Deadly Kissing

By sachaisnotonfire

1.6K 48 11

Angie en Ethan raken verzuild in de verschrikkelijke apocalypse. Echter, is dit geen typische zombie apocalyp... More

Survival of the Fittest
Proloog - The Darkness
Hoofdstuk 1 - Detention
Hoofdstuk 2 - Small reunion
Hoofdstuk 3 - Survival skills
Hoofdstuk 4 - Instinct
Hoofdstuk 5 - The hospital
Hoofdstuk 6 - Sometimes we just need to forget the past
Hoofdstuk 7 - Killing like it's nothing
Hoofdstuk 8 - Flabbergasted?
Hoofdstuk 9 - People change, friends become enemies.
Hoofdstuk 10 - Two in a row
Hoofdstuk 11 - I'm so done with all of this
Hoofdstuk 12 - Cold hearted murderer
Hoofdstuk 13 - Love always comes unattended
Hoofdstuk 15 - An act out of true love
Hoofdstuk 16 - Day 1
Hoofdstuk 17 - Day 2
Hoofdstuk 18 - Day 3
Hoofdstuk 19 - Day 4
Hoofdstuk 20 - Day 5
Epiloog - A damaged world

Hoofdstuk 14 - Left for dead?

47 1 0
By sachaisnotonfire

H O O F D S T U K 1 4
L E F T  F O R
D E A D ?

“Volgens mij zijn ze weg,” sprak ik, terwijl ik uit het raam van de school keek. We hadden hier ruim een week vastgezeten, de Kissers – die onze kant op waren gekomen bij het horen van de twee schoten en het geweld – hadden hun jacht niet op willen geven en waren voor de gesloten deuren van de school blijven hangen. We hadden dag en nacht naar de deur gestaard, hopend dat ze zich geen weg naar binnen zouden beuken. We hadden een enorme blokkade gemaakt voor de deur: kasten, tafels, stoelen et cetera. En elke keer weer, als de spullen vervaarlijk bewogen door de beukende bewegingen van een Kisser, dachten we dat de blokkade het niet zou houden en zetten we er weer iets nieuws bij. Uiteindelijk waren we zelf zo wanhopig geworden, dat we stapels leerboeken erbij begonnen te zetten. Maar nu zouden we eindelijk weer weg kunnen komen, eindelijk zouden we niet meer in angst hoeven te leven voor een enorme aanval van een horde van tientallen Kissers. “Waarschijnlijk zijn ze op de schoten afgegaan,” verklaarde Darryl, waarop ik instemmend knikte. Gisteravond hadden we meerdere schoten achter elkaar af horen vuren, het waren er tientallen misschien zelfs honderden geweest. Ik kon me amper voorstellen hoe een gevecht zo groot kon ontstaan, hoe iemand überhaupt aan zoveel munitie kwam. Ik liep op Darryl af, die met zijn rug tegen de muur zat en naar de kaart op zijn schoot staarde. Ik liet mezelf omlaag zakken, met mijn rug tegen de muur, zodat ik naast hem kwam te zitten en ook een blik op de kaart kon wierpen. “Heb je enig idee waar we zitten?” We hadden de kaart gevonden in één van de kleine klaslokalen van het gebouw. De school zelf was eigenlijk maar heel klein, veel kleiner dan de gemiddelde basisschool. Het telde in totaal vijf kleine lokalen, één kleine kamer voor de directeur, één leerlingenkamer en een iets ruimere kantine. Op de spullen van de jongens na, was er niets nuttigs te vinden in de school. Enkel een enorme voorraad potloden en volgeschreven schriften, een koffiezet apparaat – dat helaas niet werkt zonder koffie. En een lege, kapotte koelkast. “Volgens mij zitten we in Loxahatchee, maar daar ben ik niet helemaal zeker van. Iemand heeft het wel omcirkeld op de kaart en als ik de route vanaf het ziekenhuis volg, kom ik ook ergens daar uit. Misschien dat we onderweg een bordje tegenkomen, dan weten we dat in elk geval zeker.” Ik staarde naar de omcirkelde stad op de kaart, ik had werkelijk nog nooit gehoord van iets als Loxahatchee. Maar ik ging er maar vanuit dat de kaart niet was gemaakt door kinderen, zoals 90 procent van de andere documenten in het gebouw wel waren. “In elk geval, als we in Loxahatchee zitten is het rond de tien kilometer om bij Wellington te komen. Dus als we flink doorlopen, kunnen we daar vandaag nog aankomen. Maar daar moeten we denk ik niet vanuit gaan, dat zal alleen doorgaan als we onderweg niet opgehouden worden en als we het kunnen vinden.”  Ik duwde mezelf weer overeind. “We zitten trouwens in de buurt van het water, dus als Wellington niets blijkt te zijn kunnen we altijd daar nog heen,” sprak Darryl, terwijl hij ook overeind kwam. “Laten we maar gewoon hopen dat er iets is en dat we er vandaag nog kunnen komen, maar dan zullen we wel nu meteen moeten vertrekken.”
            Het duurde even voordat we de blokkade aan de kant hadden gezet, misschien dat we toch iets te overbezorgd waren geweest om onze veiligheid. Er stonden zoveel spullen voor de deur, dat we al bijna een uur bezig waren met het opruimen van de blokkade. Maar, het had wel gewerkt want er waren geen Kissers binnen komen stormen en daar had ik dat extra uurtje werk best voor over. Zelfs als dat betekende dat we vandaag misschien niet meer aan zouden komen in Wellington, het was fijn dat we veilig waren.

