'Crucio,' schreeuwt hij voor de zoveelste keer. De pijn doordringt mijn lichaam. Ik lig op de koude vloer. Ik schreeuw het uit van de pijn. En hij lacht. Hij doet dit bij zijn eigen dochter. Martelen! Ik hoor door mijn geschreeuw Bellatrix lachen. En dat moet mijn moeder voorstellen. Tranen rollen over mijn wangen. Het houd ook nooit op, hij doet het de laatste tijd elke dag. Langzaam haalt hij de vloek van me af. 'Goed, en nu mag jij Draco,' hoor ik Bellatrix half fluisteren. Ik sluit mijn ogen. Alles doet pijn. Maar ik heb het verdient, ik had gemoord. Onschuldige tovenaren heb ik pijn gedaan en vermoord. Ik verdien dit.
'Kom op Draco, probeer het nou eens,' hoor ik vader zeggen tegen Draco. Het is stil. 'M... maar ik w... wil dat n... niet,' hoor ik hem bang zeggen. Draco is de enige die ooit aardig tegen me is geweest. Hij is ook de enige die me niet pijn wil doen. Ik doe mijn ogen open. Meestal als iemand de bevelen van mijn vader niet opvolgt, zal hij boeten. Vader loopt langzaam naar het gezin Malfidus. Hij richtte zich op Lucuis.
'Ik zal als ik jou was, je zoon leren bevelen opvolgen. Hij mag niet voor niks een Dooddoener worden. Lucius,' hoor ik hem kwaad zeggen. Het is even stil. Alle Dooddoeners om ons heen durven niet te praten. Ze leven alleen maar uit angst. Dat is fijn leven! Maar niet heus!
'Laten we maar afronden voor vandaag, Lucius wil je even meekomen,' zegt vader, het klonk meer als een bevel dan een vraag. Lucius geeft Draco een klap in zijn gezicht als straf, van het feit dat hij nu door zijn zoon in de problemen zit. Aarzelend loopt Lucius Malfidus met vader naar de deur naar de kerkers. Ik sta langzaam op. Alles doet nog steeds pijn. Draco staat nog steeds stil als een standbeeld bij zijn moeder. Hij loopt langzaam naar mij toe. Snel verstop ik mijn gezicht achter mijn capuchon.
'Je mocht het best doen hoor, nu zit je in de problemen,' zeg ik zacht. Hij schud zijn hoofd.
'Ik wil helemaal niet een Dooddoener worden, ik wil niet martelen of moorden,' fluistert hij zodat ik alleen het kan horen. Hij probeert te glimlachen maar dat lukt niet.
'Maar... maar je wou toch een Dooddoener worden?' zeg ik twijfelend. Hij schud weer zijn hoofd.
'Dat wou ik vroeger, toen ik nog niet wist wat het wel niet betekende. Nu word ik meer gedwongen om het te worden,' zegt hij somber.
Ik wil net erop reageren, maar dan pakt mijn vader mij bij mijn schouder. Zijn handen voelen zoals altijd koud en eng aan.
'Wat was regel nummer zes Quinn?' zegt hij terwijl hij harder begint te knijpen in mijn schouder. Ik zucht.
'Praat niet met andere, anders komt er straf,' zeg ik in elkaar gekrompen. Hij laat me weer los.
'Maar je hebt geluk Quinn, want ik moet twee weken ergens heen, dus verblijf je die tijd bij familie Malfidus,' zegt hij een beetje zeur. Ik kan het niet onderhouden. Twee weken lang zonder pijn of dat ik moet moorden. Er verschijnt een klein glimlachje op mijn gezicht
'Maar,' vervolgt hij 'Je dosis 'Cucio' krijg je gewoon nog'. Ik zucht. Ik had het kunnen weten.
'En Draco, ik wil dat jij dat op haar uitoefent, je mag door gaan totdat je bloed ziet,' zegt hij gericht op Draco, met een klein glimlachje op zijn gezicht. 'Lucius ik hoop dat jij daar voor zorgt,' zegt hij streng. Lucius knikt instemmend. Draco daarentegen loopt wit aan.
'Heer,' vraagt Lucius 'Draco moet morgen naar Zweinstein. Is het misschien niet handig als ik het dan ga doen'. Vader denkt na. De Dooddoeners die nog niet vertrokken zijn, kijken stil toen.
'Nee,' zegt hij uiteindelijk 'Quinn gaat mee naar Zweinstein, misschien kan ze wat Modderbloedjes stiekem uitmoorden, eens kijken of ze wat geleerd heeft de laatste jaren,' zegt hij met een gemene lach. Hij kijkt me met een wraakzuchtig gezicht aan. Ik ga er maar niet op in, dan krijg ik alleen maar meer problemen. Eigenlijk wil ik niet al Modderbloedjes vermoorden, of toch wel... ik weet het niet. Maar ik weet wel dat ik dolgraag naar Zweinstein wil. Vader duwt me naar Lucius. En zijn blik laat zien of Lucius zijn idee goed vind.
