Proeftijd - Flikken Maastricht

Oleh c_building_bridges

510 31 24

Wat als ze het gewoon zouden proberen? Wat als ze eindelijk eerlijk zouden zijn, zich eindelijk zouden overge... Lebih Banyak

zondag, 22:31 uur
maandag, 06:30 uur
maandag, 13:46 uur
maandag, 20:05 uur
dinsdag, 07:02 uur
dinsdag, 08:42 uur
dinsdag, 09:03 uur
dinsdag, 22:39 uur

zondag, 20:24 uur

70 4 4
Oleh c_building_bridges

Het was een krankzinnige gedachte. Ondenkbaar en uitgesloten. Een wens van een man die de realiteit niet helder voor ogen had, die leefde in een droomwereld. De sprong was groot, te groot. Zij zouden nooit ongedeerd aan de andere kant aankomen.

Waarom kon Eva van Dongen zijn vraag dan niet uit haar hoofd zetten?

Even was ze zijn woorden vergeten. Enkele weken, misschien een maand, had ze haarzelf voorgehouden die nacht in de blokhut niet langer te herinneren. Weggestopt, weggedrukt. Dit was een leugen geweest, dat wist zij, een manier om haar eigen gevoelens te onderdrukken en de muur om haar hart niet te laten afbrokkelen.

Slechts zes woorden waren nodig geweest om de vraag die hij haar toen had gesteld terug te brengen in haar gedachten. Haastig gesproken in een kunstmatig verlichtte parkeergarage, slechts minuten verwijderd van een explosie die teveel mensen van hun leven zou hebben beroofd. Ze had niet kunnen antwoorden, niet alleen omdat hij haar daar de tijd niet voor gaf, maar omdat ze de woorden niet had kunnen vinden.

Toch wist ze wat haar antwoord zou zijn geweest. Op het moment dat hij maanden geleden die vraag had uitgesproken, had ze haar antwoord geweten. Luid en duidelijk, als een waarheid die in de eeuwigheid op haar ziel was geschreven, wachtend op het moment dat iemand - dat hij, alleen hij - om haar hart zou vragen.

Sindsdien spookte zijn vraag weer door haar hoofd, werd ze wakker gehouden door de woorden die ze wilde uitspreken maar niet over haar lippen kon krijgen.

Want het was een krankzinnige gedachte. Ondenkbaar en uitgesloten.

Toch?

Met een zucht zakte Eva onderuit op haar stoel, haar ogen gericht op de brede rug van de man voor haar. Zoals iedere avond had Floris na de maaltijd de afwas gedaan en aan Eva gevraagd of ze thee wilde. Het antwoord was iedere avond hetzelfde, maar de routine gaf hen beiden houvast. Dus stond Floris over het koffiezetapparaat gebogen, sloeg hij de theedoek over zijn schouder en pakte hij zonder te kijken de theedoos uit het rek.

Eva kon zich niet herinneren wanneer zij van Floris was gaan houden. Misschien vanaf het moment dat ze hem voor het eerst ontmoette, misschien toen het bloed uit zijn hoofd lekte in die vliegtuigloods. Soms dacht ze altijd al van hem te hebben gehouden, zelfs voor dit leven, toen zij andere mensen en toch dezelfden waren geweest. Ze twijfelde of dit mogelijk was en toch wist ze dat dit waar was.

Ze hield van Floris, meer dan ze ooit van iets of iemand anders gehouden had.

Uiteindelijk kwam het neer op angst, natuurlijk. Zij waren hier beiden schuldig aan, al moest Eva toegeven dat Floris zijn bezwaren vaker opzij had gezet. Hij had haar ten huwelijk gevraagd, op een onmogelijk moment, maar hij had de sprong gewaagd. Zonder haar antwoord, zweefde hij dan nu nog altijd tussen hemel en aarde of was hij ondertussen hulpeloos neergestort?

Wanneer ze in zijn ogen keek, nog altijd helderblauw maar door de pijn donkerder, had ze spijt. Spijt dat ze toen niet had geantwoord, spijt dat ze jaren geleden voor een andere man had gekozen, spijt van haar hardnekkig wantrouwen, spijt van de harde woorden die ze te vaak in zijn gezicht had gespuwd. In de diepte van haar hart huisde namelijk een verlangen naar hem, naar haarzelf overgeven aan hem, naar de rest van haar leven met hem.