Darryl schoof de laatste tafel aan de kant en ik opende de deur. Ik haalde gelukzalig adem, toen ik eindelijk weer buiten stond. Zo’n hele week binnen opgesloten te zitten was vreselijk, vooral als je door een zekere Apocalyps eraan gewend was dagenlang buiten rond te lopen. Ik had zelfs het rennen gemist, ondanks dat ik daar nog steeds geen grote fan van was. Ik had het gemist om in beweging te zijn, maar dat zorgde er wel voor dat ik nu een stuk meer energie had. We begonnen zij aan zij te lopen, met beide een rugzak op onze rug. “Hoe gaat het met je schouder?” Het was goed om te zien dat Darryl zijn beide schouders weer op kon trekken. “Gaat wel, denk ik. Het doet niet zoveel pijn meer als eerst, maar het voelt ook nog niet echt geweldig.” Ik glimlachte hem toe. “Ik ben blij dat je nog in leven bent, Dar. Voor hetzelfde geldt had die jongen je nog gedood,” verzuchtte ik. “Denk je nou echt dat een tienerjongen mij zomaar zou kunnen doden in een één op één gevecht?” grinnikte hij.  “Veel sterfgevallen zijn te danken aan egoïsme en overmoed,” kaatste ik spottend terug. “Die jongen had bijna het postuur van de Hulk, hij had je heus wel kunnen doden.” “Het verschil ligt ‘m in de tactiek. Dat joch was wel sterk en ongelooflijk groot en een Hulk look-a-like, maar hij kon niet vechten. Hij had geen enige tactiek, hij wist waarschijnlijk niet eens waar hij aan begon. Zo’n typ dat denkt dat je alles op kan lossen met een beetje agressiviteit en veel kracht,” verklaarde de man zichzelf. En hij had ook wel gelijk, voor zover ik iets had kunnen zien van het gevecht was hij niet erg tactisch of strategisch op mij overgekomen. Hij had gewoon in wilde weg geslagen, in de hoop zijn tegenstander te raken. En meestal, ging tactiek toch echt boven kracht. Zoals ik mezelf onderhand wel had aangeleerd. Ook iemand met een smal postuur als ik, onderhand broodmager en met niet ongelooflijk veel spieren, kon een gevecht winnen. Zolang je maar logisch na bleef denken en je tegenstander altijd één stap voor was.

