01 | Het begin

207 9 12
                                        

POV Matthy:
De bus gleed langzaam het dorpje binnen, en buiten zag ik de bergtoppen glinsteren in de laatste zonnestralen. Alles voelde vreemd, alsof ik in een ander leven was beland. Een schoolreis, zes dagen sneeuw, skiën... en natuurlijk, Koen. Hij zat een paar stoelen voor me, armen wijd, grijnzend alsof hij de koning van de wereld was. ''Hé, kijk eens hoe ver ik kan gooien zonder dat iemand het merkt!'' riep hij terwijl hij een plastic beker richting een paar klasgenoten mikte. De beker miste, maar zijn gelach vulde de bus. Ik sloeg een hand voor mijn gezicht en zuchtte diep. Waarom zat ik in dezelfde vriendengroep als deze jongen? Alles aan hem irriteerde me: zijn stem, zijn grijns, de manier waarop hij overal de aandacht opeiste.

Milo, Robbie, Raoul en Rutger zaten verderop, vrolijk met elkaar pratend, compleet onbewogen door Koens theatrale acties. Ik voelde me een beetje gevangen tussen hun stoere chaos en mijn eigen stilte. Af en toe voelde ik zijn blik op me branden, en mijn maag maakte een sprongetje dat ik snel probeerde te negeren. Het was alsof hij probeerde me te lezen, maar ik liet niets zien.

Toen stopte de bus voor het skiresort. Een windvlaag blies sneeuw tegen de ramen, en de lichten van het resort glinsterden op de witte daken. Iedereen sprong op, sleepte koffers achter zich aan, riep en lachte. ''Kom op, jullie moeten eerst bij de ingang verzamelen voor de kamer indeling!'' riep onze leraar. Koen draaide zich half om, smakte zijn tas nonchalant op de grond en riep: ''Aha, eindelijk, tijd om de beste kamer te claimen!'' Ik trok mijn jas dichter om me heen en zuchtte. Dit zou een lange dag worden.

In de aula stonden we allemaal bij elkaar. De leraar begon: ''Oké, luister allemaal goed. De kamers zijn ingedeeld. De meeste kamers zijn voor vier personen, maar er is één kamer voor twee personen. Het is niet ideaal, maar we hebben het maximale uit de beschikbare kamers gehaald.''

Ik voelde hoe mijn hart iets sneller klopte. Eén kamer voor twee? Dat betekende... en ja, daar kwam het: Koen en ik moesten samen. Mijn maag draaide zich om. Ik hield niet van hem, helemaal niet, en het idee om zes dagen opgesloten te zitten met die arrogante jongen... verschrikkelijk.

Toen onze namen werden genoem; Milo, Robbie, Raoul en Rutger voor de vierpersoonskamer, en Koen en ik voor de tweepersoonskamer, voelde ik een koude rilling over mijn rug lopen. Hij keek naar me met dat grijnzende gezicht dat me altijd irriteerde. ''Maak je niet zo druk,'' zei hij, half plagerig, half serieus. ''Ik zal mijn best doen om aardig te zijn voor je, autistje!'' ''Fijn,'' mompelde ik terwijl ik mijn tas neerzette en probeerde mijn irritatie te verbergen. Mijn handen trilden een beetje, door kou, door zenuwen, door hem? Ik weet het niet eens precies.

Milo en de anderen begonnen al rumoerig over de gang te rennen, ramen te openen, sneeuw buiten te gooien. Koen leunde achterover en trok een gezicht alsof hij de wereld bezat. Ik rolde met mijn ogen. Alles aan hem was zo overdreven, zo... aanwezig. Maar ergens diep vanbinnen voelde ik iets dat ik niet wilde voelen: nieuwsgierigheid.

Ik trok mijn jas recht en keek naar de kamer die onze thuisbasis voor zes dagen zou worden. Het was klein, te klein. Maar ik had geen keuze. 

De deur van onze kamer klikte dicht achter ons, en meteen voelde ik hoe klein en krap het was. Twee bedden, een kleine kast, een venster met uitzicht op een met sneeuw bedekte binnenplaats. Koen liet zijn tas op het ene bed vallen alsof hij een trofee neerzette. ''Niet slecht, hè?'' zei hij met een grijns die ik het liefst zou hebben genegeerd. Ik zette mijn tas voorzichtig op de grond en probeerde niets te laten merken van mijn irritatie.

''Het is... prima,'' mompelde ik terwijl ik mijn jas uittrok. Natuurlijk had ik niet echt zin om hier te praten, maar Koen leek al van plan alles te claimen. Hij plofte op zijn bed, sloeg een arm over de rugleuning en draaide zich langzaam naar me toe, alsof hij wilde zien hoe ik zou reageren.

''Je hoeft je niet zo serieus te gedragen,'' zei hij. ''We gaan toch gewoon zes dagen overleven?'' Ik beet op mijn lip. ''Dat dacht ik al, maar blijkbaar met jou als kamergenoot,'' zei ik koel, terwijl ik probeerde mijn stem niet te laten trillen van ergernis. Koen grinnikte. ''Kom op, relax een beetje. Je bent te stil, dat is pas irritant.'' ''Ik ben gewoon rustig, dat is alles,'' zei ik, mijn handen in mijn zakken verstopt. ''En jij... jij bent gewoon te veel.''

Hij grijnsde nog breder. ''Te veel? Nah, ik noem het... interessant.'' Zijn ogen glinsterden, en ik wilde wegkijken, maar ik merkte dat ik dat niet deed. Ik wilde niet toegeven dat het me eigenlijk op de een of andere manier... prikkelde.

We stonden daar een paar ongemakkelijke seconden tegenover elkaar, en buiten hoorde ik de andere jongens door de gang rennen, lachen en sneeuw naar elkaar gooien. Milo riep iets over wie er de eerste sneeuwballenwedstrijd zou winnen, en Koen stootte me licht aan met zijn elleboog. ''Kom op, doe niet zo saai,'' zei hij plagend.

''Ik doe niet saai!'' beet ik terug, terwijl ik een stap achteruit deed om zijn stoot te ontwijken. Mijn hart klopte sneller dan normaal, en ik voelde een vreemde mix van irritatie en iets anders, iets dat ik niet helemaal wilde herkennen. Koen keek me aan, nog steeds grijnzend, en zei toen zachtjes: ''Je bent grappig als je boos wordt.''

Ik slikte. Niet dat ik dat hardop zou zeggen, natuurlijk. In plaats daarvan draaide ik me om naar het raam en keek naar de sneeuw buiten, hoopend dat mijn gezicht rustig genoeg leek.

Maar Koen bleef daar zitten, zijn ogen op mij gericht, en ik wist dat dit zes dagen lang zo zou doorgaan. Zes dagen opgesloten in een kamer met een jongen die ik niet kon uitstaan... en misschien stiekem iets meer voelde dan ik wilde toegeven.

~1012 woorden~

Uh ja, weer een nieuw boek? Ik ga hier echt niet vaak iets posten maar ja.. ik had dit al staan en dacht 'ik gooi het gwn ff online' Veel lees plezier <3

Winterhart // Koetthy fanfictionHistorias para obsesionarse. Descúbrelo ahora