ik deze plek lekker voor mezelf zou hebben, is meteen weg.
Ik loop naar het lege bed aan de rechterkant, zet mijn koffer neer en begin mijn spullen uit te pakken. Ik neem er alle tijd voor. Elk shirt wordt strak opgevouwen. Elke spijkerbroek leg ik op precies dezelfde manier neer. Het is mijn manier om rustig te worden in een situatie waar ik eigenlijk helemaal geen controle over heb.
Helemaal onderop mijn koffer ligt een klein, houten fotolijstje. Mijn vingers blijven even op het glas rusten. De foto is oud en de randjes zijn een beetje geel. Een vrouw met zachte, groene ogen en dezelfde donkere haren als ik kijkt glimlachend in de camera. Mama. Dit was van vóór ze zo ziek werd. Vóór de stilte in ons oude huis veranderde in iets engs.
Ineens slaat de deur achter me met een harde klap open. Ik schrik me kapot, spring overeind en mijn hart bonst meteen in mijn keel. Mijn adem stokt.
"Oh mijn god, sorry! Ik wist niet dat je er al was!"
JE LEEST
Gebouwd op Afstand | Vanmore University #1
RomanceVanmore University is geen plek waar je zomaar opgaat in de massa. Het is een wereld met regels, hiërarchie en mensen die precies weten waar ze staan. En ergens bovenaan staat hij. Daxen Harris. Quarterback. Campuslegende. En iemand met één regel di...
