3. Malou

219 12 9
                                        

Ik wist dat ik hem eerder had gezien, maar waarvan wist ik niet meer. Ik wist tegelijkertijd dat het belangrijk was om me hem te herinneren.

 Ik zit in de kast van mijn ouders. Vroeger verstopte ik me hier als we verstoppertje speelden, maar nu is het eerder een schuilplek. Mijn ouders zijn niet thuis, ze zijn op wereldreis voor hun verloving. Omdat ik ze niet tot last wou zijn bood ik aan om thuis te blijven wat ze niet erg vonden als er maar regelmatig iemand langs zou komen. Helaas is diegene er nu ook niet.

Ik hou mijn adem in als ik zijn voetstappen dichterbij hoor komen. Mijn hart klopt in mijn keel. Ik durf niet te slikken als ik zijn voetstappen niet meer hoor. Tot mijn opluchting loopt hij weer verder. Ik kruip iets verder naar voren om door het kiertje kijken en zie zijn achterkant nu. Ik blijf naar hem kijken tot hij uit het zicht is. Haastig kruip ik de kast uit en sluip naar de deur.

Als ik hem nergens meer zie ren ik naar mijn kamer en pak mijn mobiel. Haastig ontgrendel ik mijn mobiel en probeer de politie te bellen. Het lukte alleen niet doordat ik zo erg tril. Door mijn onhandigheid glipt mijn mobiel uit mijn handen en valt met een luide klap op de grond. Nog geen seconde later hoor ik rennende voetstappen mijn kant op komen.

Snel schiet ik de badkamer in en doe de deur op slot. De stoel die altijd in de badkamer staat zet ik voor de deur. Dan ga ik zo ver mogelijk naar achter op de grond zitten en kijk angstig naar de deur. Ookal weet ik dat hij weet dat er iemand thuis is, toch probeer ik zo stil mogelijk te doen. Ookal zou hij me uiteindelijk toch wel vinden.

Ik pak snel mijn mobiel die ik nog van de grond had mee gepakt en ontgrendel hem weer. De enorme barst die er door de val in is gekomen negeer ik. Opnieuw bel ik de politie, en tot mijn opluchting lukt het dit keer wel. Snel breng ik mijn mobiel naar mijn oor, maar hoor niet de bekende piep die ik normaal gesproken wel hoor. Als ik mijn mobiel weer van mijn oor haal zie ik dat mijn mobiel is uitgevallen, en tot overmaat van ramp heeft hij mijn schuilplaats inmiddels ook gevonden.

Terwijl hij aan de deur rommelt sta ik op en kijk bang om me heen. Ik weet dat ik eruitzie als een in de val gelopen muis, maar dat is ook hoe ik me voel. Dan ren ik naar het raam en gooi het open. Ik kijk naar buiten en laat het idee meteen varen. Het is veel te hoog.

Met een knal vliegt de deur open waardoor ik geschrokken om kijk.
“Wat doe je hier,” piep ik.

Nonchalant gaat hij tegen de deurpost aanstaan en kijkt me een tijdje aan. Hij geniet hiervan, ik weet het zeker.
“Hallo Tamara, lang niet gezien.”

Ik slik en zeg niks. Ik kijk hem alleen maar aan, nog steeds met een angstige houding. Hoe kent hij mij? Als hij mij kent moet ik hem toch ook kennen? En toch lukt het me niet hem te herinneren. Op dit moment kan ik mezelf wel een klap verkopen. Hij komt me zo bekend voor, en toch ken ik hem niet.

Hij laat zijn nonchalante houding varen, die hij vervangt met een sterke houding. Hij straalt geen angst uit, alleen maar zelfverzekerdheid en een klein beetje woede. En dan weet ik weer wie het is. Mijn ex vriend van 3 jaar terug.
“Zack,” zeg ik zacht wat een bulderende lach bij hem losmaakt.
“Ze herkent me eindelijk hoor.”

Ik had het destijds uitgemaakt omdat hij te dwingend werd. Mijn ouders keurden onze relatie ook niet goed omdat hij 3 jaar ouder was dan mij. Dankzij die 2 redenen heb ik het toen met hem uitgemaakt. Hij was woedend toen ik hem het nieuws vertelde en zwoor dat hij wraak zou nemen voor het feit dat ik zijn hart had gebroken.

Ik word uit mijn gedachten opgewekt als ik een pijnscheut voel trekken door mijn linkerarm. Zonder dat ik het had gemerkt was Zack dichterbij gekomen en had een naald in mijn arm geduwd.“Wat is dit,” gil ik uit terwijl ik mijn arm beetpak waar het gevoel langzaam uit verdwijnt.

Zack antwoord niet en duwt in tweede naald in zijn eigen arm. Als hij eindelijk antwoord ben ik al gaan zitten omdat in een snel tempo mijn lichaam helemaal verlamd begint aan te voelen.

 Pas na een hele tijd krijg ik antwoord van hem, vlak voordat ik mijn ogen sluit om mijn laatste adem uit te blazen.
“We zouden samen blijven tot het einde.”

*

Je zei zelf dat je er niet zo blij mee bent. Nou, dan zal ik wel eens iets van je willen weten waar je wel blij mee bent! Er zit hier en daar een slordigheidsfoutje in, maar ik vind het een heel spannend verhaal! Ook het einde vond ik erg... hoe omschrijf ik dat? Aangrijpend? Ik heb er geen woorden voor. Ga zo door!

Robin's schrijfwedstrijdWhere stories live. Discover now