De charumati - deel 1

62 4 11
                                        

De Charumati.

De felle zon scheen op geen enkel leven, alleen maar droog woestijnzand. De dode planten en half begraven dierenskeletten maakten duidelijk dat als je te lang in de zon bleef, je een langzame dood tegenmoet stond. Het enige wat je kon horen was het fluisteren van de wind, het geschuif van zand en het gehinnik van een paard in paniek.

Haar valk vloog geschrokken op toen Aliveine van haar paard werd afgegooid omdat het een slang zag. Ze viel in het zand recht voor de giftige slang. En als Bixbite er niet was geweest was ze nu waarschijnlijk vergiftigd. Het trouwe beest had de slang gepakt en gedood zodra het in zicht was, al liet hij het liggen en at hij de slang niet op. In plaats daarvan ging hij de lucht weer in, wachtend op de commando's, precies hoe een goed getrainde valk in deze omtrekken zou doen.

Nadat haar valk de slang gedood had greep Aliveine de teugels van haar paard voordat het wegrende. Het paard, dat nog steeds in paniek was, begon te steigeren van de plotselinge beweging. "Lapis, alsjeblieft kalmeer. Je hoeft je niet druk te maken, kijk het is al dood." Ze pakte de slang van de grond en hield het in het zicht van het paard. "Zie, niks aan de hand." Dat was een slechte beslissing. Lapis raakte alleen maar meer in paniek toen hij de slang zo dicht bij zijn hoofd zag. Dit keer trok hij zo hard met zijn hoofd dat hij bijna de teugels uit Aliveine' s handen trok. "Rustig nou Lapis. Ik zorg er wel voor dat de slang verdwijnt." Ze floot hard door haar tanden en gooide de slang omhoog. Bixbite hoorde de hoge toon en vloog wat meer op en greep de slang. Hij at een deel van de slang al vliegend op en liet de rest ver weg vallen. Aliveine volgde het tafereel voor een tijdje voordat ze Lapis weer aankeek. Hij was nog steeds niet helemaal gekalmeerd, al steigerde en trok hij niet meer. "Goed zo, er is niets aan de hand." Ze legde haar hand op de neus van het paard. "Kom op, we moeten naar huis." Lapis was eindelijk helemaal gekalmeerd, de woorden 'naar huis' werkten meestal wel. Ze greep de manen van Lapis en steeg op. Ze nam de teugels in haar linkerhand en floot twee keer zacht op haar vingers. Zonder te kijken of Bixbite had gereageerd op de geluiden galoppeerde ze naar huis. Vlak achter hun volgde Bixbite.

Toen ze aankwamen in het kamp dat ze al 2 maanden haar thuis hadden genoemd, waren de anderen al bijna klaar met inpakken. Aliveine reed stapvoets met een boog om het drukste gedeelte van het kamp. Toen ze vergenoeg van de mensen en dichterbij de paarden was steeg ze af. Ze begeleidde Lapis naar de oasis waar de andere paarden stonden. Ze keek om zich heen voor een laatste blik van het uitzicht dat ze thuis noemde. Het was niet veel om echt een thuis te noemen, er was voornamelijk alleen maar zand en het beetje groen bij de oase.

De oase was net groot genoeg om hun stam en de dieren te voorzien van voedsel en water, en het meeste voedsel werd gejaagd. De stam had voor elk gezin een of twee paarden die hun tenten kon dragen, meestal precies genoeg. De paarden waren zoals de stamleden erg sterk en fit en konden bijna net zo lang als hun menselijke eigenaars leven. Ze waren een deel van de stam en vervanging van een paard bestond niet. Bij een dood zouden ze worden gerouwd zoals elk familielid, met eerbied en respect. Daarom werden ze nooit vastgezet, ze bleven in de buurt van hun familie.

Terwijl Aliveine Lapis begeleide naar de oase werd ze begroet door een ander paard, een paard bijna indentiek aan Lapis. Het was Lazuli die op een drafje naar hun toe kwam. Voordat ze Lazuli begroette haalde ze de neusriem met de teugels van Lapis zijn hoofd af. Ze hoorde een bekende krijs en Bixbite landde op haar schouder, de klauwen deden zoals gewoonlijk zeer. Lapis schudde zijn hoofd uit blijk van opluchting en liep toen hinnikend naar Lazuli. Aliveine volgde stapvoets en streek een vinger over Bixbite's borst.

De paarden begroetten elkaar vrolijk en zij wachtte rustig haar beurt af. Het maakte niks uit hoe vaak ze hun samen zag, ze hoorden bij elkaar. De paarden waren identieke tweelingbroers, beiden even prachtig en sterk. Beiden hadden ze een donkere blauwzwarte vacht met goudbruine vlekjes. Soms met het juiste licht, leek het een donkere sterrenhemel. Ze waren de mooiste en snelste paarden die ze ooit heeft gezien. Hun topsnelheid konden ze alleen halen in de woestijn, en wanneer ze het haalden dan waren ze als de wind. Zijzelf wist dat als geen ander, zij was immers degene die het meeste met hun reed.

De schuld van het levenWhere stories live. Discover now