ff iets anders

By Meeuwtje

18K 977 51

Ik was altijd een saai mens. Nou ja, saai... Ik had een rustige kindertijd zonder drama's. Doorsnee cijfers o... More

ff iets anders
Epiloog
Proloog
1. hersenschimmen
2. honger
3. veranderingen
4. Jesse
5. Kaspar
6. Silas
7. lessen
8. kriebels
9. twijfels
10. mistrap
11. Date
13. vrienden
14. familie
15. Scherven
16. naweën
17. dilemma
18. Avondje uit
19. uitleg
20. vrienden
21. Julius
22. executie
23. koerswijziging
24. botsing
25. familie II
26. shopping
27. Astofanes' verhaal
28. meidenavond
29. oversteek
30. een nieuw begin
31. school
32. Helen
33. bloed
34. ziekenhuis
35. huisbezoek
36. vragen
37. test
38. bloeddorst
39. Kater
40. les nummer 1
41. Les nr.2
42. wrijving
43. andere tijden
44. vrienden
45. Egomanie
46. les nr. 3
47. macht
48. Het vijfde wiel
49. weerzien
50. heimkeer
51. kibbelen
52. bekentenissen
53. sparks
54. Vuur
55. de zevende hemel
56. krijgsraad
57. familiebanden
58. vechthanen
59. vriendinnen
60. hoop
61. de zaal
62. Raadszitting
63. in de cel

12. kruisverhoren

355 14 0
By Meeuwtje

Zondag ochtend werd ik door de telefoon wakker. Het was Kaspar. Ik moest vanmiddag voor de Raad verschijnen.

Het is zondag! Ik wilde thuis blijven en nagenieten en krachten verzamelen voor de aankomende kerstdagen maar weer werd de realiteit me bruut voor de voeten gegooid.

Kaspar stond even later voor de deur. Hij kon zich hele stukken zo snel verplaatsen dat het nauwelijks voor het mensenoog zichtbaar was. Wel handig als je eeuwig te jong voor een rijbewijs bent. Of mijn kracht en behendigheid ooit zover komt betwijfeld Kaspar. Daarvoor zou ik mijn dieet moeten veranderen.

Ik stond er nog steeds in mijn xl-t-shirt dat ik tijdens het slapen had gedragen toen ik de deur open deed.

“Even ontbijten.” Ik hief mijn glas tegen hem op. “Ook een slokje?”

“Nee, bedankt.” Hij schudde zich en trok een grimas. “Ik heb al gegeten.”

“Ik ga me even aankleden, doe alsof je thuis bent.”

Ik dronk de laatste slok op en spoelde het glas meteen af. Daarna liep ik naar mijn slaapkamer om me in mijn spijkerbroek en trui te hijsen. Dit alles was in drie seconden gebeurd. Voor mij een record maar Kaspar schudde meewarig zijn hoofd.

Als ik alleen was liep ik nog steeds in mensentempo. Ik vond dat rustgevend en me leek de kans kleiner dat ik buiten in gedachten en per ongeluk te snel bewoog. Daar was ik buitengewoon bang voor. Opvallender dan niets eten lijkt mij. En bovendien een ten strengste verboden vertoning in het openbaar maar voor Kaspar wilde ik me wel even laten gelden.

Ik ging naast hem op de bank zitten.

“We hebben het nu wel altijd over ‘de Raad’ gehad maar alleen in abstracte zin. Ik zou graag weten wie en wat ik vanmiddag kan verwachten. Wat zijn dat voor mensen… eeeh… vampiers? Hoe veel zijn er en wat voor vragen zullen ze me stellen? Kan er nog iets ergs gebeuren?”

Kaspar glimlachte rustgevend. “Zo veel vragen. Daarom ben ik hier.”

Ik trok mijn benen onder me en ging in kleermakerszit op de bank zitten om te luisteren.

“Het zijn er vijf. De basis dan, degenen die jij vanmiddag zult ontmoeten. Daarvan zijn twee de baas, zeg maar. Bij elke beslissing moeten die twee het eens zijn en minimaal één van de andere drie. Als ze het niet eens worden woord de raad der oudsten erbij gehaald. Dat zijn de vijf oudste vampiers van de wereld. De Raad is per land of regio georganiseerd. In ons geval Nederland, België en een deel van Duitsland. De leden wisselen natuurlijk steeds omdat wij om de zeven jaar opnieuw ergens moeten beginnen en maar eens in de eeuw naar een plek terug kunnen. De raad der oudsten is over de hele wereld dezelfde en ze zouden alleen maar wisselen als een van hun zou sterven maar dat is sinds ik erbij ben nog niet gebeurd.”

