Het weer kan ik mij niet herinneren op het moment dat ik naar huis ga. Ik stap stevig door alle steegjes en straten, het is overal angstvallig stil. Mijn kraag trek ik wat omhoog en probeer nog wat sneller te lopen. Eenmaal bij mijn straat aangekomen bekruipt mij een vreemd gevoel. Al snel word duidelijk waar dat gevoel door word veroorzaakt. Het vertrouwde huis waar ik mijn hele jeugd al woon is leeg. Helemaal niks laat zien dat ik met mijn familie hier woon. Nooit eerder was mij echt opgevallen dat de kozijnen licht geel zijn. Toch realiseer ik mij direct dat dit het beeld is dat mij voor de rest van mijn leven bij zal blijven. Het lege huis met de gele kozijnen. In de verte hoor ik stemmen en voetstappen naderbij komen.
Tijd om nog te blijven staan en mij af te vragen waar mijn ouders broertjes en zusjes zijn gebleven heb ik niet. Haastig ren ik dit keer door de steegjes over de burggen, langs de grachten. Het enige wat ik mij kan bedenken in snel naar mijn tante gaan. Eenmaal daar aangekomen druk ik op de bel tante doet open en ziet aan mijn gezicht direct wat er is. Ze laat me snel binnen en niet veel later zit ik aan de keuken tafel met een door mijn tante gezet glasje limonade. Door mijn hoofd gaan zo veel vragen, waar zijn mijn ouders waar zijn mijn broertjes en zusjes? Zal ik ze ooit weer zien? en hoe gaat het nu verder met mij?
flashback
Met bungelende benen zit ik aan de keuken tafel te wachten op de thee en koekjes de mama nu aan het maken is. Ik kijk om me heen naar de o zo bekende servies en het tafelkleed met kant en bloemetjes. Het is een klein kamertje met kleine ramen waardoor je op de tuin uit
kijkt. Dan hoor ik opeens de bel en keek ik automatisch naar de opening, er zitten geen deuren in, dat vind mama mooier en minder afgesloten. Ik hoor hoe mijn vader tegen mijn beste vriend zegt dat hij maar beter niet meer langs moet komen. Ik hoor hem vragen waarom niet. Onder tussen ben ik van de stoel afgekomen en in de gang gaan staan. daar sta ik stilletjes te luisteren en hoor mijn vader zeggen dat hij dat aan zijn ouders moet vragen dat hun ervan weten en het beter uit kunnen leggen. Vader sluit de deur, ik voel me leeg en draai mij om richting moeder die achter mij is komen staan. Op het moment dat ik haar aankijk, hoe jong ik ook ben weet ik dat ik hem nooit meer zal zien..
Bij tante in de keuken
Na een tijdje stil te hebben gezeten aan de keukentafel staat tante op om thee te maken ze geeft mij er ook lief een koekje bij waarop ze me zo aankijkt als elke ouder, oma of tante doet wanneer ze je willen gerust stellen. Niet veel later moet ik van tante toch maar gaan slapen. Ik loop langzaam de smalle trap op naar boven die kraakt onder elke stap. Dan sta ik voor ik het door heb in een wat donkere kamer en tast voorzichtig naar de lichtknop. De kamer is nu behoorlijk fel verlicht. Op dat moment komt tante naar boven met een japon in haar hand. Deze legt ze naast mij op het bed neer waar ik inmiddels op ben gaan zitten. Wanneer ik de japon aan heb gedaan gaat tante weer naar beneden. Ik probeer te slapen maar dan wel met het nachtlampje aan die op het kastje naast het bed staat. Al snel gaan mijn gedachten terug naar eerder die dag naar het lege huis. Waar zijn mijn ouders, broertjes en zusjes? Wat is er gebeurt met de winkel? steeds maar weer de zelfde vragen.
Flasback
Samen met mijn broer en zus ben ik in de winkel van de buurman. Ook de buurman draagt sinds kort een gele ster valt mij op. De winkel is alleen maar savonds geopend op een speciaal tijdstip. De grote mensen in de buurt weten ervan. In deze tijd is het moeilijk om aan eten te komen. Wij mogen van de buurman wat chocolade en wat snoep uitzoeken. Het word rumoerig in de straat en wij moeten ons verstoppen. de deur van de winkel word aardig hard open gedaan en ik schrik ervan, weet nog niet wat er aan de hand is en voel me bang. Dan hoor ik mannen in een andere taal schreeuwen waarvan mijn mama zegt dat het duits is. De mannen waarvoor wij moeten oppassen. Het geschreeuw duurt even en dan word de buurman mee genomen. Wij begrijpen er niks van en blijven een hele tijd stil staan voordat wij naar de plek lopen waar we net nog voor de buurman stonden. Chocolade en snoep daar hebben wij geen zin meer in en lopen dit keer langzaam naar huis. Eenmaal weer thuis praten we alle drie door elkaar heen om te vertellen wat er gebeurt. Het word een tijd lang stil in huis en krijgen daarna te horen dat we savonds niet meer buiten mogen komen voor onze eigen veiligheid.
Op de zolderkamer bij tante
Ik schrik op, mijn gedachten worden nogal
wreed verstoord. De bel gaat er word gebonsd op de deur. Tante doet open. weer die duitse mannen. Ik probeer te horen wat ze zeggen maar kan het niet verstaan. Tante is van streek ik hoor haar huilen. Ik weet niet waarom maar ik verschuil mij achter een bankje die in de hoek van de kamer staat. Ik zorg ervoor dat er dekens en kleren over me heen komen. Harde voetstappen klinken op de trap, ze komen snel dichterbij. De kamer deur hoor ik open gaan en merk dat ze zoeken. Hier en daar hoor ik wat geklop op de muren en tante die huilt. Voor mijn gevoel is het een wonder ze hebben niet eens achter de bank gekeken. Denk ik terwijl de mannen zachtjes dit keer het huis verlaten. Nog altijd zit ik daar als tante ditmaal alleen de kamer binnenkomt. Het is voor mij veilig en ik kom voorzichtig tussen de kleren vandaan omhoog.
