Mijn oma is dood.
Mijn oma had een spierziekte. Daarom duurde het niet lang of ze lag hier, tussen haar zes eenvoudige planken, terwijl iedereen op haar kist spuugt, die langzaamaan naar beneden wordt gedonderd via een prachtig systeem van touwen, wieltjes en aansturingen. Had ik dat maar kunnen bedenken, zo'n mooie gestroomlijnde structuur. Dan zou ik miljoenen hebben verdiend. Kun je nagaan hoeveel mensen er jaarlijks doodgaan? 55 miljoen, heb ik net opgezocht. Moet je je voorstellen dat telkens weer jouw uitvinding wordt gebruikt om dat houten ding een gat in te krijgen. Met een aardig patent brengt zo'n simpele, maar desalniettemin innovatieve techniek je regelrecht richting rijkdom. Maar ach wel, voor mij is het niet weggelegd om dat te hebben bedacht.
Het boeit me niet dat ze dood is. Krijg ik tenminste niet meer dat schuldgevoel dat ik altijd bij haar langs moet komen omdat ze misschien binnenkort het loodje legt. Ze was altijd meer een noodzakelijk kwaad, een loonsbelasting, een tankbeurt, een kind opvoeden. Toen ik hoorde dat ze zo'n ziekte had, deed het me weinig. Is ze wel verzekerd, dacht ik, of gaan die ziektekosten van mijn erfenis af. Wat bleek, ze was wel verzekerd, maar een erfenis had ze niet achtergelaten. Dat had ze allemaal aan anderen uitgegeven; dan weer trakteerde ze die op een dinertje, dan kocht ze voor hem weer een nieuw setje kleren, dan gaf ze zus weer een paar tientjes met kerst en dan was het weer hop, het vliegtuig op, met het 65Plus-comité op vakantie, op haar verdomde kosten.