“Hoe oud is de oudste?” onderbrak ik hem.

“Precies weet zij het niet – het is een vrouw- maar ongeveer drieduizend jaar.”

“Wow”

“Maar nu over wat je vanmiddag kan verwachten.”

Ik zat roerloos af te wachten.

“Silas ken je al. Hij is er dus één van de Raad. Hij hoort niet bij de horens. Zo noemen wij de twee bazen. Julius is een hoorn en Wilhelm de tweede. Dan zijn er naast Silas nog Castor en Solveig. Wilhelm komt oorspronkelijk uit Oostenrijk en is rond de vijfendertig, zijn uiterlijk dan. Hij komt uit het Sissi-tijdperk. Een rustige en gemoedelijke man die alles eerst van alle kanten wil bekijken” Hij grinnikte. “Ook Silas komt uit die tijd maar hij komt uit het huidige Duitsland. Julius lijkt op een twintigjarige maar hij is de oudste. Een echte romein. Hij was als mens al verwend en is dat gebleven. Hij is een arrogant mannetje en je moet uitkijken dat je hem niet op zijn tenen trapt. Gelukkig heeft hij Wilhelm nodig om beslissingen te kunnen uitvoeren maar hij kan het je knap lastig maken. Castor is een buldog. Hij is bijna vijftienhonderd jaar oud en ziet eruit als midden twintig. Hij is groot, breed en onbehouwen. Eigenlijk is hij er met name voor het vuile werk.”

Weer zie ik een zweem van pijn over zijn blik flitsen. Ik denk dat ik begreep wat hij bedoelde maar ik wilde er niet het fijne van weten.

“Solveig is een vikingvrouw”, ging hij verder. “Ze heeft iets van een moeder. Ze kan lief en verzorgend zijn maar ook hard en straffend als het moet.”

Ik prentte me namen en bijbehorende waarschuwingen goed in en probeerde me een beeld te maken.

“Hoe het precies af zal lopen weet ik niet. Deze situatie is voor iedereen nieuw. Een toevallige transformatie komt bijna nooit voor. Ik ga ervan uit dat het zo afloopt als bij elke beslissing die de Raad moet nemen. Je gaat met ieder lid een gesprek voeren en ieder voor zich gaat een beslissing nemen en als die niet unaniem is wordt erover gediscussieerd eventueel ook weer met jou erbij.”

“En wat word er vandaag over mij besloten?”

“Of je opgenomen wordt in onze gemeenschap.”

“En wat is het alternatief?”

“Dat je uitgezet wordt naar wat de mensen de derde wereld noemen. Daar is het ieder voor zich en het recht van de sterkste. Sommigen kiezen er zelf voor. Maar als je uitgezet bent heb je niet de keuze. Dan mag je je in de door de Raad georganiseerde gebieden niet meer laten blikken anders word je geëlimineerd. Als ze je te pakken krijgen”

“Hoe werkt dat dan bij vampiers?”

“Dat wil je niet weten!”

Langzaam drong er tot me door dat er een kans bestond dat ik heel snel alles zou kunnen verliezen. Maar dan ook echt alles. Kaspar zag blijkbaar de schrik in mijn ogen toen dat besef tot me doordrong want hij schoof dichterbij en legde geruststellend een arm om me heen.

“Ik maak me bij jou echt geen zorgen dat dat gebeurt. Ik denk, in het ergste geval zal er een nieuwe master voor je worden gezocht.”

“Nee!” Ik keek hem geschrokken aan. Kaspars voortdurende aanwezigheid werd me soms al te veel. Bij een ander zou ik echt het gevoel hebben opgesloten te zitten. Dag en nacht door een vreemde geobserveerd en beoordeeld te worden zou me in de waanzin drijven.

“Ze gaan jou toch dan ook zeker ondervragen?”

“Waarschijnlijk!”

“Moeten we dan niet even onze verhalen op elkaar afstemmen?”

Kaspar keek me fronsend aan. “Is dat nodig dan?”

“Nou ja, dat kroegverhaal…?”