Een verlangen naar een definitieve beslissing.

Eva was aan zet, dat was een onuitgesproken regel waar zij zich beiden nu al bijna een jaar aan vasthielden. Het schilderij was een stap geweest, een aanloop die haar tot een sprong had moeten brengen. Ze wist niet hoe lang ze haar mond nog kon houden, hoe lang ze de stemmen in haar hoofd het zwijgen op kon leggen.

En als Eva eerlijk was tegen haarzelf, wist ze niet of ze dit nog langer wilde.

Met gecontroleerde bewegingen draaide Floris zich om, een theeglas in zijn rechterhand en de theedoos in zijn linker. Op zijn gezicht rustte een prachtige glimlach, ontspannen en tevreden, zoals hij enkel naar haar kon kijken. Zoals hij al jarenlang naar haar keek, alsof zij het enige in deze hele wereld was die hij nodig had.

Opeens wist Eva het zeker. Als een laatste druppel in een emmer, wolken die wegdreven waardoor een brede sterrenhemel zichtbaar werd, was deze glimlach het laatste zetje dat zij nodig had. De talloze blikken, aanrakingen, woorden. Het had haar geleid tot hier, tot dit moment, op een zondagavond in hun keuken.

Dus sprong ze, voelde ze haarzelf loskomen van de grond, niet wetend waar haar voeten zouden landen. Nog altijd bang, doodsbang voor wat hen te wachten stond.

Voordat deze angst haar - opnieuw - zou verstikken, liet ze de woorden van haar lippen vallen.

"Ik wil ook met jou trouwen, Wolfs."

Onmiddellijk voelde Eva de spanning in haar onderbuik toenemen. De blik in Floris' ogen, vol paniek en verwarring, deed haar vrezen dat ze een fout had gemaakt. Een vergissing, een verspreking, een zwak moment. Nooit meer zou ze deze woorden terug kunnen nemen en die realisatie maakte haar duizelig.

Hoofdschuddend, zijn ogen groot, keek Floris haar aan.

"Wat-" begon hij, maar bewoog te gehaast met zijn handen. Het kokend hete water klotste over de rand van het theeglas, over zijn vingers en hand. Scheldend liet hij het glas los, evenals de theedoos, waarna beide objecten met luid gekletter op de stenen vloer neerkwamen. Eva sloeg haar handen voor haar oren en zag hoe Floris brommend richting de gootsteen liep.

Dit was niet hoe Eva dit moment had voorgesteld, hoe zij dit moment ontelbare keren had durven fantaseren. De realiteit was immers nog nooit zo mooi, zo zacht geweest als haar dromen. Dat was niet voor haar weggelegd, dat had zij als klein meisje al ontdekt.

Nu pas merkte Eva hoe oppervlakkig haar ademhaling was. Angstvallig keek ze naar Floris, naar de gepijnigde uitdrukking op zijn gezicht en de gespannen spieren in zijn onderarmen, in zijn nek en schouders. Haar partner hield zijn ogen strak op zijn handen gericht, weigerde haar aan te kijken.

Was hij boos? Was hij bang, net zoals zij? Wat ging er door zijn hoofd, wat had hij willen zeggen? Waarom zei hij niets, waarom leek hij zijn woorden nu toch in te slikken?

In een opwelling stond Eva op van haar stoel. Deze beweging trok nu toch zijn aandacht, dus wierp Floris een blik over zijn schouder en vonden zijn ogen de hare. Wat ze in zijn blik zag leek op boosheid, misschien verdriet, voornamelijk onrust.

Floris ademde onrustig uit door zijn neus.

"Waarom zeg je dit?" Zijn stem had een angstige ondertoon. Traag liep Eva om de tafel heen, in zijn richting.

"Omdat jij mij die vraag toen hebt gesteld." antwoordde ze, waarna ze neerhurkte naast de gesneuvelde theedoos. Voorzichtig, zonder de verspreidde glasscherven aan te raken, pakte ze het deksel van de vloer.

"Ja, een jaar geleden!", zei Floris met verheven stem. "Ik dacht dat je mij toen niet eens had gehoord."

Eva durfde niet naar hem te kijken. Hij had immers gelijk, haar woorden waren onverwachts. Niet alleen voor hem, ook voor haarzelf.

