P.O.V Jake
Takken en bladeren krassen langs onze gezichten, en maken schrammen op onze handen. We rennen zo snel als we kunnen door een dicht struikgewas terwijl ik achter me onze achtervolgers hoor schreeuwen.
Ze joelen en schreeuwen constant dat we het maar moeten opgeven. Maar dat doen we niet, we rennen ookal zijn we totaal buiten adem. Onze voeten dragen ons steeds verder, springend over boomstronken en hoopjes bladeren.
De pijn van de schotwond probeer ik zo goed mogelijk te negeren, maar het duurt waarschijnlijk niet lang meer voor ik er aan bezwijk. Het brand en baant zich een weg door heel mijn lichaam. Gelukkig is het al iets geheelt, maar nog steeds is het vreselijk om naar te kijken.
Lily zie ik ergens in mijn linkerooghoek rennen, de bomen zo goed mogelijk ontwijkent. En Matthew rent een paar meter voor mij, hij gaat steeds sneller en het kost me moeite om hem bij te houden. De koude wind die ons deze nacht vergezelt maakt het er ook niet makkelijker op.
Het snijdt langs mijn gezicht en ik voel hoe mijn wangen steeds roder worden, en mijn lippen beginnen barstjes te vertonen. Het zwakke maanlicht verlicht enigszins de grond waar we overheen rennen, maar toch moet ik bij sommige stukken mijn ogen verwijden om genoeg te kunnen zien.
Plots hoor ik vlak achter me geschreeuw en als ik omkijk zie ik nog geen meter achter me één van de mannen rennen die er gister ook waren.
Nadat ze waren vertrokken hebben we onze spullen gepakt en zijn vertrokken. Gewoon rechtdoor, geen idee waarheen en ons niet beseffent hoever de stad nog is. Onderweg zijn we nog één keer gestopt om wat te eten en te drinken, daarna zijn we direct verder gegaan.
En klokslag twaalf uur s'nachts, hoorden we geschreeuw. Ze waren er, de hufterige leugenaars. Ze zijn helemaal niet naar huis gegaan om vervolgens pas om twaalf uur te gaan zoeken. Ze hebben ons geen voorsprong gegeven om ons, zoals op het briefje stond, 'de jacht leuker te maken.' Nee, ze hebben ons de hele fucking dag gevolgd.
En het ergste is dat ik dat vermoeden al had. Een aantal keer hoorde ik geritsel en brekende takjes, maar keer op keer maakte ik mezelf wijs dat het de wind was. Als ik het nou had gezegt hadden we misschien eerder kunnen vluchten. Dan had ik nu ergens liggen slapen, opgelucht omdat ze ons niet hadden kunnen vangen.
Nee, dat had ik met mijn stomme kop niet gedaan. En nu ben ik aan het rennen voor mijn leven. Ik wil niet dat ze me vangen, wie weet wat ze dan gaan doen. Ze zullen me niet doden, want als dat is wat ze willen, hadden ze dat allang gedaan. Ze dragen namelijk ook nu weer hun geweren achter op hun rug. Bij iedere stap die ze zetten hoor je de geweren tegen hun rug bonken. Ja. Ze hadden me allang kunnen neerschieten.
Dus als ze me vangen, wat zouden ze dan doen. Me martelen? Ondervragen? Uiteindelijk toch doden omdat ik nutteloos ben? Ik weet het niet, en hoop het ook nooit te weten.
Plots lijkt het alsof al mijn gedachten als papiersnippers worden verscheurd. Mijn voet blijft ergens achter haken, wind suist langs mijn gezicht en mijn hoofd komt met een harde smak op de grond. Geluiden verstommen alsof ik me onder water bevind, en mijn beeld word wazig terwijl het hevig beweegt. Felle kleuren vliegen voor mijn ogen, bezorgen me hoofdpijn en zorgen dat ik gedesoriënteerd word.
Ik word van achter gegrepen en nagels boren zich door de huid van mijn arm. Mijn benen kunnen me niet meer overeind houden en ik begin te wankelen als ik word gedwongen om te staan. Mijn beeld beweegt nog steeds hevig en ik voel me enorm duizelig.
De arm die me vasthoud verdwijnt en net als ik weer dreig te vallen word ik door iemand anders vastgepakt.
'Rennen! Kom op, ren! Jake!' De stem klinkt wanhopig, alleen ik heb geen idee van wie de stem is. Er word getrokken aan mijn arm, en ik strompel vooruit. Iemand slaat me in mijn gezicht en de wazige beelden verdwijnen direct.
