"Rob! Hou daar onmiddellijk mee op!"
Ik kijk mijn moeder boos aan en laat spottend nog een stuk brood wegvliegen van mijn lepel, het is kinderachtig, ik weet het, maar het blijft leuk. Mijn oudere broer zit in elkaar gedoken op zijn stoel en probeert hopeloos het rondvliegend stuk brood te ontwijken. Net zoals elke keer treft ook dit broodje zijn doel. Zijn nette kleding zit onder het eten en zijn blonde haar zit door de war. Mijn hele familie heeft blond haar behalve ik. Mijn haar is ravenzwart en hangt in verwilderde plukken rond mijn hoofd terwijl het uit mijn gezicht word gehouden door een gevlochten leren band. Mijn vader staat woedend op en trekt me overeind aan mijn haar. Onze bediendes kijken verschrikt naar het woedende gezicht van Heer Wallton, heer van Darneas de machtigste havenstad in het land en die man is mijn vader
"Rob Walton! Jij gaat onmiddellijk naar je kamer en blijft daar zolang ik dat zeg!" Ik probeer uit zijn greep lost te komen maar hij gooit me in de armen van mijn bewaker. Ik kijk woedend naar de tafel en zie mijn broer met een zelfvoldane grijns naar me kijken. Hij is altijd al het lievelingetje van mijn ouders geweest, zo braaf, nee hoor James doet nooit iets verkeerd. Neem het voorbeeld aan James, dat is wat mijn ouders altijd tegen me zeggen, maar ik wil niet zo'n vervelend dik jochie zijn. Mijn blik wordt weggetrokken van James als mijn bewaker me mee sleurt naar mijn kamer.
"Laat me los!" Ik ruk mijn arm heen en weer en probeer de bewaker te schoppen.
"Nee, jonge heer, ik volg enkel de bevelen van uw vader op" Ik probeer mijn tanden in zijn hand te zetten en begin woedend te schreeuwen. Daar heb je ze weer, die verdomde woedeaanvallen van mij. De bewaker pakt nu ook mijn andere hand en sist woedend als ik mijn hoofd achterover in zijn buik beuk. Hij sleurt me nu letterlijk door de gangen en ik blijf woedend schreeuwen en schoppen. Als hij bij mijn kamer is, beukt hij de deur open en duwt hij me naar binnen. De deur valt met een klap achter me dicht en ik begin woest te vloeken. Ik ruk mijn zwaard van de vloer en begin tegen mijn bed aan te slaan, bij iedere klap die ik geef schreeuw ik luid. De splinters vliegen van de palen en ik duik steeds maar weer opnieuw weg om ze te ontwijken. Ineens springt de deur met een klap open en stormt mijn vader naar binnen.
"Ben je helemaal gek geworden!" Hij geeft me een klap in mijn gezicht en verdwaasd deins ik achteruit, verrast door zijn uithaal.
"Die bedden kosten ook geld hoor! En hoe kom je erbij om je lijfwacht aan te vallen?! Hij doet dit ook niet vrijwillig hoor!" Zijn hand klapt weer tegen mijn gezicht aan en ik duik in elkaar, bang voor de volgende klap. Als die niet komt ga ik weer overeind staan en kijk mijn vader dan woedend in de ogen.
"Ik mag zelf beslissen wat ik met mijn spullen doe!" Dit keer spring ik weg als mijn vader zijn hand heft.
"Jouw lijfwacht is geen bezit van jou maar van mij! En ik tolereer het niet dat jij mijn lijfwacht verwond. Je bent verdomme een heer dus gedraag je daar ook naar!" Hij rukt het zwaard uit mijn handen en smijt het ergens in een hoek.
"Het kan me niet schelen dat ik een heer ben!" val ik uit "Daar heb ik toch niet voor gekozen?" Alweer moet ik wegduiken voor een klap.
"Neem een voorbeeld aan je broer! Die gedraagt zich tenminste als een echte heer!"