Zwijgend legde ze het deksel op de rand van de tafel. Vervolgens pakte ze voorzichtig een grote scherf tussen haar duim en wijsvinger, een deel van het oor van het theeglas, om deze in haar handpalm te leggen. Hierna volgden twee andere scherven, de bodem van het glas en het andere deel van het oor. Met deze stukken liep ze in stilte naar de prullenbak.

Ze hoorde Floris opnieuw zuchten.

"Ik meen het, Eva. Waar komt dit nu opeens vandaan?"

"Geen idee." Door haar wimpers keek Eva hem aan, een verontschuldigende glimlach op haar gezicht. Opnieuw hurkte ze neer in het midden van de keuken, om ditmaal de kleinere scherven in haar hand te verzamelen.

Er viel een stilte tussen hen. Niet comfortabel, zoals normaal, maar oorverdovend. Met iedere seconde die voorbij ging groeide het gevoel van spijt in Eva's maag.

"Weet je, laat maar." mompelde ze uiteindelijk zacht. Tevergeefs, dat wist zij ook. Dat kon namelijk niet meer.

Floris reageerde dan ook zoals Eva had verwacht.

"Nee. Zeker niet, Eva van Dongen." Hardhandig sloot hij de kraan, trok de theedoek van zijn schouder en wikkelde deze om zijn rechterhand heen.

"Jij bent hierover begonnen, niet ik." zei hij, zijn wijsvinger naar haar uitgestoken, een verwoede beweging die de punten van de theedoek door de lucht deed zwieren. Met twee stappen stond hij naast haar.

Al deed ze echt haar best, kon Eva de grijns op haar gezicht niet tegenhouden. Voorzichtig hief ze haar hoofd op, totdat ze Floris' blik vond. Vragend gebaarde hij met zijn hoofd, duidelijk verward door de geamuseerde uitdrukking op haar gezicht.

Eva lachte zacht.

"Technisch gezien ben jij hierover begonnen, toen in die blokhut." zei ze tegen hem. Even vreesde ze dat Floris de humor van haar woorden niet kon inzien, dat haar poging tot lucht te scheppen in de plots benauwde kelder het vuur enkel zou aanwakkeren. Haar partner kneep zijn ogen samen, schudde traag zijn hoofd, trok zijn omwikkelde hand terug tegen zijn buik.

Langzaam verdween de duisternis uit zijn ogen, kwamen de glinsterende sterren weer tevoorschijn. De glimlach was pijnlijk, maar gemeend.

Het misselijke gevoel zakte en Eva zuchtte opgelucht. Met haar hand vol glassplinters stond ze op, keek kort in Floris' ogen, maar wendde toch haar blik af. Ze kon het niet, nog niet, niet zolang ze niet wist of hij nog altijd haar beste vriend, haar enige maatje was.

Die gedachte maakte haar boos. Het deksel van de prullenbak viel luidruchtig achter haar dicht.

"Dit is dus precies waarom ik al die tijd niets heb gezegd." zei Eva geïrriteerd. Floris draaide zich in haar richting.

"Nu is alles anders, nu is alles ingewikkeld." Ondanks dat ze haar aandacht op haar handen had gericht, op zoek naar achtergebleven splinters, zag ze in haar ooghoek hoe Floris naar haar toe liep. Eva moest constateren dat de glinstering van haar handpalmen niets met glas te maken had.

"Het is altijd al ingewikkeld geweest, Eef. Kom op, dat weet je zelf ook." zei Floris, zijn stem plots zachter, de boze ondertoon verdwenen.

"Maar nu kunnen we niet meer terug." Ze liet haar handen zakken en richtte haar blik op Floris. Hij leek te twijfelen, zocht toenadering maar durfde niet dichterbij te komen. Zijn ogen schoten onrustig heen en weer tussen zijn omwikkelde hand en Eva's gezicht.

"Iedere stap die we zetten richting meer dan dit," zei Eva terwijl ze naar de ruimte tussen hen in wees. "Kunnen we nooit meer terugnemen."

Floris verliezen zou Eva's dood betekenen. Deze waarheid had ze nooit uitgesproken, bang dat de woorden dan nog harder zouden aankomen, maar woonde al jaren in haar hart. Te vaak was hij bijna tussen haar vingers door geglipt. Door haar eigen keuzes, door wat hij voor haar had achtergehouden, door hun koppigheid, door hun werk, door kogels of messen of het verlies van bloed. Hem verliezen kon ze niet, zeker niet als dit haar eigen schuld zou zijn.

