Jillian had een zware dag achter de rug; een spannend schaakwedstrijd, drie uur shoppen en daarna een vreselijke horrorfilm, en uiteindelijk kwam ze in haar bed terecht, geeuwend en krakend. Haar ouders gaven haar een nachtkusje voordat ze het licht uit deden en de kamerdeur op een kiertje lieten staan. Hun nachtlampje gaf nog een straaltje licht op het grijs tapijt, en dat stelde haar gerust. Ze hield absoluut niet van de duisternis. De wereld lijkt dan klein en onbetrouwbaar wanneer de lichten uit zijn. Vermoeid omhelsde ze haar grote teddybeer en sloot haar ogen, terwijl ze af en toe eens nakeek of het lichtstraaltje er nog was. Niet dat ze bang was van inbrekers, moordenaars of zombies. Zombies?! Waarom in hemelsnaam dacht ze aan zombies?! Was er ooit een moord in de geschiedenis waar de dader al dood door de straten slenterde en een specifiek huis uitkoos om stilletjes binnen te dringen? Natuurlijk niet. Gerust sloot ze haar ogen en ademde diep in en terug uit. Voor ze het goed en wel besefte, was ze in dromenland beland.
Er klonk iets vanuit de gang. Geschrokken opende Jillian haar ogen en ze hief haar hoofd en keek naar de deur. Het stond net iets meer open dan normaal en het licht leek donkerder dan daarvoor. Vragend keek ze haar knuffelbeer aan, alsof hij een verklaring kon geven, en spitste haar oren.
De geluiden leken niet op voetstappen. Of de wasmachine. Of de auto's. Het waren niet die geluiden die logisch waren.
Het was een muziekje. Ze herkende 'Het Zwanenmeer' van Tsjaikovski, gespeeld op een magisch klokkenspel. Het was werkelijk magisch, het kwam alsof uit een schattig, oude ouderwets muziekdoosje dat ergens verstopt zat en eindelijk geopend was door een nieuwsgierig kleutertje. Aan de andere kant; waar kwam het vandaan? Geen van haar buren kende iets van muziek, en geen van hen was verhuisd. Zachtjes kroop ze uit haar bed en sloop stilletjes haar kamer uit. Al snel merkte ze dat haar voeten luid klonken zonder haar sokken aan, dus sprong ze terug op het bed, trok haar warmste, gebreide sokken aan en kroop weer naar de deur. Zachtjes liep ze door de gang en voelde haar handen op de grond plakken wanneer ze een lichtje vanuit de woonkamer zag branden. Ze keek om naar haar ouders, maar de deur was dicht, en twijfelde eraan of ze hen moest waarschuwen of niet. Wie weet, misschien was het wel een moordenaar, of een zombie. Een geniale zombie, in dit geval.
Jillian stond weifelend boven aan de trap, en uiteindelijk besloot ze toch de trap af te gaan, door een kier van de woonkamer kijken en ontdekken wie er in het midden van de nacht haar huis was binnengeslopen.
Makkelijk gezegd dan gedaan, al dacht ze het zelf. Ze zuchtte diep en daalde af. Langzaam, stap voor stap, kraak voor kraak. Het muziek stopte niet. Integendeel, het werd alsmaar luider en luider, en het engste van al, het ging sneller en sneller en sneller en sneller tot ze de maat bijna niet kon inhalen.
Ze voelde haar hart in haar keel bonzen, zoals die van een muis. Het zweet vloeide van haar voorhoofd en haar pyjama bleef plakken aan haar rug, waarbij ze eventjes aan haar shirt trok om een beetje lucht door te laten.
Haar hand hing in de lucht en trilde voor de deurknop. Haar ademhaling was onregelmatig en haar hart bonkte ondertussen al in haar hoofd. De muziek stopte maar niet.
Ik kan het wel, dacht ze, ik kan elk moment vluchten als het nodig is. En met die gedachten, draaide ze aan de deurknop en zwaaide het open.
Maar ze zag niemand staan. Een paar kaarsen stonden verspreid in de woonkamer en flikkerden door het hele verdieping. Ze keek rond, maar er viel niemand te bespeuren. En de muziek bleef doorgaan. Angstig duwde ze de deur tegen de muur om iemand te bedolven als die erachter school, maar de deur vloog ertegen met een luide knal.
Geschrokken draaide ze zich abrupt om, maar er stond niemand. Ze begon het moeilijk te hebben te ademen en bang liep ze haar woonkamer binnen, terwijl ze weer langzaamaan terug draaide. En plotseling zag ze een klokkenspel in de lucht vliegen, als een geest, en het hing er in een hoek van vijvenveertig. Het zag er verschrikkelijk oud uit, met versieringen en al. Het stokje scheerde zich heen en weer over het instrument en kon alle noten tegelijkertijd spelen. Voor een momentje werd Jillian verbaasd en ze stond er verwonderd naar het spel te staren, als een nieuwsgierig meisje. Maar voor ze het goed en wel besefte, voelde ze een ondraaglijke pijn in haar middenrif, een vreselijk zware druk op haar voorhoofd en ze werd naar achteren gesleurd, waar ze tegen de kapstok viel en haar achterhoofd nog erger pijn deed. Ze kneep haar ogen dicht, omdat ze niets anders wilde zien. Het leek wel alsof haar hart uit haar lijf werd gerukt en haar benen afgehakt werden. Ze wilde schreeuwen, maar haar stembanden lieten haar niet toe. Haar gele pyjama kleurde al snel rood en ze wenste dat ze het niet kon voelen, maar het bleef komen, de pijn. Ze vloog door de kamer en het klokkenspel vloog haar op een afstand achterna. Met een luide bons viel ze neer. En daar lag ze dan, met haar mond open en haar ogen stijf gesloten in een donkerrood plas, en haar bloed van de muren drupte en kleurde de begane grond rood.
Het klokkenspel hing stil boven haar lichaam, als een rouwend vogeltje, en uiteindelijk het begon weer te spelen, zacht en langzaam.
YOU ARE READING
Het Klokkenspel
HorrorNog een kort verhaal dat ik heb neergeschreven op vijftienjarige leeftijd nadat ik een traumatische nachtmerrie heb gehad. Geniet er maar van.
