Ik werd altijd een player genoemd. Waarom? Ik zat niet achter ze aan. Het ging vanzelf. Ik had blijkbaar iets. Iets waardoor ik ze makkelijk kon krijgen. Maar player, ik haatte dat woordje. Ik voelde me niet zo. Wist ook niet wat het precies betekende. Maar het kon me niets schelen. Ik vond het wel leuk, al die aandacht. Maar het baarde me zorgen. Ik wist dat ik het me nooit zou vergeven. Alleen wanneer..
Geen wolkje te zien in de lucht. Het was mooi. Ik zou over een aantal dagen vertrekken naar Marokko. Na drie jaar kon ik Marokko weer zien. Ik verheugde me er al op. Met een glimlach sloot ik mijn ogen en verbeeldde me mijn familie in Marokko. Hoe zou Marokko er nu uitzien? Zouden ze me herkennen? Vast wel. "We gaan zo eten, schat." In de deur opening stond m'n grappige oudere broer Omar. "Ga maar, ik kom zo." Reageerde ik. "Waar ben je mee bezig? Wil je uit het raam springen, wella?" "Als je niet weggaat, spring ik wel." Omar mompelde wat en liep naar beneden. Ik kon goed met hem omgaan. Hij was anderhalf jaar ouder dan mij. Ik haalde nog 1 keer diep adem en liep naar beneden. "Salaam ou alaikom" begroette ik iedereen. Yemma, paps, gelti, Naziha, Omar en een aantal andere tantes en ooms zaten rondom de tafel. Ik vond m'n plekje tussen Yemma en Omar. "Ik dacht dat je aan het vasten was." Fluisterde Omar. "Eet nou maar, voordat je je tanden verliest dadelijk." Fluisterde ik terug. Na het eten stonden Naziha en ik op en ruimden de tafel op. In de keuken waste ik snel mijn handen. "En hoe was het eten?" Vroeg Naziha. "Wel lekker. Hoezo? Heb jij het gemaakt?" Vroeg ik. Ze knikte. "Goed hè." "Ja, maak dat de kat maar wijs, lieverd." Grapte ik en liep de keuken uit. "Iemand is jaloers." Hoorde ik Naziha uit de keuken. Naziha, zij was de oudste van ons drie. Grote zus en twee kleine broertjes, volgens haar. Ze was een jaartje ouder dan Omar. Twee en een half jaar is dat vergeleken met mij. Ik stond in de deuropening mijn schoenen aan te trekken. Ik pakte de autosleutels van de schoenenkast. Omar stond meteen op en trok zijn schoenen aan. "Yemma, we komen zo weer terug." En ik gaf haar een kus op d'r voorhoofd. "Salaam ou alaikom.' Groetten Omar en ik iedereen en renden naar beneden de auto in. In de auto keek Omar me met een brede glimlach aan. "Wat heb je dit keer te zeggen?" Vroeg ik eentonig. "Naziha heeft een verrassing voor je." Zei hij nog steeds met dezelfde glimlach. "We vertrekken overmorgen vroeg. Naziha, ik, jij, en Esma." Zei hij. Mijn hart sloeg een slag over bij het horen van die naam. "Esma?" Omar wist hoe ik daarop zou reageren. "Yep, jouw Esma, lieve broertje." Grapte hij. "En ze komt morgen naar ons toe. Haar ouders vertrekken samen met Yemma en paps." Nog steeds kon ik het niet geloven. Ik schraapte m'n keel. Maar ik voelde dat dit geen grap was. Met een zucht startte ik de auto en reed doelloos weg.