De zekerheid van hun vriendschap was veiliger dan de kans op geluk binnen een relatie of huwelijk.

In stilte keek Floris naar zijn hand, streek hij de rimpels uit de natte theedoek. Hij haalde zijn schouders op.

"Misschien willen we wel nooit meer terug." zei hij en keek door zijn wimpers naar Eva. Ze wilde hem geloven, ze wilde hem toelaten. Echt.

Ditmaal haalde Eva haar schouders op. "En misschien hebben we het in ons hoofd mooier gemaakt dan het uiteindelijk blijkt te zijn."

In haar dromen was Floris altijd dichtbij. In haar dromen was hij warm als de zon, verkoelend als de wind, overweldigend als de regen. Hij kon haar omsluiten, als een veilige haven waar zij iedere nacht in thuis mocht komen. Verdwijnen in hem, verdwijnen met hem. Zolang ze samen waren, zouden zij gelukkig zijn, zouden zij compleet zijn.

De leegte die in haar ziel ontstond bij het openen van haar ogen kon haar soms nog dagen achtervolgen. Dan was ze nukkig, mopperde ze tegen hem terwijl hij dit niet verdiende. Want op zulke dagen wilde ze schreeuwen tegen hem, dat ze van hem hield, dat ze niet wist hoe ze van hem moest houden. Op zulke dagen wilde ze niets dan hem, wilde ze niets dan dat haar dag en nacht hetzelfde licht zouden bevatten.

De realiteit kon echter nooit zo zoet zijn als haar dromen.

In stilte keken zij elkaar aan. De spanning in Eva's onderbuik groeide, verspreidde zich door haar borstkas, langs haar kaken naar haar mond. Dus kropen haar mondhoeken omhoog, kon ze niets dan naar Floris glimlachen. En hij glimlachte terug, nog mooier dan eerder, met zijn hele gezicht. Eva dacht hoop te kunnen zien in zijn ogen en dat maakte haar bang.

Beschaamd sloeg ze haar ogen neer, al bleef de glimlach op haar lippen hangen. Nee, ze konden niet meer terug. Met het uitspeken van haar wens, een antwoord op Floris' vraag, was hun leven voorgoed veranderd. Toch, was dat niet wat zij wilde? Als ze eerlijk tegen haarzelf was, had ze hier dan niet jaren naar verlangt?

Floris schraapte onrustig zijn keel.

"Maar je zou met mij willen trouwen?" vroeg hij zacht, zijn stem gevuld met onzekerheid. Traag hief Eva haar hoofd op, keek ze naar hem door haar wimpers.

Liegen had geen zin. Hij had haar woorden gehoord, zoals ook haar intentie was geweest. Toch sloeg opnieuw de twijfel toe in haar hart.

"Jij toch ook met mij? Of-" zei Eva aarzelend, maar Floris schudde verwoed zijn hoofd.

"Natuurlijk.", antwoordde hij resoluut, zonder het oogcontact te verbreken, "Niets lievers."

Na die nacht in die blokhut, nadat Floris haar had gevraagd zijn vrouw te worden, had Eva haarzelf wekenlang voorgehouden dat ze hem verkeerd had verstaan. Hij hield van haar, maar dat was eigenlijk geen verassing. Dat zij van elkaar hielden, zoveel meer dan twee beste vrienden van elkaar konden houden, was een onuitgesproken waarheid. Er waren dagen geweest dat zij - letterlijk en figuurlijk - eindeloos ver van elkaar verwijderd waren. Toch was die liefde nooit uitgedoofd, dat kon immers niet. Het huwelijksaanzoek was ondanks dat toch onverwachts geweest. Dus had Eva getwijfeld, nagedacht over wat zijn woorden anders hadden kunnen betekenen. Want niet dit, niet een ring om haar vinger, niet een eeuwige liefde tot de dood hen zou scheiden.

Die twijfel nam Floris nu weg. Met zijn woorden, met de verliefde blik in zijn ogen, met de verlangende ondertoon in zijn stem. Dus durfde Eva in zijn ogen te kijken en haar antwoord te herhalen.

"Ik ook met jou. Denk ik."

