Nog steeds aan de Noordkant van de kloof..
"Eerst de was?" Vraagt Katty. Grace knikt en loopt naar binnen. Pakt de emmer en de twee jurkjes en zet het buiten onder het touw waar straks het jurkje aan zal hangen. Het touw is versleten, versleten en bijna kapot maar zolang dat nog niet het geval is kun je het nog prima gebruiken. Iets vervangen in de tijd dat je bijna niets hebt is teveel werk. De was is zo gedaan. Het is alleen het jurkje en het laken van Gracy in het water dopen. Het water eruit knijpen en het dan ophangen aan de waslijn, eenmaal klaar gooien ze het water langs het huisje weg. Kleren en lakens worden immers snel vies en het zou niet gunstig zijn dat ze daardoor zouden risceren dat ze ziek werden. Wat ze niet wisten was namelijk dat hun moeder daar de fout in was gegaan. Ze was het één keer vergeten toen Lieve maar door bleef zeuren dat Grace iets fout gedaan had en aangezien de moeder ouder was als de rest en minder bestand was tegen ziektes is ze alsnog daaraan overleden. De rest was nog gezond en naarmate je ouder word, hoe sneller je ziek kan worden. Iedereen vond het wonderbaarlijk dat Maria zo oud was en daarom werd ze de leiding van dit dorp. Ze was de enige vrouw die het dorp zo lang en goed kende.
"Wat nu? Jurk, laken of bessen?" Vraagt Katty aan Grace. Ze zijn immers klaar met de was. "Ik weet het niet. Het gaat vandaag niet allemaal lukken dat weet ik wel. Het duurt allemaal te lang." "Ik haal de deken die je de vorige keer bij mij gebruikt had, die is nog droog en enorm dun. Dat is goed genoeg met dit weer neem ik aan." Gracy knikt. "Dan kunnen we deze gebruiken om haar af te drogen. En dan, als ze gegroeit is pak je een van de jurkjes die jullie ook gedragen hebben.. De laken is niet helemaal nodig omdat ze ook bij jou onder de dekens kan slapen toch?" Grace knikt. "Dan gaan we nu bessen halen."
Met de tas om Grace haar schouders en de nog niet bedekte Gracy diep in haar armen geklemd lopen ze naar het huis van Katty. Eenmaal daar wikkelen ze eerst Gracy in het laken en pakken daarna nog een tas bij Katty erbij. Zij zou morgen bessen nodig hebben maar zij heeft er nooit veel nodig. Dit keer gaan ze voor in het bos zoeken want verder in het bos daarvoor zouden ze geen tijd meer voor. Tenslotte moesten ze het geluid kunnen horen dat aangaf dat Grace haar moeder naar beneden gegooid zou worden. Met Gracy in haar armen loopt Grace langs haar beste vriendin over het zandpad. Het zand prikt in de wonden die blijkbaar nog open zijn van de vorige keer dat ze bessen ging plukte maar toch loopt ze door ze móet de bessen hebben want anders zal ze weer bessen moeten vragen aan andere mensen en dat gaat ze dus mooi niet doen.
Aan de Zuidkant van de kloof..
Lenny word wakker en rekt zich uit. Als hij Lennah oppakt en naar de kamer loopt ziet hij zijn vader voor het raam staan, kijkend naar buiten, waar het regent. "Vandaag ga je zelf eens uitvogelen hoe je een dier vangt. Je bent oud genoeg als je ook al een kind kan hebben." Hoewel Lenny er geen zin in heeft zegt hij dat dat oke is. Zijn vader draait zich om en wijst naar de stok. "Pak die stok maar, die is voortaan van jou, het is mijn oude stok van vroeger." Met Lennah in zijn handen pakt Lenny de scherpe stok die op de tafel ligt. "Ik zie je straks pap." Lenny's vader knikt. "Ga je hem meenemen?" Lenny's vader wijst naar Lennah. Lenny zucht. "Ik ga hem eerst even bij Noah brengen en dan ga ik jagen.." Lenny's vader haalt zijn schouders op. "Je doet maar wat jij wilt.." Dus Lenny loopt het huis uit waar regen over hem heen giet. Wanneer hij bij Noah's huis komt loopt hij naar binnen. Niet te ver aangiezien hij nat is. Aan de eettafel zit hij. "A Lenny en Lennah!" "Zou je vandaag even op Lennah kunnen passen? Ik moet van mijn vader zelf een dier gaan slachten omdat ik volgens hem oud genoeg ben.." Noah knikt. "Natuurlijk doe ik dat! Tenslotte ben ik zijn oom." Breed lachend loopt hij naar Lenny en neemt Lennah van hem over. "Ik zie je vanzelf wel weer verschijnen he? Succes jongen vertel me hoe het gegaan is." Lenny lacht. "Natuurlijk doe ik dat." Lenny klopt nog even op Noah's schouder. "Bedankt dat je op Lennah wil passen, ik weet niet wat ik zonder je moet.." Noah grinnikt. "Gelukkig hoef je ook niet zonder me te doen maar ga nu maar.." Noah duwt met zijn vrije hand zijn vriend naar buiten, de regen in. "Bedankt.." Zegt Lenny grinnikend. Dan vervolgd hij zijn weg naar het bos. Het gras dat onder zijn voeten zit voelt drassig aan, zijn voeten zakken er iets in.
Een vos rent weg, hard en ongecontroleerd. Bijna botst hij tegen een boom aan maar nog net buigt hij er rechts omheen. Lenny baalt en loopt naar zijn stok. Daar gaat hij op de grond zitten. Dat was al het derde dier. Het konijn was mis. De vogel was zelfs kansloos en de vos was dus ook niet erg raak. Hij is al lang bezig. De regen is al een tijd geleden gestopt. Het vinden van een dier is al niet super simpel maar het jagen erop is nóg ingewikkelder. Lenny blijft nog vijf minuten op die plek zitten en ziet dan in de verte wat bladeren bewegen. Lenny pakt zijn stok, staat op en sluipt richting de plek. Wat niet erg slim van hem is. Hij weet niet dat deze dieren hier zijn, het is hem dan ook nooit verteld.. Hij gaat langs de struik zitten die eerder bewoog. De takken en bladeren houd Lenny met zijn armen en stok opzij. Waterdruppels druipen over zijn armen naar zijn schouders die vervolgens op zijn natte kleed terecht komen. Hoewel de regen al een tijd opgehouden is is het bos nog niet zo droog. Door de takken heen vind hij een levend echte beer. Hoe? Hoe kan dat hier nu leven? Hoewel Lenny niet weet wat het is vraagt hij zich af of meer mensen deze wezens ooit is tegengekomen. Lenny haalt zijn armen weer uit de bosjes. Waardoor de bosjes bewegen. Hij draait zich om en staat op om weg te lopen. Totdat Lenny een warme adem in zijn nek voelt en alle nekhaartjes overeind beginnen te staan. De beer staat recht achter hem..