Felle kleuren worden normaal, het geluid klinkt weer helder en mijn beeld beweegt niet meer. De duizeligheid verdwijnt en voor me zie ik Lily staan. Ze trekt me mee en zodra ik achterom kijk zie ik dat de mannen ons op de hielen zitten.
'Sneller!'
Ik doe wat ze zegt en versnel mijn pas nog meer, mijn arm laat ze pas los als ik naast haar ren. De koude nachlucht zorgt ervoor dat ik weer helder kan nadenken en nog net op tijd kan ik een boom ontwijken.
Vanaf dat moment moet ik het weer zelf doen, Lily verdwijnt steeds sneller uit mijn gezichtsbeeld en Matthew is nergens te bekennen. Mijn schoenen zakken weg in de grond die steeds natter, en dus modderiger wordt.
Mijn ademwolkjes laat ik keer op keer achter terwijl ze langzaam oplossen in de lucht. De zompige grond wordt gelijkmatig aan steeds harder en het dichte struikgewas is inmiddels vervangen door hier en daar een struikje en een boom.
De stemmen van de vijf bewapende mannen worden tot mijn grote opluchtig steeds zachter en ik sta mezelf toe mijn pas iets te vertragen. Door de dunne zolen van mijn gympen voel ik hoe de grond onder mijn voeten veranderd.
En als ik om me heen kijk zie ik straten voor me liggen, weilandjes naast me en een hoge kerktoren in de verte. De bewoonde wereld.
Ik stop direct met rennen en begin als een idioot te grijnzen. Eindelijk niet meer in het bos, eindelijk niet meer de eindeloze rijen bomen. Geen struiken meer met scherpe doorns waar je je aan openhaalt. Geen bladerdek meer die het zonlicht tegenhoudt.
Ik snuif de geur van benzine en patatkraampjes op en laat me meevoeren door dit geweldige gevoel. Daardoor merk ik het geluid van voetzolen op bestrating niet op en schrik ik als Lily plots naast me staat.
'Wat ben je aan het doen? Ja, ik ben ook heel blij maar we moeten verder. Als we hier zo blijven staan pakken ze ons, dus schiet op en kom mee!'
Ze rent alweer weg en ik ga achter haar aan, zonder op Matthew te wachten. God mag weten waar hij uithangt, maar mij kan het niet echt schelen als er iets met hem gebeurt is. Ik mocht hem toch al niet echt.
Ik dwing mijn voeten verder te gaan maar ze blijven maar over de grond slepen. Ik push mezelf nog meer en fluister zachtjes moedgevende woorden.
'Kom op Jake, je kunt dit. Niet opgeven. Ga door.'
Een geweerschot klinkt waarna Lily een klein gilletje slaakt. Ze staat stil en kijkt met verwilderde ogen om zich heen. Ik sleur haar mee en dwing me om niet achterom te kijken. Dat zou me alleen maar laten schrikken.
'Lily, we moeten ergens naar binnen en schuilen.' zeg ik buiten adem. Als ik kort naar haar kijk zie ik dat ze nog steeds met grote ogen achterom kijkt. Weer wordt er een schot gelost en dat lijkt haar weer bij bewustzijn te brengen.
'Maar waar dan?!' Haar stem is gevult met paniek. Vlug kijk ik om me heen en in de verte zie ik de felle neonletters van een drukke pub.
'Daar gaan we heen.' Ik wijs naar de pub, versnel mijn pas en sleur Lily, aangezien ik haar arm nog vast heb, weer mee.
We komen steeds dichterbij en rennen als bezetenen onder de sterrenhemel door. Nog een schot klinkt en even verstijf ik.
'Niet achterom kijken!' Zeg ik tegen Lily, of tegen mezelf. Ik weet het niet.
Door onze haast kunnen we niet optijd afremmen en botsen we beiden tegen de deur van de pub. Mijn hand rijkt als eertse aar de deurklink en haastig maak ik hem open.
Zodra we binnenstappen worden we overwelmt door de geur van alcohol en zweet. Overal staan tieners dicht tegen elkaar aan te dansen, harde muziek dreunt door heel de ruimte en hier en daar proberen dronken mensen de wc te vinden.
Zodra ik mijn adem weer terug heb gevonden en mijn longen weer gevuld zijn met lucht, begin ik me een weg te banen door de feestende menigte.