“Wees gewoon eerlijk en vertel het zoals je het aan mij hebt verteld, dat je juist heel bewust je tempo en kracht hebt ingezet. Het komt wel goed. Wees gewoon eerlijk.”

Ik vreesde dat was een beetje het probleem. Ik durfde niet eens eerlijk tegen Kaspar te zijn. Na de vorige dag zou ik hem eigenlijk over Jesse moeten vertellen. Ik kon het niet en ik praatte mezelf in dat, zolang er niet eens gezoend is, geen reden voor openheid bestond. Ik hoopte alleen dat de leden van de Raad me ook niet konden doorzien.

“Er zijn niet nog de een of andere gaven waar ik van moet weten?”

Kaspar lachte hardop. “Je leest te veel boeken. We hebben allemaal dezelfde gaven, de een meer dan de ander.” Hij stokte even en keek me met schuin gelegd hoofd aan. “Ofschoon jij toch een bijzondere gave hebt. Het ontbreken van een bijtdrang is echt uniek. Ik ben benieuwd of zich dat nog ontwikkelt.”

Ik hoopte van niet. Met die vraag wilde alleen maar zeker stellen dat zoiets als gedachten lezen niet bestond.

Mijn bakbeest liet zich alleen maar met moeite door de nauwe straten van de Amsterdamse binnenstad dwingen en een parkeerplaats voor dit logge vehikel te vinden was bijna onmogelijk. Na een half uurtje rondjes te hebben gedraaid verliet er net voor mijn neus een busje een parkeerplaats.

“Laat mij maar.” Kaspar begon al over de versnellingspook te klimmen.

“Hey,” protesteerde ik. “Je hebt helemaal geen rijbewijs.”

Inmiddels zaten wij al met z’n tweeën op de autostoel. Klem tussen deur en pook.

“Vertrouw me nu maar.” Kaspar duwde me ongeduldig met de heup tegen de deur aan. Ik stapte uit en ging voor de auto langs om op de stoep te gaan staan. Kapar zette de lange Ford in een keer in de toch nog nauwe plek tussen een glanzende Mercedes en bovendimensionale pickup.

We hadden nu wel een parkeerplek gevonden maar niet echt dicht bij onze plek van bestemming. We moesten nog een goed stuk lopen. Gelukkig hadden we wel een paar tegenslagen in de tijdsplanning opgenomen. We zouden het net redden om op tijd te zijn.

In de hal verwachtte ons Silas.

“Hallo Sara. Goed jou weer te zien. Je zult met elk van ons een gesprek hebben. Ik ga ervan uit dat Kaspar je heeft verteld wat je ongeveer te wachten staat?”

“Ja.” Ik was zenuwachtig en wilde geen lang voorspel, alleen alles snel achter de rug hebben.

“De gesprekken gaan in mijn kamer plaats vinden. Dat ken je al en ik hoop dat je je daar het meest op je gemak voelt.”

“Heel attent, bedankt.”

“Na de gesprekken wacht je in de kamer, je wordt dan gehaald. Nog vragen?”

“Nee, ik laat het wel op me af komen. Bedankt.”

Silas draaide zich om en liep me voor de trap op. Ik keek nog even naar Kaspar, die me bemoedigend glimlachend toe knikte en beklom achter Silas de trap.

Mijn eerste gesprek voerde ik met Solveig. Misschien was het opzet om met haar te beginnen. Ze maakte me rustig. Het was een open, oprecht geïnteresseerde vrouw. Lange roodblonde haren waren in een dikke vlecht gebonden. Heldere blauwe ogen met roodblonde wimpers. De bleke gelaatskleur zag bij haar natuurlijker uit dan bij andere vampiers. Met haar praatte ik veel over mijn menszijn en mijn relaties met andere mensen. Familie, vrienden, collega’s. Soms luisterde ze lang met een melancholische blik zonder me te onderbreken en soms zat ze voorovergebogen op haar stoel en stelde een vraag naar de ander.

Ze was bijzonder blij met onze familiemotto ‘zolang ik niets van je hoor zal het wel goed met je gaan’. In onze familie hielden we allemaal erg veel van elkaar, maar ook van ons eigen leven. Niemand was boos als er drie maanden geen woord werd gewisseld. Zodra er problemen waren, waren we er voor elkaar. Steunen en loslaten. Voor mij was het nu buitengewoon voordelig dat er niet drie keer de week familie over de vloer kwam.

