1.

38 2 3
                                        

De wind fluit langs mijn oren terwijl ik op het perron sta. Mijn lange jas en sjaal kunnen mij niet beschermen van de ijzige kou. Ik concentreer mij op het getik van de hakken van de vrouw die lang mij loopt. Uiteindelijk vaagt het weg in het geluid van de aankomende trein. Ik tik de sneeuw van mijn schoenen af voordat ik de trein in stap.
Mijn bril slaat aan door de warme lucht die ik uitblaas. Ik ga zitten op een van de banken achterin, bij het raam. Ik voel de trein weer langzaam in beweging komen, het zachte geschud zorgt ervoor dat ik in slaap gesust word.

Ik word abrupt wakker nadat ik merk dat iemand naast mij is gaan zitten. Hoelang was ik al aan het slapen. Hooguit 15 minuten. Er zijn nog allerlei plekken over waar hij of zij had kunnen zitten. Mijn ogen zijn nog gesloten. Ik waag het om mijn ogen licht te openen, zodat mijn wimpers ervoor zorgen dat je niet kan zien dat ze open zijn. Het is een jongen. Ik gok zestien. Hij heeft een zwarte trui aan met een zwarte broek. "Edgelord." Mompel ik, iets te hard. Ik voel hem draaien op de bank. Ik sluit weer snel mijn ogen, terwijl mijn hart in mijn nek bonkt.
Op dat moment schuiven de deuren van de trein open. Ik zucht van oplichting. Ik heb nog steeds mijn ogen dicht. Ik hoor dat de jongen opstaat, waarop ik wat mompel en doe alsof ik net wakker word. Als ik eenmaal naast de stoel sta besef ik dat hij weg is. Ik kijk nog wat rond, geen teken van een zwart gekleed ventje.

Eenmaal op school aangekomen besef ik dat ik dit gebouw na zes weken niet heb gemist. De tafels plakken na een week toch weer. Begin niet over de prullenbakken. Iedereen zit altijd in groepen. Make-up tutten in de hoek, badboys er naast and so on. Met grote passen loop ik naar de trap waar Lauren en ik vrijwel altijd zitten. Ze is er nog niet. De met markeerstift getekende kruis op de kluisjes nogsteeds. Meiden worden daar altijd tegenaan geduwd door wat jongens. Mij hebben ze nog niet gehad.
Ik voel dat er armen om mijn nek gewikkeld worden. Ik ruik citrus parfum waar ik absoluut van walg. Lauren. Ik draai me om en geef haar een knuffel. "Lang niet gezien, Odette." zegt ze. Ze wurgt me bijna. "Maar zes weken." Proest ik. Ik hap naar adem zodra ze me los laat. Het is 08:20. "Heb jij ons rooster al te pakken?" Vraag ik, terwijl er een briefje in mijn gezicht wordt geduwd. Samen lopen we door de zeeën van slome tieners naar lokaal 58, een ruimte met een verschrikkelijke groene kleur.

Zodra we zitten worden we begroet door onze mentor en worden we gevraagd wat we hebben gedaan deze vakantie. Ik draai me naar Lauren voor een gesprek, maar de wereld staat stil. Niemand ademt in of uit. Ik kijk over Laurens schouder naar een jongen, achterin bij het raam. Zwarte trui. Zwarte broek. "Marcus, wat heb jij gedaan deze vakantie?" Zucht de mentor, terwijl hij zijn bril afzet en moe vooruit kijkt. De jongen bij het raam kijkt op. Hij kijkt naar mij.

                            Marcus.

Has llegado al final de las partes publicadas.

⏰ Última actualización: Aug 11, 2018 ⏰

¡Añade esta historia a tu biblioteca para recibir notificaciones sobre nuevas partes!

StereotypeDonde viven las historias. Descúbrelo ahora