Op het perron
Hoe ik hier op het perron ben gekomen weet ik niet eens meer alles ging zo snel. Wel weet ik nog dat ik weer die mannen hoorde en zag ik hun laklaarzen wat ze altijd zo'n kabaal mee maken. Daar sta ik dan te kijken naar een trein vol met mensen die uit de wagons hangen en kijken en hoe ze hun handen uitsteken. Een meisje dat huilt en een oude man die er bij staat en haar hand niet los wil laten ook hij huilt. Zoveel mensen denk ik bij mezelf en in zo'n trein daar moet ik straks ook in. Het is geen normale trein dat had ik al lang gezien. Na daar enige tijd te hebben gestaan rijd de trein weg het gehuil word erger en ik hoor gegil. Een meisje jonger dan ik met een felrood jasje probeerd er uit komen, maar dit lukt haar niet. Mannen er vrouwen rennen achter de trein aan totdat ze niet verder kunnen. Enige tijd later komt er weer zo'n rare trein aan en ik weet dat ook ik nu mee moet. Daar zit ik dan op de grond in de trein, want er zijn geen stoelen hier. Ik vind het vies en het stinkt hier. Ik moet huilen en vraag me af of mijn ouders, broertjes en zusjes hier ook zullen komen. Een oude man probeerd mij te troosten het was de man die ik eerder de hand zag vasthouden van dat meisje. Nog altijd vol van hoop kijk ik naar de rare deuren of ze toch binnen zullen komen. De deur gaat dicht en al snel begint de trein te rijden. Voor mijn gevoel duurt het een eeuwigheid. De man praat tegen mij over het meisje het is haar opa hoor ik. Ik ben blij dat de man tegen mij praat dan voel ik mij minder alleen.
Ik ben moe en wil naar huis en ik begrijp niet waar we heen gaan. Eindelijk stopt de volgende dag de trein we worden met wagens opgehaald en wanneer we stoppen zie ik een heel groot gebouw met daarom heen lelijk land en een hek met prikkeldraad. We worden naar binnen gebracht en er word ons een plek aangewezen waar wij moeten slapen. het zijn rare houten bedden. Ik moet op de onderste en zie dat het heel krap is. Het ruikt hier vies en muf maar ik heb geen keus en ga er liggen ik hoor kinderen huilen en denk dan weer aan thuis.
Flasback
Opweg van school naar huis loop ik samen met mijn broertjes en zusjes langs een paar kleine huisje. Zoals gewoonlijk kijk ik hier naar binnen wat eigenlijk niet mag van mama want dat is niet netjes maar ik ben toch zo nieuwsgierig. Al gauw staan we voor de het huis met daaraan vast de winkel moeder hoort ons al en staat al snel in de deur opening. We treuzelen nog wat want we zijn altijd graag buiten. Eenmaal in de gang vraag ik aan pap waar mama is, wat ik wel weet maar ze antwoord lief: papa is aan het werk in de winkel. Tegen mama zeg ik dat ik graag wil helpen en loop al snel richting de winkel om papa te zoeken. Het eerste waar ik naar kijk is het fruit want dat vind ik altijd zo lekker. Papa komt naast mij staan en samen kijken wij naar buiten. Papa maakt wat grapjes waar we allebei om lachen en ik ben blij.
In de rare houten bedden
Voor het eerst word ik wakker in een voor mij vreemde omgeving. Ik wil huilen maar dat doe ik niet er staat een meisje naar mij te kijken en vraagt aan mij hoe oud ik ben. Zij is maar een jaar jonger dan ik dat ben kom ik achter. Hier ben ik met alleen maar andere kinderen allemaal veel jonger dan ik. Een paar zijn aan het huilen en een paar kijken mij stil aan. Het meisje dat een jaar jonger is dan ik begint weer te praten. Dat ze allemaal bang zijn zonder papa en mama. Ook is er een kindje van een jaar bij dat al gauw bij mij word neer gezet. Volgens de andere kinderen heeft het meisje geen papa en mama meer en is het beter als ik op het meisje let want ik ben de oudste. Met zijn allen zijn we in een kringetje gaan zitten. Omdat ik de oudste ben heb ik het gevoel dat ik voor ze moet zorgen ik hou mij heel groot en zing vaak liedjes met ze. Het meisje dat een jaar jonger is dan ik is ziek en vertelt me dat ze bang is om dood te gaan en ik stel haar steeds gerust ook al zie ik dat het slecht met haar gaat. Een aantal dagen later zitten we daar nog steeds en is het meisje dat mijn vriendinetje daar is geworden omdat ze van mij leeftijd is en mij begrijpt doodgegaan omdat ze toch echt heel ziek was. Ik loop wat voor de bedden heen en weer en irriteer mij aan de stank die hier hangt en steeds erger word. De afgelopen dagen werden er steeds meer kinderen weggehaald ik heb geprobeerd ze hier te houden ze huilden en ook ik huilde zo vreselijk vond ik het. De eerste dagen dacht ik dat ze nog wel terug zouden komen, nu weet ik inmiddels beter. Zodra je opgehaald word kom je nooit meer terug. Weer hoor ik die mannen praten in dat duits wat moeder zei. Gauw ga ik naar het bed met de baby want daar ben ik dichtbij. Ik weet wat er gaat komen en wacht gespannen af. Mijn ouders, broertjes en zusjes zal ik nooit meer zien. Het is 1942 en ik ben 12 jaar.