Het was al met al een prettig gesprek en vol goeden moed zag ik het volgende tegemoet.

Wilhelm was een onopvallende man met bruin haar en een gemiddelde lengte. Alles aan hem was onopvallend zelf zijn bleekheid viel niet op. Hij was rustig en observerend en liet voornamelijk mij aan het woord. Ik herhaalde wat ik Kaspar en Silas al had verteld over mijn leven na de transformatie. Daar had ik het met Solveig niet eens over gehad. Iedereen zal wel zijn eigen prioriteiten bij de besluitvorming hebben. Wilhelm liet me rustig uitpraten, stelde nog een paar vragen, stond op en liep met een hoofdknik de deur uit.

Over Castor had Kaspar niet te veel gezegd. Hij was groot, had een korte nek en brede schouders. Ook zijn gezicht was grof met een vierkant voorhoofd en diepliggende ogen. Buitengewoon onaanzienlijk voor een vampier. Werkelijk iemand die je niet s’nachts in een donker steeg wil tegenkomen. Hij ging zonder een woord te zeggen zitten en staarde me aan. Ik begon dus weer hetzelfde verhaal te vertellen. Toen ik het af had bleef hij met die nog steeds borende blik zitten. Ik vertelde nog dingen die ook Wilhelm wilde weten en wachtte weer. Wat een griezel. Laten ze die echt vrij rondlopen? Ik vertelde dus ook alles wat ik Solveig al had verteld en wachtte weer. Het werd toch langzaam moeilijk om rustig te blijven ook al sloeg je hart nog zo langzaam. Maar nadat hij niet stopte met staren werd ik koppig. ‘Als je meer wil weten moet je vragen,' dacht ik opstandig, rechtte mijn rug en staarde terug. Daarbij probeerde ik er niet aan te denken wat Kaspar over de taken van dit speciale raadslid had verteld. Er gleed een vluchtige grijns over zijn gezicht. Hij stond op en verliet de kamer.

Ik was nu al meer dan drie uur aan het praten en langzaam raakte ik uitgeput. Mentaal dan, want mijn lichaam leek steeds meer op een machine. Ik was blij dat Silas de volgende was die door de deur trad.

“Wij hebben elkaar ja al uitvoerig gesproken.” Silas gaf me een hand en ging zitten. Ik nam tegenover hem plaats. “Vertel even hoe het gaat met Kaspar en jou. Zijn er nog dingen gebeurd waarvan je denkt dat ik het zou moeten weten?”

“Het gaat goed”, begon ik mijn verhaal en vertelde over de lessen en ook over de leuke kanten van zijn leermeesterschap. “Ik denk dat Kaspar het goed doet maar ik heb natuurlijk geen vergelijksmogelijkheden”, besloot ik mijn verhaal. Ik glimlachte naar hem.

“Nog iets gebeurd?” Hij keek me scherp aan. In een flits dacht ik dat hij Jesse bedoelde. Snel schoot me het kroegverhaal ten binnen en ik vertelde hem ook hier eerlijk wat gebeurd was maar blijkbaar had hij de eerste schrikreactie goed geïnterpreteerd want hij boorde verder. “Nog iets buiten Kaspar om gebeurd?”

“Nee,” zei ik met vaste stem.

Hij keek me vragend aan en ik keek zo zelfbewust het even ging terug.

Het is veel makkelijker om rustig te blijven en een besliste indruk te maken als je hart ten alle tijden rustig door blijft slaan. Achteraf bezien weet ik niet meer of je als mens zenuwachtig wordt omdat je hart op hol slaat of dat het omgekeerd is. Als vampier is het in elk geval stukken eenvoudiger om op alle mogelijke manieren cool te blijven.

Nu werkte het tenminste. Silas ogen verloren hun proevende blik en glinsterden weer vriendelijk.

Julius was oogverblindend mooi. Hij leek wel een engel. Donkerblond haar omraamde zijn fijngesneden gezicht met een perfect rechte neus een buitengewoon mooi gevormde mond met volle lippen. Wenkbrauwen en wimpers waren zwart en een perfecte lijst voor zijn donkerblauwe, bijna paarse ogen. Maar deze ogen keken alles behalve engelachtig. Arrogant en koud keek hij langs zijn neus op me neer toen ik opstond om hem beleefd te begroeten.