In die ene week van opsluiting, was mijn gedachtegang verrassend stil gebleven. Darryl en ik waren vaak in gesprek verwikkeld geweest, we hadden geprobeerd een zo goed mogelijk plan uit te stippelen. Veel tijd om echt uitgebreid na te denken was er niet geweest. En nu ik weer buiten liep, in de frisse lucht. Schoten mijn gedachten direct weer van her naar der. Voor het eerst sinds de dag dat we de school hadden overgenomen van de groep tienerjongens, dacht ik weer terug aan Ethan’s dood. Ik had Darryl compleet vergeven voor de moord op mijn jongeren broertje en begon me daar ook steeds minder schuldig om te voelen. Waarom zou ik me er ook schuldig om voelen? Het was niet dat Ethan er iets van zou merken, hij zou het me niet meer kunnen verwijten. Hij was er nou eenmaal niet meer en dat moest ik maar gewoon zien te accepteren. Ik moest gewoon proberen te genieten van mijn leven, in de tijd die ik nog zou hebben. En op dit moment, was ik bijna gelukkig. Ondanks de situatie, ondanks de moorden, het stelen, het vechten. Ik was echt bijna gelukkig. Ik was een stuk gelukkiger dan toen ik nog in het ziekenhuis verbleef, ik was haast blij af te zijn van de rest van de groep en de altijd maar hetzelfde blijvende omgeving. Het voelde goed om weer op pad te zijn, om weer een echt doel – naast overleven – in zicht te hebben. Ik was blij dat Darryl met me mee was gegaan, dat ik er niet meer alleen voor stond. Ik was blij om weer iemand in mijn leven te hebben om wie ik oprecht gaf, na Ethan’s dood. Voor de dood van mijn jongere broertje had ik ook wel om de man gegeven, maar toen was het toch anders. Ik hield van hem en dat zag ik nu pas echt in.
            De gedachte dat ik weer blij was om op pad te zijn, maakte me toch een tikkeltje nerveus. Als we straks aan zouden komen in Wellington en als we daar konden blijven, zou ik me dan na een tijdje weer dood gaan vervelen? Omdat er geen verandering zou zijn in de omgeving? Zou Wellington wel de goede plek voor mij zijn? Het was er veilig, er was waarschijnlijk eten en er waren veel mensen. Maar, zou ik het daar langer dan een jaar uithouden? Zou ik het er überhaupt langer dan een half jaar uithouden? Of een kwart jaar? Misschien zou ik het er wel verschrikkelijk vinden, misschien dat ik echt geen vertrouwen meer zou leggen in anderen. Maar het was er waarschijnlijk veilig, ging dat dan voor op mijn twijfels? We moesten er maar gewoon eerst komen en binnengelaten worden, als er nog iets over was van de gemeenschap, dan zouden we wel verder kijken naar de veiligheid, het eten, de mensen. Ik kon vast nog wel wegsluipen, mocht het echt nodig zijn. Darryl zou achter kunnen blijven, als hij dat zou willen. Maar als ik het er niet uit zou houden, omdat ik weer geen echt doel voor ogen had. Dan zou ik er zonder aarzelen vandoor gaan, waarschijnlijk.