De ruimte werd gevuld met een zacht gelach van beide rechercheurs. Floris wreef met een ongemakkelijke uitdrukking op zijn gezicht over de achterkant van zijn nek, zijn wangen bedekt met een lichtroze gloed. Eva voelde haar gezicht warm worden, haar handen klam en haar mond droog. In een opwelling stapte ze bij Floris vandaan, hurkte ze opnieuw neer naast de glasscherven. Ze moest haar aandacht verplaatsen, haar handen een taak geven om uit te voeren. Zolang ze maar niet naar hem hoefde te kijken, zolang ze maar niet hoefde na te denken over wat er zojuist was gebeurd.

Het had hen vijftien jaar gekost om op dit punt te komen. Eindelijk eerlijk tegen elkaar, eindelijk eerlijk tegen zichzelf. Zij hielden van elkaar en wilden met elkaar trouwen, dat was duidelijk. Dus zou de angst uit haar hart moeten verdwijnen. De weg lag voor hen open, eindeloze mogelijkheden om elkaar en het leven samen te gaan ontdekken.

Dit is toch wat zij wilden? Dit is toch waar zij beiden van hadden gedroomd?

Op de grond voor haar zag Eva enkel nog kleine glassplinters liggen. In haar handpalm lagen de laatste stukken van het theeglas en de theedoos, dus stond ze op. Bij de prullenbak stond hij, alsof hij op haar wachtte, zoals hij al die jaren had gedaan.

Nadat Eva ook deze laatste scherven had weggegooid, keek ze omhoog. Naar hem, naar de man met wie zij wilde trouwen. Dichtbij was hij nog mooier en ze voelde de aantrekkingskracht tussen hen. Ze liet het dan ook toe dat Floris aarzelend haar hand vastpakte met zijn vrije hand.

Hij liet zijn duim over de rug van haar hand glijden.

"Anders proberen we het toch gewoon?" vroeg hij haar, zijn ogen op hun handen gericht. Het liefst zou Eva toegeven, haarzelf aan hem overgeven, maar iets hield haar tegen. Zuchtend sloot ze haar ogen.

"Wolfs, ik-" begon ze, maar kon de juiste woorden niet vinden. Vragend keek Floris haar aan, zijn blik angstig maar toch geduldig. Voor haar, alleen voor haar, zou hij zijn leven lang wachten, en die gedachte deed misschien nog het meeste pijn.

Dat verdiende hij immers niet, maar zijn liefde kon haar angst niet wegnemen. Nog niet.

"Als het niet werkt en we raken elkaar kwijt, dan.." Haar stem stierf weg, net zoals haar leven uit haar weg zou vloeien als zij uit elkaar zouden drijven. Eva kon de sprong niet wagen als zij niet de garantie kreeg dat zij beiden heelhuids aan de overkant zouden aankomen. Die garantie was er niet, zou er nooit komen. Geen enkele belofte van Floris zou genoeg zijn, dat wist zij.

Eva hoopte dat Floris de verontschuldiging in haar ogen kon lezen. De warme glimlach die hij haar schonk deed haar vermoeden dat hij haar begreep, zoals hij haar altijd begreep door enkel naar haar te kijken.

Met opgetrokken wenkbrauwen deed Floris een voorstel.

"En wat als we elkaar beloven dat alles terug gaat naar het oude als het niet blijkt te werken? Dan blijven we vrienden, blijft het zoals het nu is." Ondanks dat Eva zag dat hij zijn woorden meende, verbaasde ze zich over zijn naïviteit. Grinnikend schudde ze haar hoofd.

"Dat gaat toch niet?"

Het verbreken van het lichaamscontact viel Eva zwaar, zwaarder dan ze had verwacht. Het was slechts zijn hand geweest, een duim strelend over haar knokkels, maar zonder die aanraking voelde ze een leegte ontstaan in haar hart. Verward door deze sensatie draaide ze zich om, liep terug naar de tafel en nam plaats op een van de stoelen.

In stilte staarde ze naar Floris, keek ze toe hoe hij de theedoek van zijn hand verwijderde en de schade van zijn huid inspecteerde. Traag liet hij zijn wijsvinger over de rug van zijn rechterhand glijden. De verbeten uitdrukking op zijn gezicht liet Eva weten dat hij pijn had. En dat kwam door haar, dat had zij gedaan. Onbewust, onbedoeld, maar toch was het haar schuld.

De pijn in zijn hart, de leegte in zijn ziel, kwam ook door haar toedoen. Door haar angst, haar beschadigde lichaam en hart. Misschien was Floris naïef, en dat irriteerde haar, maar hij was niet bang. Nee, Floris was heldhaftig, dapper zelfs.