“Jij bent dus Kaspars speeltje.” Wat een aardig begin. Ik herinnerde me Kaspars waarschuwing en bleef beleefd.

“Ik zou mezelf geen speeltje willen noemen”, zei ik gevat.

Hij grijnsde boosaardig. “Wat doet hij dan met jou als niet spelen?”

Ik vertelde hem van onze ontmoeting in de trein, onze bezoek bij Silas en wat hij me daarna nog heeft geleerd en tegen mijn verwachting in luisterde Julius geduldig.

In de loop van mijn verhaal veranderde zijn houding. Ik zag hem steeds geïnteresseerder kijken. Ik kreeg er de kriebels van. Zijn blik had iets hebberigs. Hij was dan ook de eerste die het over mannen in mijn leven had.

“Jij bent vijfentwintig zei je. Ook al zou je niet in de eenentwintigste eeuw zijn opgegroeid. Je hebt de leeftijd, dat je ervaringen hebt opgedaan. Hoe veel mannen heb je gehad?”

Dat was zijn eerste vraag nadat ik mijn verhaal uitverteld had en als ik mens was geweest, zou me het schaamrood in het gezicht zijn geschoten. Ik moest een keer diep doorademen om mijn boosheid over zo veel botheid te onderdrukken.

“Twee”, zei ik eerlijk.

“Wanneer en hoe lang?” Dat waren dingen waar ik het zelfs met Kaspar niet over heb gehad.

“Wat doet dat ter zake?”

“Ik moet weten hoe dreigend het gevaar van te veel intimiteit met een man de aankomende maanden is om een goede beslissing te kunnen nemen. Te veel en persoonlijk contact met een mens is altijd met risico verbonden.”

Nu was ik erg blij, dat ik niet kon zweten of rood worden. Het was alsof hij me had doorzien maar het lukte me om rustig te blijven.

“Ik had een vriendje van mijn vijftiende tot mijn twintigste en op mijn drieëntwintigste een onenightstand.”

Vol ongeloof staarde hij naar me. “Je hebt dus praktisch al sinds vijf jaar geen seks gehad? Interessant.” Weer kreeg hij die gulzige blik. Zijn trekken mochten dan nog zo ideaal zijn, zijn blik maakte hem lelijk en ik hoopte dat het snel voorbij zou zijn. Julius dacht er anders over. Hij stond op en kwam naast me zitten. Bezitterig sloeg hij een arm om mijn schouder en lachte boosaardig toen ik terugdeinsde.

“En Kaspar dan?”

“Wat is met Kasper?”

“Heeft die nog geen interesse getoond? Voor hem wordt het ook weer eens tijd.”

Ik keek hem vragend aan. “Waarom zou ie?”

“Je bent een goede aanwinst. Ik zou wel willen snoepen.” Hij keek nu ronduit broeierig en draaide me naar zich toe. Ik hield me zo stijf ik kon.

“Is dat een eis om van jou een goede beoordeling te krijgen?” Ik probeerde mijn wanhoop niet door te laten klinken.

“Hmmm…?!” Hij kreeg weer die gemene blik.

“Ik zal het erop aan laten komen. Ik ben geen hoer die zich laat kopen.” Met deze woorden maakte ik me uit zijn armen los, wat natuurlijk alleen ging omdat hij het toeliet, stond op en staarde hem aan. Mij was gezegd dat ik in deze ruimte moest blijven dus het was aan Julius om te gaan. De zenuwen, of wat het bij ons ook is, gierden door mijn lijf.

Mijn standvastige reactie verwarde Julius zichtbaar. Blijkbaar was hij onder de indruk. Zijn glimlach leek ineens oprecht en zijn schoonheid werd zo voor het eerst goed zichtbaar. Hij reikte me beleefd de hand om afscheid te nemen en verliet de kamer.

Een paar minuten later betrad Kaspar de kamer, kwam naast me zitten en sloot me zwijgend in zijn armen. Na even stil gezeten te hebben schoof hij me van zich af en probeerde mijn blik te vangen. Ik was nog steeds onder de indruk van Julius. Ik moet toegeven, hij heeft me geïntimideerd.

“Hoe was het? Wat heb je met Juilius gedaan? Hij was een beetje van slag ook al wilde hij het niet laten merken.”