“Shit.” Ik keek op door Darryl’s stem, waardoor ik recht naar een horde naderende Kissers keek. “Godverdomme,” stemde ik zacht in. “Hoe gaan we daar langs komen?” Het was een grote groep en aangezien het een kwartier geleden was begonnen te regenen, zouden we er met het gebruik van Kisserbloed  niet langs kunnen komen. Dat zou er gewoon vanaf wassen. “Niet, als we niet dood willen tenminste,” verzuchtte de man naast me. “We kunnen misschien dat gebouw in,” hij gebaarde naar een gebouw dat vroeger waarschijnlijk had gediend als een laboratorium, “en wachten tot de horde voorbij is. Dan kunnen we daarna verder reizen.” Ik knikte langzaam, alvorens even de omgeving onderzocht te hebben met mijn ogen. Het oude lab, als dat het was, was het enige gebouw dat ik vanaf hier kon zien. Het zou waarschijnlijk onze enige oplossing zijn, er was geen andere manier om hier weg te komen. De horde was zo groot, dat het haast de hele horizon bedekte. Het laboratorium was onze enige uitweg, als we niet het hele stuk dat we hadden gelopen weer terug af zouden leggen. Dan hadden we die kilometers, wat er al meer dan tien waren geweest en dus waren we ergens verkeerd gelopen, allemaal voor niets afgelegd. Allemaal voor niets. Dus was het, hopelijk verlaten, gebouw onze enige oplossing. “Hoe wil je binnen komen?” vroeg ik, terwijl we naar het gebouw renden. “Het slot openen, daar word ik nu toch echt steeds beter in.” De keren dat we onderdak hadden gezocht in een gebouw, had Darryl steeds een poging gedaan het slot open te krijgen. Maar elke keer eindigden we weer met het simpelweg inslaan van een raam of de deur inschoppen, omdat Darryl het slot niet open kreeg. Misschien hadden we vandaag een keer geluk, misschien was die uitzonderlijke dag toch eindelijk aangebroken. De dag dat er eindelijk een keer iets meezat. Want altijd alles wat we leken te proberen, bleek uiteindelijk nadelen te hebben of we slaagden er niet in het voor elkaar te krijgen. Onze pogingen leken nooit goed genoeg te zijn, het kwam haast over alsof we dingen niet eens meer hoefden te proberen omdat het toch niet zou gaan werken. Maar toch waren er uitzonderlijke dagen, dat iets opeens lukte. En misschien, heel misschien was vandaag zo’n dag.
            “Gelukt!” Ik keek verbaasd op toen ik Darryl’s triomfantelijke kreet hoorde. Vandaag was dus inderdaad zo’n uitzonderlijke dag, zoals mijn gevoel me had proberen te vertelen. Het was hem daadwerkelijk gelukt het slot open te krijgen. De deur stond open, terwijl we hem niet eens open hadden moeten schoppen. We konden gewoon naar binnen zonder een raam in te slaan, het was ons – of nou ja, Darryl – gewoon gelukt. We hadden de oplossing gevonden tot ons grootste probleem. Want het was ons steeds niet gelukt zonder al te veel geluid te veroorzaken om ergens naar binnen te komen, dit zou ons zo ongelooflijk goed van pas kunnen komen. Ik was zowaar echt trots op de man, puur omdat hij een slot had geopend. Omdat hij ergens had ingebroken. Het was bizar hoe trots dat je kon maken. Dat je trots kon zijn omdat iemand een gebouw binnen was gekomen, op een manier die normaal gezien als criminaliteit zou worden beschouwd. Maar dit zou ons leven enorm vereenvoudigen, we zouden niet meer keer op keer in gevecht raken omdat we een raam insloegen of een deur inschopten. We zouden gewoon stil een gebouw binnen kunnen komen, zonder al te veel gedoe. Ik was hem dankbaar, oprecht dankbaar, voor het vergroten van mijn overlevingskansen. Als hij het mij nou ook nog een keer zou kunnen leren, zouden onze reizen alleen nog maar gemakkelijker verlopen.

Op onze hoede liepen we naar binnen. Darryl ging voor, met zijn pistool in de aanslag. Ik liep langzaam achter hem aan, ook ik hield mijn arm voor me uit klaar om te kunnen schieten. Het was stil in het gebouw, er was geen enkel teken van menselijk leven. Maar we konden nooit zeker genoeg zijn, sommige mensen konden ontzettend goed zich ergens verstoppen en stil blijven. Je kon altijd aangevallen worden op een moment dat je het niet zou verwachten, we moesten altijd – maar dan ook echt altijd – alert blijven als we in leven wilden blijven. Zonder enige alertheid, zouden we ons allang bij de horde naderende Kissers hebben gevoegd. En op dit moment, vertelde mijn gevoel me dat we niet veilig waren. Dat we niet alleen waren en dat we op moesten passen. Ik had geleerd altijd te luisteren naar mijn gevoel, omdat het altijd leek te kloppen. Misschien had onze onbewuste gedachtegang een aantal stappen voorsprong op ons bewustzijn, waardoor we af en toe een vaag voorgevoel hadden over een situatie die dan uiteindelijk ook daadwerkelijk correct bleek te zijn. Maar waarschijnlijk zouden we nooit echt met zekerheid kunnen zeggen hoe zoiets werkt, ik zou het waarschijnlijk nooit te weten komen in elk geval. Nu er geen lessen meer werden gegeven, nu de laboratoria er stil en verlaten bij lagen. De wereld was veranderd en een hoop van onze kennis zou waarschijnlijk verloren gaan, behalve als iemand uit onze generatie het wist te overleven en kennis over kon brengen op de anderen. Maar die kans was verschrikkelijk klein, de kans dat de mensheid dit zou overleven was sowieso al veel kleiner dan ons allen lief was.

