Dit was altijd het vervelendste moment van de week. Arno zat in de donkere, kille Observatiekamer waar een paar zielige kaarsen probeerden om het nog een beetje gerieflijk te maken, zonder resultaat. Zijn vriend Steffan was in slaap gevallen, dus Arno kon het niet maken om nu ook een dutje te doen, ook al kostte het hem veel moeite om wakker te blijven.
De Observatiekamer was een klein kamertje bovenin de Prisma. In de ronde kamer stond een grote tafel waar zeven wereldkaarten op lagen, er hingen tapijten aan de muren en er was een uitgebrande openhaard. De gordijnen voor de ramen waren gesloten. Overdag vond Arno de kamer heel gezellig, maar nu kreeg hij er de kriebels van.
Deze taak was een van de mindere kanten van het Reizigersbestaan. Elke jonge Reiziger had de taak om eens per week te Observeren in de toren, dat wilde zeggen dat hij of zij de kaarten in de gaten moest houden en direct zijn Meester moest halen zodra er veranderingen zouden optreden. In de praktijk betekende dat gewoon een halve nacht wakker zitten, want de kans dat er iets zou gebeuren was zo klein...
Arno verwenste zichzelf omdat hij te lui was geweest om brandhout te halen. Er was nog maar een klein restje over geweest en dat was nu allemaal op, en het werd steeds kouder.
Zou hij even naar beneden kunnen glippen om hout te halen? Als hij dood zou vriezen, zou hij helemaal niets meer in de gaten kunnen houden en daarom stond hij op om naar beneden te gaan. Maar op dat moment begon er een zwak licht van de kaarten te schijnen...
Arno kon zijn ogen niet geloven. Was dit echt waar, uitgerekend nu híj op wacht stond? Hij haastte zich naar de kaarten en kon zijn ogen niet geloven. Het waren twee lichtjes, schijnend op de kaart van Amber!
'Steffan, dit is toch niet te geloven? Kom eens hier!' Steffan kwam overeind, en toen hij zag wat er aan de hand was werden zijn ogen groot.
'Ik ga snel onze Meester halen! Blijf hier, en kijk of je hun Kleur kan ontdekken,' riep Arno, terwijl hij de trap al afstormde.
--*--
'Kijk eens aan,' zei de Meester zachtjes maar enthousiast, 'dat is een geluk!' Hij pakte een zeshoekig vergrootglas en bekeek de pulserende lichtjes op de Amberkaart van dichtbij.
'Het zijn Amethisten!'
Arno en Steffan keken de Meester stomverbaasd aan. Dat was toch niet mogelijk?
De Meester keek de jongens doordringend aan.
'Dit gaat interessant worden, mijn jongens.'
•
Dat was de proloog! Dit is mijn eerste verhaal, ik ben benieuwd wat jullie ervan vinden :)
xx FdL