Uiteindelijk richtte hij zijn aandacht weer op haar.

"Hoezo niet?", vroeg hij haar, terwijl hij zich in haar richting bewoog, "We willen beide liever vrienden zijn dan elkaar verliezen, dus zullen we er allebei alles aan doen om het te laten werken tussen ons."

Het glas kraakte onder Floris' voeten, maar hij vervolgde onverstoord zijn weg naar de stoel tegenover Eva. Hij legde de theedoek op tafel, liet zijn handen rusten in zijn schoot, ging op zoek naar Eva's blik. Ondanks dat ze wilde wegkijken, de waarheid wilde ontlopen, kon ze dit niet. Naar hem kijken was immers als thuiskomen.

Eva wilde daar blijven, met hem, tegenover elkaar aan deze tafel in de keuken van hun huis. Voor altijd.

Zouden ze echt terug kunnen als ze zich nu aan elkaar zouden overgeven? Zou de smaak van chocomelk nog zoet zijn als ze zijn lippen gekust had? Zou het dekbed haar warm kunnen houden als ze de hitte van zijn lichaam, op haar en onder haar en in haar, gevoeld had? Zou zij haar toekomst nog in kunnen kleuren als zij niet langer met de gouden kleur van hun trouwringen mocht schilderen? Zou vriendschap nog genoeg zijn als zij wist hoe het was om geliefd te zijn door de enige man van wie zij ooit zoveel had gehouden?

Zou Floris kunnen houden van een beschadigde vrouw? Zou hij bij haar blijven als zij hem zou afstoten, als ze haar muren op zou trekken, als ze verstrikt zou raken in haar eigen gedachten en emoties? Als hij zijn aanzoek in zou trekken, zou hij dan haar beste vriend nog kunnen zijn?

Zoals hij naar haar keek, een blik die haar leek op te slokken, durfde ze hem te vertrouwen. Of zij haarzelf vertrouwde, wist ze niet. Ze wist enkel dat ze hem niet wilde verliezen, dat ze alles zou doen om dat te voorkomen.

Deze vragen teisterden haar ziel. Eva wist dat er maar een manier was om de antwoorden te vinden. Na vijftien jaar wilde ze niet langer in onzekerheid leven, wilde ze Floris tegemoet komen en hem een kans geven.

Eva wilde hen samen een kans geven.

Met een brede glimlach op haar gezicht, haar tanden ontbloot, liet ze haarzelf onderuit zakken in haar stoel. Ze kruiste haar armen voor haar borst, kneep haar ogen tot spleetjes.

"En hoe lang gaan we dit dan proberen? En wat gaan we dan precies proberen?" vroeg Eva, maar klonk minder nonchalant dan ze had gewild. De verwondering op Floris gezicht, de prachtige glimlach op zijn lippen en glinstering in zijn ogen, deden haar zacht giechelen.

Eva was gesprongen en als dit vliegen was, wilde ze nooit meer landen.

Na een moment van stilte, het ongeloof zichtbaar op zijn gezicht, leunde hij naar voren.

"Zeg jij het maar, Eva. Jij wil met mij trouwen, toch?" De knipoog die hij haar schonk deed de vlinders in haar onderbuik onrustig rondvliegen. Waarom zij dit gevoel zo lang had onderdrukt, waarom zij zo lang had gedacht zonder hem te kunnen, wist ze niet meer.

Door haar benen voor haar uit te strekken, maakten haar voeten contact met die van Floris. Ze onderdrukte de neiging om het contact te verbreken, haar excuses aan te bieden, hem ruimte te geven. Als zij getrouwd zouden zijn, was die afstand niet langer nodig, zelfs niet langer wenselijk. Dan mocht Eva hem aanraken, wilde zij dat Floris haar zou vasthouden en eindelijk weer zou kussen. Dan wilde ze hem alles vertellen, haar geheimen delen en al haar gedachtes uitspreken. Dan moesten zij nadenken over hun toekomst, als partners op de werkvloer en als echtgenoten. Dan wilde ze samen met hem zijn, net zoals nu, maar dan zonder de muren om haar hart.

Dat was wat Eva wilde. Proberen, althans.

Met toegeknepen ogen keek ze naar Floris, in gedachten op zoek naar een gepast voorstel.

"Een week.", zei Eva uiteindelijk tevreden, "De komende zeven dagen zijn wij getrouwd."

