*piep piep piep* Het is Maandag, 6:30. de wekker gaat af en moeizaam word ik wakker van doordringende toon van mijn wekker. Nog vermoeid van het feestje van gisteravond kom ik overeind. Ik probeer de wekker uit te zetten en pas na een paar keer lukt het me om op het uit knopje te drukken. Ik sla de dikke dekens van me af en ik stap uit bed. Ik zie mijn zachte konijnen pantoffels niet staan en ik struikel over mijn pantoffels heen. Half draaiend en vallend beland ik gelukkig in de houten schommelstoel die aan de andere van van de kamer staat. Nog wat versuft van de val zit ik in de schommelstoel. "Waarom moest ik ook alweer zo vroeg opstaan?" zeg ik zegen mezelf, terwijl ik een lange gaap laat ontsnappen. Ik sta op en pak mijn konijnenpantoffels en ga op mijn bed zitten. Ik trek ze aan en ik loop naar de spiegel naast de deur om mijn warrige bos haar te bekijken. Naast de spiegel hangt een briefje: Morgen, Maandag om 8:00 uur bij zaal zijn voor vergadering! "Oh ja, das waar ook. Vergadering, helemaal geen zin in." Ik kijk in de spiegel en verbaasd kijk ik naar mijn pyjama wat helemaal geen pyjama blijkt te zijn! Ik ben gisteren waarschijnlijk gelijk naar bed gegaan, want ik had mijn feestkleding nog aan. Ik zucht en loop naar de badkamer. Ik pak de borstel om mijn haar te kammen en kijk ondertussen om me heen. Totdat mijn ogen op de klok blijven hangen. "Kut! Het is al kwart over zeven!" Ik leg snel de borstel terug, trek mijn pyjamashirt uit en op hetzelfde moment besef dat ik helemaal geen pyjama aan heb. Snel trek ik mijn shirt weer aan en ren naar beneden. Het is sowieso 25 minuten fietsen en dan moet ik zeker om half 8 wegfietsen.
Ik kom beneden aan en het is 1 grote bende. Blijkbaar was ik behoorlijk dronken gisteren, want in de keuken ligt een plas water en de schreven van een glas. In alle haast zie ik de plas water op de grond niet en glijd uit. BAM! Daar lig ik, mijn broek is he-le-maal nat en op mijn voet ligt een scherf. Ik blijf even liggen en opeens hoor ik gebonk. Bonk, bonk, bonk. Ik kijk om me heen en zie dat het mijn axolotl Riff is. Na een zucht van opluchting sta ik voorzichtig op en loop ik naar Riff toe. "Hey maatje, hoe gaat het ermee?" terwijl ik dat zeg pak ik zijn voer en hou het boven het water. Als Riff eraan komt en probeert te happen, gooi ik snel de 3 kleine visjes die ik in mijn hand heb in het aquarium. Ik schuif de deksel weer terug en loop terug naar de keuken, voorzichtig raap ik de glasscherven op en gooi ze in de prullenbak. Ik probeer niet uit te glijden op de gladde vloer en ik ren weer naar boven. Terwijl ik mijn natte broek uit doe, pak een random broek uit de kast. Het kledingstuk wat ik pak is blijkbaar een kort rokje, die ik meestal naar een feestje aandoe. Ik heb geen tijd meer om iets anders aan te trekken aangezien het een halfuur fietsen is naar de vergaderzaal. Haastig loop ik weer naar beneden en ik trek mijn afgetrapte sneakers aan, ik pak mijn jas en mijn sleutels en ren naar de achterdeur. Ik doe de achterdeur op slot en trek mijn jas aan en rits hem dicht. Ik stap op mijn fiets en ik vertrek richting de vergaderzaal. Als een gek race ik door de straat heen en als ik de bocht omga, kijk ik niet goed uit door alle haast die ik heb. Bijna zou dit het einde zijn voor me, maar de auto remt op tijd af en met gierende banden komt de auto vlak voor mijn neus tot stilstand. Mijn hart gaat als een gek tekeer en met trillende benen fiets ik weer verder.
Zodra ik ben aangekomen bij de vergaderzaal probeer ik me te fatsoeneren, zonder succes. Ik trek de deur open en storm ik met veel kabaal de doodstille en halfdonkere zaal binnen. Hijgend blijf ik stilstaan en pas na een paar seconden merk ik dat iedereen mij met open mond aanstaart. Ik merk meteen dat iedereen naar mijn lelijke, simpele outfit kijkt. Ik ben de enige vrouw ben op de afdeling reclametelefoontjes plegen, dus ik werk alleen met mannen samen. De ogen van al mijn collega's staren naar mijn halfopen blouse die ik nog aanhad van het feest gisteravond. Mijn korte rokje verbergt nog net mijn blauwe ondergoed en mijn verwilderde haren voorkomen dat mensen mijn slaperige ogen te zien krijgen. Ik probeer zo ongeïnteresseerd mogelijk naar mijn stoel te lopen, maar alle ogen kijken naar mij en ik word er nerveus van. Zo nerveus dat ik mijn notitieblok laat vallen. "Shit". Zonder dat ik erbij nadenk -dat als ik buk, iedereen mijn blauwe ondergoed kan zien-, pak ik het notitieblok op waardoor mijn blauwe ondergoed duidelijk zichtbaar is voor iedereen en als ik opkijk zie ik dat de ogen van mijn collega's nu groter en geïnteresseerder lijken. Zo snel als mijn gedachtes het toelaten kijk ik naar de mannen om me heen met de vergrote ogen die naar mij kijken. Snel loop ik naar mijn plek. Zodra ik zit, loeren de twee mannen naast me nieuwsgierig naar mijn blouse. Zo snel als ik kan knoop ik mijn blouse vast. "Verdomme" mijn knoopjes schieten van mijn blouse, nu zijn het niets meer dan 2 miezerige draadjes. "Zucht", ik ben eindelijk klaar met de bespreking en ik loop naar buiten, waar de zon volop in mijn ogen schijnt. Met mijn ene hand voor mijn ogen en in mijn andere hand mijn fietssleutels wil in mijn fiets pakken. Maar Gerard, een van mijn collega's, komt op me afgerend. Met rode wangen van schaamte zeg ik "hey, wat..." maar hij onderbreekt me en zegt half in paniek "hey, heb jij misschien mijn autosleutels gezien? Ik kan ze nergens vinden." Maar ik heb echt ze niet gezien, dus ik wil wegfietsen. Maar Gerard roept "wacht even!" ik stap weer af en zet mijn fiets op het standaard. "Wat is je adres, dan kan ik, ehm, nog een aantal brieven opsturen die ik, ehm, thuis heb liggen voor je". vraagt Gerard, ik zucht maar geef toch nog even snel mijn adres door. Ik zeg gedag en stap op mijn fiets en fiets naar huis zodat ik de papieren die ik heb meegekregen kan invullen.