Hoofdstuk 1

151 15 9
                                        

Sarah's perspectief:                                                                                                             Salam, ik ben Sarah. Een meisje van 16 jaar en een moeilijke leven. Ik heb nog een broer Redouan. Ik heb alhamdoulillah nog alle bij mijn ouders. Ik word elke dag mishandeld door mijn ouders. Mijn broer komt alhamdoulillah wel voor mij op. Ik ben degene die alles moet doen in het huis en ik moet ook nog voor geld zorgen. Dat gaat moeilijk, want ze hebben ook nog veel schulden. Mijn broer helpt mij daar wel bij. Het is nu ochtend, 06:00 om precies te zijn. Ik begin pas om 08:45, maar ik weet dat als ik pas om 08:00 ga opstaan, dat ik dan weer word mishandeld. Ik doe mijn ochtendroutine en maak snel dan een ontbijt. Daarna eet ik snel wat en vertrek van huis. Ik loop nog snel even want rond buiten en zie dan dat het 08:30 is. "Tijd om naar school te gaan" zeg ik in mijn zelf. Ik loop naar school en ga dan direct naar mijn kluis. Vrienden heb ik hier niet, nergens niet. Om 17:00 ben ik klaar. Ik loop snel naar huis en hoop dat niemand thuis is. Ik maak de deur open en zie dat ze thuis zijn. "Nee!" denk ik in mij zelf. Mijn vader loopt naar mij toe en verkoopt mij een klap op mijn gezicht. "Waar was jij eh kkr kehba!". "Ik was op school beba." zeg ik zachtjes en stotterend. "niet liegen en kkr hoertje!" Schreeuwt mijn vader tegen mij. Daar volgen weer klappen. Het laatste wat ik hoor is mijn broer en toen viel ik weg.

Redouan's perspectief
Salam ik ben Redouan, de broer van Sarah. Ik heb echt veel medelijden met mijn zusje. Ik snap het niet, waarom willen ze mijn zusje hebben. Ik help mijn zusje stiekem met geld verdienen, want anders moet ze echt veel werken. Ik was onderweg naar huis en hoorde opeens geschreeuw van mijn zusje. Ik rende er naar en zag mijn zusje bebloed op de grond. Mijn vader spuugde nog op haar en schopte haar nog. Hij wou haar weer slaan, maar ik duwde hem weg. "Waar de hel ben je mee bezig!" schreeuwde ik naar hem. "Haar slaan, zie je het dan niet?! Ze heeft het verdiend. Ze is een schande voor mij en mijn familie! Kijk hoelaat ze thuis komt! Een meisje hoort niet zo laat buiten te zijn! Ze is een hoer geen enkele meisje in deze buurt komt zo laat thuis! Ze is zeker haar eer allang kwijt! Niemand wil haar, niemand! Ik wil haar niet meer in mijn huis hebben! Ik ga haar laten trouwen! Dan ben ik tenminste van haar af!" Schreeuwde hij. Hij knalde de deur dicht en liet mij versteld achter. "Ik moet weg gaan met haar." fluisterde ik tegen mij zelf. Ik tilde haar op en leg haar zachtjes in de auto. "Het komt goed. Ik ga je uit deze hel halen, al moet ik door het vuur. Ik race snel naar het ziekenhuis en breng haar naar binnen. Ik gaf haar aan een zuster en ging toen met haar naar de operatiekamer. Na uren wachten kwam er eindelijk iemand er uit. Ik liep daar hem toe en vroeg hoe het met haar gaat. "Ze is er slecht aan toe. Door de klappen die ze kreeg is haar luchtpijp dicht gegaan. We hebben dat kunnen herstellen, maar ze licht wel in diepe coma. Er is een kleine kans dat ze het gaat overleven" zei de dokter. Toen ik het woordje 'coma' hoorde dacht ik direct aan het woordje wraak. Al die jaren dat ze haar helemaal hebben mishandeld en ook weer willen uithuwelijken, nee dit kan echt niet. Ze kwam uit de operatiezaal en brachten haar naar een kamer. Ik vroeg of ik haar mocht zien en het mocht. Ik ging naar binnen en zag haar helemaal onder de draden. Blauwe plekken, schrammen en hechtingen. Kortom, erg, heel erg. Ik veegde mijn tranen weg en ga naast haar zitten. Ik pakte haar hand vast en zei: "ik zal alles er aan doen zodat ze spijt zullen krijgen, hele erge spijt." Na deze woorden liet ik haar hand los en vertrok. Ik ging naar mijn vrienden en vroeg aan hen of ze een huis hadden zodat ik en mijn zusje daar even konden overnachten zodat ik een plek kon vinden waar we zouden kunnen leven. Issam, één van mijn vrienden bied het aan. Ik accepteer het en ga snel naar huis zodat ik mijn spullen en die van Sarah kan halen. Ik maak de deur open en zie dat niemand thuis is. Ik pak snel de spullen en vertrek naar naar het huis waar we even gaan verblijven.

Sarah's perspectief
Ik maak mijn ogen open en zie dat Redouan net de deur uit ging. Ik wou hem roepen maar ik had daar de kracht voor niet. Ik drukte op de rode knop en toen kwam er een zuster binnen. "Je bent wakker" zei ze blij. "Ik ga even een dokter halen. Ik zal ook je familie door geven". " Is goed maar kan je het alsjeblieft alleen aan mijn broer door geven?" "Ja hoor" zei ze. Ik glimlach scheef naar der en toen ging ze weg.

Hallo lezers!                                                    Hoe vinden jullie deze deel? Ik twijfelde heel erg om dit verhaal te plaatsen. Ik hoop dat jullie het leuk vinden. Moet ik door gaan? Of stoppen?
Stem en reageer. Bij de 10 stemmen ga ik door!

#HardLifeWhere stories live. Discover now