En zo ook vandaag, had mijn voorgevoel weer gelijk. Darryl en ik richten onze wapens tegelijk op een man. Hij was alleen, voor zover wij konden zien en was opgeschrokken toen wij de kamer inliepen. Hij was overduidelijk een wetenschapper, hij droeg een lange witte labjas en een bril. Ik was verbaasd te zien dat de lichten in het laboratorium nog werkten, net zoals een klein deel van de rest van de apparatuur. “Niet schieten. Als ik dood ben, zal er nooit een tegengif komen voor de infectie.” Aarzelend liet ik mijn pistool zakken, waarna Darryl na enkele seconden mijn voorbeeld volgde. “Tegengif..?” Ik keek de lange, slungelige man met het bruine haar fronsend aan. Hij was ergens mee bezig, ik zag spullen liggen op de tafel voor hem. Maar ik kon niet precies zien waar hij mee bezig was. “Een tegengif inderdaad,” klonk zijn stem instemmend. “Maar als ik niet in leven bent, is er niemand om het tegengif te maken. Dus..” Het bleef een aantal seconden stil. “Wat doen jullie hier?” Ik keek even naar Darryl, wachtende tot hij het woord zou nemen. “We waren onderweg, maar werden tegengehouden door een enorme horde Kissers. Toen zijn we hierheen gevlucht.” Ik verplaatste mijn blik weer terug naar de wetenschapper. “Hoe zijn jullie hier binnen gekomen?” Ik glimlachte onbewust, alvorens antwoord te geven. “Geluk,” sprak ik. “En toevallig ben ik ongelooflijk goed in het open krijgen van sloten.” Ik keek weer naar Darryl en grijnsde hem toe. Ongelooflijk goed was wellicht iets teveel van het goede, hij had of gewoon geluk gehad of had nu eindelijk het trucje door. “Zouden we hier kunnen blijven tot de horde voorbij getrokken is? We zullen geen last veroorzaken.” Er klonk een klein beetje hoop in mijn stem. Misschien dat we vandaag toch nog een beetje menselijkheid mee zouden maken, in plaats van direct op straat gezet te worden wat meestal gebeurde.  De meeste mensen waren niet zo gul tegenover ons, ze hielden liever rekening met hun eigen groep – wat ergens natuurlijk ook wel logisch was – dan dat ze twee mensen één keer hielpen. “Prima. Ik ben Kurt Chandler overigens, de enige wetenschapper die nog in staat is onderzoek te doen. Of die überhaupt nog in leven is.” Ik glimlachte de man vriendelijk, voor zover ik dat nog kon, toe. “Ik ben Angie,” stelde ik mezelf voor. “En ik ben Darryl,” klonk de stem van de man naast mij nadat ik antwoord had gegeven.  