“Het was heel griezelig. Ik geloof hij zag me al als een minnares maar dat ben ik echt niet van plan en ik heb er snel een stokje voor geschoven.” Onzeker keek ik naar Kaspars reactie.

Hij glimlachte wrang. “Ja, afwijzing is hij niet gewend. Ik hoop alleen dat hij er tegen kan. Wat naar voor jou. Probeer even wat tot rust te komen.” Hij ging verzitten zodat ik geriefelijk tegen hem aan kon leunen.

“En wat gebeurt er nu?”

“Er worden drie beslissingen genomen. Één, of je überhaupt in de gemeenschap wordt opgenomen. Twee, wie jou master wordt en drie, wanneer je overlijdt en dus dit district moet verlaten.”

“En hoe lang doen ze daarover?”

“Als ze te snel terug zijn is dat een slecht teken want dan hoeven ze over de laatste twee vragen geen beslissing te nemen.”

“Hebben ze jou ook bevraagd?”

“Ja, maar we kennen elkaar goed dus voor mij was het tamelijk makkelijk.”

“Wilde Julius van jou ook weten of wij iets hebben?”

Kaspar keek me niet aan toen hij antwoordde. “Natuurlijk.” Verder zei hij er niets over.

We bleven weer een paar minuten zwijgend naast elkaar zittend. Julius als het zwaard van Damokles over ons zwevend.

Het moet me toch gelukt zijn om tegen Kaspars rustgevende schouder in slaap te vallen. Het geluid van de knarsende deur liet me opschrikken. Silas keek om de hoek en zijn ogen stonden zoals altijd vriendelijk.

“Komen jullie naar de vergaderzaal?”

Het oordeel was geveld. Wij volgden Silas de trap af en gingen door de grote openslaande deuren. Het was net een rechtszaal. Op een podium stonden twee mooie, met houtsnijwerk versierde stoelen. Het leken wel tronen. Daarvoor stonden gelijkvloers drie eenvoudige stoelen achter een lange tafel. In de anders lege ruimte stonden in het midden twee krukken en Silas gebaarde ons daarop plaats te nemen. Zodra wij zaten kwamen de vier ander leden van de raad de kamer binnen. Zoals ik had verwacht namen Julius en Wilhelm de stoelen op het podium in, de drie anderen gingen achter de tafel zitten.

Julius stond op en nam het woord.

“Jij, Sara Maria Leeghwater zult voortaan lid van onze gemeenschap zijn en de naam Sara Sandmann dragen.” Vragend keek ik Kaspar aan maar die knikte geruststellend naar me.

Julius keek bij die uitspraak verbazingwekkend vriendelijk. “Kaspar wordt in gelegenheid gesteld jou master te zijn. Hij is voor jou verantwoordelijk en jij hebt hem te gehoorzamen tot de Raad een nieuwe beslissing neemt. Jouw officieel overlijden wordt voltrokken op 1 juni van het komende jaar.” Ik slikte. Nog maar een half jaar. “Over jou volgende bestemming is nog geen beslissing genomen. Wensen van jouw kant zal zo veel mogelijk tegemoet worden gekomen. Hiermee sluit ik de bijeenkomst. Jullie mogen gaan.” Zonder weer te gaan zitten sprong Julius van het podium en verliet als eerste de zaal zonder nog naar ons om te kijken.

“Kom, ik breng je nu eerst maar naar huis.” Kaspar trok me uit mijn stoel en hield mijn hand vast toen we naar buiten liepen. In de deur draaide hij zich nog even naar Silas. “Ik blijf nog even bij haar. Morgen ben ik weer thuis.” Ik liep verdoofd achter Kaspar aan het pand uit.

Continue Reading

You'll Also Like

20.4K 560 35
Cassidy Smoak is het nichtje van Caroline Forbes. Ze heeft heel haar leven in mystic falls gewoont, tot 2 jaar terug. Cassidy haar ouders zijn overle...
14.1K 210 14
anak ama at mga kapatid mystery-thriller [M2M]
11.3K 762 24
deel 1 van die eme rare Eyed Diamomd serie die over twilight gaat. Aubrey is 16 jaar en woont in Amsterdam. Haar grootste hobby is haar autosport, sa...
25.8K 1.2K 53
Ontvoerd door een vampier. Je hele leven word anders als je door en vampier word ontvoerd. Nederlands boek Begin:14/02/2018 Einden:26/07/2018
Wattpad App - Unlock exclusive features