"Is dat niet een beetje weinig?" vroeg Floris hardop, maar Eva schudde haar hoofd.

"Oh, geloof mij. Na een week weten wij echt wel of wij samen in één bed kunnen slapen of niet. De rest van ons leven delen we toch al jaren met elkaar."

De realisatie dat zij vanavond in één bed zouden slapen, ontnam Eva - al was het slechts voor een kort moment - haar adem. Het zou niet de eerste keer zijn. Die ene avond, ondertussen bijna een eeuwigheid geleden, was zelfs niets voor elkaar verborgen gebleven. Ook dat wilde Eva, niet vanavond, maar later. Want haar herinneringen aan die avond waren zoet, warm, heerlijk.

De blik in Floris' ogen deed haar vermoeden dat hij akkoord zou gaan. Zijn antwoord was dan ook geen verassing.

"Goed, een proeftijd van een week. Tot volgende week zondagavond zijn wij getrouwd." Voordat de adrenaline haar zou verdoven, een gevoel van geluk haar zou verstommen, hief ze haar wijsvinger waarschuwend in de lucht.

"Maar als één van ons besluit dat dit niet is wat we willen, gaan we terug naar hoe het was." zei Eva, waarna Floris verdedigend zijn handen in de lucht hief.

"Naar hoe het altijd al is geweest. Dat beloof ik."

De hand die Floris kort op zijn hart legde, bewoog hij daarna in Eva's richting. Met zijn handpalm naar boven gericht liet hij deze rusten op de tafel tussen hen. Even keek Eva naar die hand, naar de hand van de man met wie zij nu - al was het nu nog slechts een afspraak tussen hen - getrouwd was.

Als zijn vrouw mocht zij zijn hand vasthouden. Als zijn vrouw mocht hij naast hem slapen. Als zijn vrouw was hij helemaal van haar, van haar alleen.

Net zoals Eva nu zijn vrouw was en niemand haar nog van hem zou kunnen wegnemen.

Terwijl de warmte van die gedachte zich door haar lichaam verspreidde, legde Eva haar hand te rusten in die van Floris. Het liefst zou ze zijn beide handen omsluiten, maar de verbrandde huid hield haar tegen. Bovendien had ze een week, zeven dagen om ieder stukje huid van de man tegenover haar te gaan ontdekken.

Floris kneep zacht in haar hand, lachte naar haar.

"Nou. Gefeliciteerd, mevrouw Wolfs." zei Floris, een ondertoon in zijn stem die haar deed vermoeden dat hij het nauwelijks kon geloven dat hij deze woorden tegen haar sprak. Eva kon het niet laten, dus trok ze haar wenkbrauwen op.

"Hoezo denk jij dat ik jouw achternaam ga aannemen? Misschien wil ik wel dat jij mijn achternaam gaat gebruiken, meneer Van Dongen." zei ze, al kon ze het plezier in haar stem niet verbergen. Floris grinnikte zacht, zijn stem diep en warm, om vervolgens haar hand naar zijn gezicht te brengen.

Zijn lippen waren zacht, zijn wangen ruw, net zoals Floris. Een man vol tegenstrijdigheden, een man die haar zou kunnen verslinden met zijn liefde.

Met een zucht plaatste ze haar elleboog op tafel, liet ze haar kin rusten in haar hand.

"Over onze achternamen moeten we het deze week dan nog maar eens hebben.."

Lanjutkan Membaca

Kamu Akan Menyukai Ini

3K 225 21
Mia begint op een nieuwe school en voelt zich eerst verloren. Al snel maakt ze vriendinnen, maar haar aandacht gaat steeds naar een mysterieuze jonge...
Littekens Oleh Dutchie1

Fiksi Penggemar

69K 1.7K 62
Na een moeilijke jeugd heeft Eva van Dongen haar leven redelijk op de rit. Ze heeft een leuke baan en een aantal goede vrienden. Uiteraard heeft ze l...
39K 775 80
ik ben niet zo voor beschrijvingen van mijn verhalen, want ik verklap altijd te veel. Dus ik ga niks zeggen alleen dat het over flikken Maastricht ga...
27K 648 87
"You'll never know," zei hij met die bekende, hese lach. Voor de 24-jarige psychologe Joyce De Graaf was Harry Styles niet meer dan een vluchtige ont...
Aplikasi Wattpad - Akses fitur eksklusif