“Wat is dat voor een tegengif, waar je het over had?” besloot ik te vragen, ik was onderhand toch wel nieuwsgierig geworden naar het medicijn waardoor we misschien toch nog te redden waren. Als het nou maar gewoon zou werken en als het te maken zou zijn.. Dan waren we misschien niet meer zo verdoemd. “Het is een test en ik weet niet zeker of het gaat werken,” begon de man. “Maar we doen er al langer onderzoek na, al voor de Apocalyps. Wij onderzoeker wisten al langer af van de infectie die zich verspreidde onder de mensheid, maar we mochten er van de regering niets over publiceren. Dan zou iedereen direct in de stress schieten,” verklaarde hij. “Er schijnt hier ergens een bloem te groeien, die de infectie zou kunnen stoppen. Dat is wat er wordt gezegd tenminste. In de bloem zitten stoffen die een deel uit zouden kunnen maken van een tegengif voor de infectie, het bevat de juiste antistoffen. We weten alleen niet zeker of het zal werken met de andere onderdelen van het medicijn, soms gaan zulke stoffen niet samen en we hebben het nooit uit kunnen testen.” Hij gebaarde ons dichterbij te komen, wat we na enkele seconden deden. Ik merkte dat Darryl, net zoals ik, nog een klein beetje terughoudend was. We leken beide mensen minder gemakkelijk te vertrouwen, het was in elk geval niet meer zoals vroeger. Op de tafel voor de man lag een kaart, hij wees naar een omcirkeld gebied – een berg. “Het is een zeer zeldzame bloem, die nog niet eens een benaming heeft. We hebben hem vrij recent ontdekt, een paar weken voor aanvang van de Apocalyps. Hij groeit als het goed is hoog bovenop deze berg. Als ik hem in handen zou kunnen krijgen, is de mensheid over een paar maanden misschien weer veilig.” Ik staarde naar de kaart, ik kende het aangewezen gebied niet maar het leek hier dichtbij in de buurt te zijn. Ik wist niet precies waar we nu zaten, maar ik zag Wellington in de buurt van het gebergte. Dus dat zou betekenen dat, mits we goed waren gelopen, het laboratorium vrij dicht bij de berg in de buurt zou zitten en dat wij ook goed waren gelopen. “Maar jullie weten dus niet zeker of het tegengif werkt?” klonk Darryl’s stem vragend. “Nee. De regering wilde geen tijd en geld investeren in ons onderzoek, dus we hebben eenmalig onderzoek kunnen doen naar de bloem – toen iemand hem had geplukt en hem hier had afgeleverd. Die bloem is onderhand dood en de stoffen zijn niet meer te gebruiken, dus hebben we maar vrij weinig onderzoek ernaar kunnen doen.” “Waarom wilde de regering geen tijd en geld investeren in een onderzoek dat ons mogelijk allemaal zou kunnen redden?” Ik wist dat de regering soms slechte beslissingen maakte, maar dit klonk ronduit dom. “Ze geloofden ons niet, ze geloofden niet dat er een Apocalyps zou komen. Ze geloofden niet in de infectie waar we ze over vertelden, ze dachten dat ze beter tijd en geld konden besteden in de aanleg van nieuwe, betere wegen. Wat ze natuurlijk dus beter niet hadden kunnen doen, kijk maar waar we onderhand beland zijn."

“Zou ik jullie om een gunst mogen vragen?” Ik hield mijn hoofd vragend schuin, in afwachting tot de wetenschapper verder zou praten. “Zouden jullie de reis durven te maken. Die berg op, om de bloemen te zoeken? Ik ben zelf niet in staat de reis te maken, aangezien ik amper een trap op kan komen. Maar jullie zijn jong en fit genoeg om het wel tot de top te halen. Jullie zouden de laatste hoop voor ons soort kunnen zijn, jullie zouden ons allemaal kunnen redden.” Ik wisselde een verbaasde blik uit met Darryl. Wij zouden onze gehele gemeenschap kunnen redden? De hele mensheid? Hun lot lag nu in onze handen.

A/N: Over de 50000 woorden, daarmee het gemeenschappelijke NaNo doel gehaald :D. Op naar de 75000 c:

Continue Reading

You'll Also Like

Kidnaped By zaraxxs

Mystery / Thriller

898 32 7
Karakters: Rain: meisje dat is ontvoerd Julia: beste vriendin van Rain Hunter: leider van de kidnappers Jake: broer van Hunter en kidnapper Kai: kidn...
0 0 1
kan je als je wil reviews commenten?
118 0 54
Senna dacht dat ze de wereld kende. Totdat de enveloppen arriveerden. Eén foto, één USB, één geheim - genoeg om alles op zijn kop te zetten. Elias, M...
Anoniem gevaar By lautjehh13

Mystery / Thriller

246 17 6
Ik loop door de grote donkere ruimte. 'Hallo?!' Roep ik. ' is daar iemand?!' Geen antwoord. Ik roep nog een keer:' HALLOO?!! Is daar iemand?!' Weer g...
Wattpad App - Unlock exclusive features