James Potter

76 7 6
                                        

James Potter wordt wakker van gehuil. "James, zou jij het willen doen?" fluistert zijn vrouw, Lily, naast hem. Hij wrijft in zijn ogen, en staat zuchtend op. Hij heeft zijn ogen nog half dicht, maar het maakt niet uit, hij kan de weg naar Harry's kamertje met zijn ogen dicht lopen. Hij loopt de gang door tot hij bij de babykamer uit komt. Voorzichtig probeert James zijn zoontje onder de verschillende dekentjes te halen, want het zijn er veel te veel. Het is vast veel te warm voor Harry. Boos dat hij dat niet in de avond heeft gezien heeft, pakt hij Harry op. "Sst...  Er is niks aan de hand. Ga maar rustig slapen." Hij wiegt de huilende baby heen en weer, en langzaam stopt de peuter met huilen en valt in slaap.

Harry's handje pakt de duim van James, en de trotse vader smelt bijna als hij dat ziet. Hij legt Harry voorzichtig weer in het eikenhouten bedje die hij en Sirius samen  hebben getimmerd. Of zo vertelt Sirius het, want eigenlijk had James het alleen afgemaakt, omdat Sirius halverwege naar het St. Mungo's Hospital moest worden gebracht.

James pakt een dun dekentje, en dekt Harry voorzichtig toe. Hun kat, die er de hele tijd bijzat, kijkt James vragend aan, maar James ziet het niet. Moe loopt James weer terug naar zijn slaapkamer, en valt al in slaap voordat zijn hoofd het kussen raakt.

"JAMES!" Hij vliegt bijna tegen het plafond, zo schrikt hij. Snel grijpt hij zijn toverstok van het nachtkastje naast hem, en vliegt naar Lily toe. Met het wapen in de aanslag komt hij Harry's kamer inrennen. "Wat is er?!" Waar is Harry?!" roept Lily hard. "Hoezo? Ligt hij niet-" En dan ziet hij het lege bedje. Gelijk word hij spierwit. De tranen stromen over Lily's gezicht, en het breekt zijn hart. "James? Waar is hij? Heeft hij, heeft- Stuur een bericht aan Sirius, aan Peter, aan Remus. Of aan Dumbledore, aan het Ministerie, het maakt me niet uit! Waar is mijn zoon?!" Haar man geeft geen antwoord, maar de tranen die over zijn wangen lopen zeggen genoeg.

Vijf minuten later staan de overige Marauders ook in de slaapkamer. "Hebben jullie vannacht iets gehoord?" vraagt Sirius. "Nee, he-helemaal niks." huilt Lily. "James- hij is nog naar Harry toegegaan." Lily barst in tranen uit, ze wist van de profetie af, en in wat voor gevaar Harry is.

"Is er ingebroken? Is de deur ingetrapt, of is er iets gestolen?" James kijkt zijn beste vriend aan en antwoord zacht: "Nee, geen sporen van inbraak. Ik heb alles nog. We hebben beide onze toverstokken nog, onze portemonnee ligt nog beneden, en mijn onzichtbaarheidsmantel ligt-" James wordt meteen stil, hij beseft zich opeens iets. "Lily, niet boos zijn, maar ik denk dat ik met de onzichtbaarheidsmantel-" "JAMES POTTER! Zeg niet dat je Harry voor de grap hebt verstopt met je mantel!" "Nee, ik had hem 's nachts toegedekt, en ik denk dat ik perongeluk de Onzichtbaarheidsmantel heb gepakt, die naast zijn dekentjes lag." zegt hij zacht. "Zeker?" zegt Lily, nog steeds bang. "Daar kunnen we zo achterkomen. Homonum Revelio!" zegt Remus, terwijl de opluchting van zijn gezicht afspringt. Gelijk schijnt iedereen voor even groen, en ook een groene gloed komt uit het bedje van Harry. Sirius, die naast het bedje staat, graait in het bedje: "Abracadabra..." en hij trekt aan  de Onzichtbaarheidsmantel en een slapende Harry verschijnt weer. "Harry!" Gelijk rent Lily naar het bedje toe en pakt Harry op en houd hem dicht tegen haar lichaam aan. "Ah Harry, mama laat jou nooit meer in de steek, nooit, nooit meer."

Één persoon in de kamer wist maar al te goed dat ze die belofte niet waar kon maken..

Prongs and the stupid Mistake   {Voltooid}Stories to obsess over. Discover now