"Ik doe het altijd fout! Ik krijg nooit eens een compliment het is altijd: "Rob doe het zoals James" het is nooit eens "Goed zo rob! Dat heb je knap gedaan!" Ik wil ook wel eens belangstelling van jullie. Als jullie mij niet willen kun je het ook gewoon zeggen hoor! Dan ga ik wel weg, misschien krijg ik daar wel een compliment voor!"
Mijn vader kijkt me verdwaasd aan. Voor even denk ik dat ik eindelijk gelijk krijg, maar dan ketst zijn hand pijnlijk tegen mijn wang en ik zak in elkaar op de grond. Mijn vaders stem klinkt akelig kalm als hij verdergaat met praten. "Hoe durf je dat te zeggen! Zo hebben we je niet opgevoed! Je hebt huisarrest mannetje, denk maar niet dat je de aankomende weken die vrienden van je gaat zien." Mijn vader laat de deur met een klap achter hem dichtvallen. Hij heeft nog steeds een hekel aan mijn vrienden, hij vindt dat ze van een te lage stand voor mij zijn. Ik mag niet met de dorpelingen omgaan, maar dat heeft me nooit eerder tegengehouden. Hier hebben mijn vader en ik al honderden keren ruzie over gehad, maar nog nooit is hij zo kwaad geweest.
Ik geef een woedende schreeuw en smijt een pot inkt tegen de deur, het potje barst en de inkt druipt over het ruwe hout van de deur.
Ik word wakker van een pijnlijk geprik in mijn wang. Ik lig plat op de grond met mijn rug tegen de deur. Het geprik word erger en kreunend duw ik me omhoog en wrijf over mijn wang, boos schop ik tegen het boek aan waar ik op lag. Ik duw met mijn handen in mijn rug, maar trek ze meteen weer terug. Vloekend bekijk ik mijn handen die zwart zijn van de inkt, ik ruk mijn tuniek uit en bekijk vloekend de zachte stof, grote vlekken inkt bevuilen de donkerblauwe stof. Ik smijt de deur open en gooi het shirt naar de bedienden die om de hoek staat. "Probeer het eruit te krijgen" zeg ik kortaf en ik smijt de deur weer dicht. Vloekend been ik rond in mijn kamer.
"Rob?" Mijn zusje kijkt voorzichtig om de hoek van de deur heen. Haar lange blonde haar hangt in losse krullen om haar hoofd.
"Niet nu Diana." Mijn ouders houden van haar, maar om een of andere reden kiest ze altijd mijn kant. Ze is de enige die ik echt vertrouw in deze familie.
"Ik hoorde jullie gister avond schreeuwen." Ze glipt de kamer binnen en sluit de deur achter zich met een zachte klik.
"Je hoort hier niet te zijn. Je hebt griep weet je nog?" Probeer ik het onderwerp te veranderen terwijl ik in de kast naar een schoon tuniek zoek.
"Het is al bijna weg" Voorzichtig kijkt ze om zich heen. "Wat is hier gebeurd?" Verbaasd kijkt ze mij aan en dan naar het zwaard, medelijden verschijnt in haar ogen. Ze stelt geen verdere vragen en veegt de splinters bij elkaar. Verslagen hurk ik tegenover haar neer en probeer te helpen. Verwoed veeg ik met mijn handen over de vloer. "Verdomme!" Vloekend sta ik op en bekijk mijn hand. Een splinter steekt in de zachte huid van de palm en vertikt het om eruit te komen. Diana staat op en loopt naar me toe. Met haar slanke dunne vingers heeft ze dat vervloekte ding er zo uit. Zwijgend sla ik mijn armen om haar heen. "Wat zou ik toch zonder jou moeten, zusje." Ze legt haar hoofd op mijn schouder en slaat haar dunne armpjes om mijn nek.
"Helemaal niks"
YOU ARE READING
The Basterd
AdventureRob heeft altijd al een slechte relatie gehad met zijn ouders. Als Rob met zijn broer en zusje moet vluchten, komt hij door zijn naam en zijn temperament in een web vol problemen terecht, waaronder het aanvoeren van een leger vol boeren en het besch...