'We moeten naar achter zodat ze ons niet kunnen vinden.' Schreeuw ik boven de muziek uit. Lily knikt gehoorzaam en blijft vlak achter me lopen. We duwen sommigen ruw aan de kant wat als gevolg heeft dat er een paar verontwaardigt naar ons kijken, maar ons kan dat niets schelen. Het is of dat, of gepakt worden.
Eindelijk bereiken we de achterkant van de pub. Hier is het een stuk rustiger, de muziek is minder luid en afgezien van een zwarte leren bank zijn we alleen. We ploffen tegelijkertijd neer en ik haal een hand door mijn vettige blonde kullen.
'Wacht, waar is Matthew?' zegt Lily na een korte stilte. Ik zucht en wrijf met mijn handen over mijn gezicht. Het voelt ruw van de kou en ik merk dat ik een flink aantal schrammen heb.
'Jake? Waar is Matthew?'
'Weet ik veel.' Vermoeid wrijf ik nog eens in mijn ogen.
'Hoe kun je dat nou niet weten?! Je liep achter hem!'
'Ja hallo! Nadat ik bijna knock out ben gegaan, heb ik hem niet meer gezien oké.' Geïrriteerd sta ik op en loop een stukje van haar weg.
'Dalijk is hij gepakt! Misschien hebben ze hem wel neergeschoten!'
Ik draai me weer naar haar om, 'Dat weet je toch...-' ik stop abrupt met praten door het geluid van een deur die opent. Lily kijkt me angstig aan als ik voorzichtig om het hoekje ga kijken.
Onder het groene bordje "Exit" staat de deur open en twee mannen lopen naar binnen. Meteen draai ik mijn hoofd weg en ga tegen de muur aan staan. Lily wijst naar achter en ik begrijp wat ze daarmee bedoelt.
We moeten ons verbergen in de menigte. Zo stil als we kunnen sluipen we terug naar de dansvloer, zodra we langs de bar zijn is de muziek weer oorverdovend. Ze trekt me mee totdat we in het midden staan.
'En nu?' schreeuw ik tegen haar.
'Dansen!' Ze begint mee te bewegen op de melodie van de muziek en ik volg haar voorbeeld. Zij lijkt helemaal op te gaan in de muziek, en let niet meer op wat er om haar heen gebeurt. Maar ik daarentegen kijk schichtig om me heen.
Vlak bij de bar staan de twee mannen en ze komen steeds dichterbij. Ze duwen de dansers ruw opzij en niemand lijkt te merken dat ze bewapend zijn. Als ze op nog geen vijf meter afstand zijn stoot ik Lily aan en gebaar dat ze haar capuchon op moet zetten.
Als ze me niet begrijpend aankijkt knik ik naar de mannen en zodra ze hun ziet zet ze haar capuchon op en trekt me vervolgens verder naar achter. Het is hier nog drukker dan in het midden en bezwete lichamen duwen tegen me aan.
Angstig kijken we om ons heen terwijl het zweet ons op het voorhoofd staat. De mannen staan inmiddels in het midden en kijken zoekend naar de menigte. Één van de twee fluistert iets tegen de ander en ze lopen richting de uitgang.
Ze kijken niet meer om en opgelucht haalt Lily adem. Maar ik niet. Nu ze weg zijn merk ik weer de pijn. Het overspoelt me en ik voel me enorm misselijk. Ik snak naar adem terwijl ik steeds duizeliger wordt.
Ik strompel achteruit, bots tegen de dansers en alle geluiden verstommen. Pijn is het enige wat ik nog voel. Het begint vanuit de wond en verspreid zich door heel mijn lichaam, maar bij de wond blijft het het ergst.
Het is nog erger dan toen ik bijna knock out ging. Een muur raakt mijn rug en ik zak onderuit terwijl het beeld steeds zwarter wordt. Als laatst zie ik hoe Lily zich voorover me buigt en tegen me schreeuwt, maar dat hoor ik niet en het wordt helemaal zwart.
[A/N]
Hallo lieve lieve lieve lezers! Ik heb oh my freaking gummybear cupcake unicorn god 1.2K reads!!!!!!! *Danst door de kamer als een gek* SUPERBEDANKT DAARVOOR!!!!!!
Maar wel heel erg sorry voor de late update, hopelijk heeft dit extra lange hoofdstuk dat goedgemaakt ;) Maar ik had toetsweek enzoow dus ja, helaas gaat school voor :( Maar vanavond MOEST ik gewoon even schrijven, echt waar. Ik had er gewoon zin in en ik had ook wel ideeën dus ja, dit is het geworden :).
Vote, comment, subscribe ;)
xx Nadia