Het was een koude winternacht in Börp. Het was de eerste keer dat er zoveel sneeuw was gevallen. Peach liep door de straten van haar buurt. Het was donker en ijkoud. Terwijl ze naar huis liep zakte ze steeds meer in de sneeuw. Peach probeerde te genieten van de sneeuw, mooi glanzend wit als de maar er op scheen. Maar echt genieten, nee dat kon ze niet. Ze voelde haar handen niet meer en haar voeten waren zeike nat. Ze moest nog even volhouden. Ze was bijna thuis. Ze checkte de tijd op dr telefoon. 5:17 gaf haar telefoon aan.
Ze was al een uur onderweg. Ze kwam van een feestje af waar ze nogal veel Bacardi Redbull had weggezopen.
Maar door al dat lopen voelde ze zich al een stuk nuchter. Ze liep verder haar straat in waar het nog donkerder en stiller was. Soms scheen de maan door de bomen met het licht op haar gezicht gericht. Haar bruin achtige ogen glinsterde in het licht. Haar witte huid was net zo wit als het sneeuw. Op een paar rooie vlekjes na, haar neusje en wangen zo rood als babybilletjes. Haar lippen paars van de kou en helemaal kapot.