Lucius knikt dat het goed komt, en ik Verdwijnsel met familie Malfidus naar hun Vila.
Ik voel me rot. Ik ga morgen met Draco mee naar Zweinstein, als doel dat ik daar dan ga moorden. Hoe slecht kan je leven zijn!!! Het enige goede is dat ik niet met een vreemde mee moet. Draco is ongeveer net zo als mij. Gehaat door zijn eigen vader, wordt soms gemarteld, en heeft geen recht om iets zelf iets te willen. Hij snapt me. En hij is de enige die echt weet over mijn bestaan. Zelfs het Ministerie van Toverkunst weet niet dat ik besta. Zelfs Harry Potter zelf weet niet dat Voldemort een dochter heeft. Alleen de Dooddoeners weten van me. Zij hebben allemaal een Onbreekbare Eed afgelegd, zodat ze tegen niemand wat over mij konden vertellen. Dat vond ik nog vervelender, omdat je dan nog minder te maken kreeg met de buitenwereld.
Lucius sleurt me meteen mee naar mijn tijdelijke kamer (oftewel een soort van cel). Het is nog beest chic, vergeleken met een cel. Het bed is oud maar het ziet er wel stevig uit en lekker warm. Het kleine houten bureau, en de bijpassende stoel die erbij horen, zien er splinternieuw uit. Het vloerkleed is misschien een beetje stoffig maar wel mooi, niet kleurrijk maar mooi. En hoe normaal de kamer eruit ziet, toch voelt het aan als een cel. Lucius draait de deur op slot, en ik zit zoals gewoonlijks opgesloten.
In het huis van mijn moeder (eigenlijk voelt ze niet echt aan als een moeder) zat ik altijd in een opgesloten kamer. Ik mocht hoe dan ook niet weg van mijn ouders. Verdomme, ik noem ze weer mijn ouders. Hoe graag ik het wil bekennen, ze blijven mijn ouders. Mijn ouders die me haten, pijn doen, en experimenteren op mij.
Na wat uurtjes niks doen in mijn kamer, wordt de deur opengedraaid. Draco en Meneer Malfidus lopen de kamer binnen. Meneer Malfidus houdt zijn toverstok gereed om mij ervan langs te geven. En Draco heeft een stapel boeken in zijn handen.
'We moeten voor morgen je een paar regels vertellen, waar je je aan moet houden,' zegt Meneer Malfidus met een wenkbrauw opgehouden. Ik knik gewoon. Ik ken al zoveel regels, dat ik ongeveer mijzelf niet meer mag zijn.
'Een, je mag niet opvallen, vertel niemand hoe je heet. Twee, elke dag ga je 's avonds naar Draco's kamer toe, dan zou hij op je de Cruciatusvloek oefenen. Drie, als je de kans hebt om iemand te vermoorden, zonder dat iemand kijkt, dan doe je dat,' zegt hij nog steeds met zijn toverstok op mij gezicht. Ik knik alleen maar zonder dat ik naar hem kijk. 'En de laatste, je verteld niemand... maar dan ook NIEMAND, wat je bent en wat je kan,' zegt hij nog eens. Ik knik. 'Draco, je hebt een uur, dan gaan we eten, goed?' zegt Meneer Malfidus kortaf tegen Draco. Ik kijk vragend naar Draco, wat moet hij doen? Meneer Malfidus gaat weer door de deur en doet de deur op slot. Nu staat Draco voor me. Ik probeer mijn grote litteken dat over mijn gehele oog zit, te laten verdwijnen onder mijn capuchon. Het litteken heeft meerdere redenen waarom ik het niemand wil laten zien. Ik kijk Draco aan, hopelijk let hij niet op mijn litteken. Het litteken zit namelijk over mijn linker oog. Er dwars doorheen. Als ik geen capuchon had, zou je er altijd op letten.
'Wat moet je doen?' vraag ik, als ik Meneer Malfidus niet meer hoor. Hij lacht. 'Ik moet je wat dingen over Zweinstein vertellen van vader, hij wilt dat er niks verkeerd kan gaan dit jaar'. Ik knik. Draco laat de stapel boeken op het bed vallen. Ik schrik. Ik was nooit goed in leren... In tegendeel, ik heb nog nooit op een school gezeten.
'Moet je dit allemaal lezen op school,' vraag ik geschokt. Draco lacht. Het hele uur, leert Draco mij wie leraren zijn en hoe alles zit op Zweinstein. Blijkbaar zijn er vier afdelingen. Zwadderich, Griffoendor, Huffelpuf en Ravenklauw. Draco zit in Zwadderich, en hij zei dat ik daar ook in kom, omdat vader daar ook heeft gezeten. Verder zei hij dat je moest uitkijken voor Meneer Vilder. Dat is de conciërge. Draco had een foto van hem, en ik lachte me dood. Zo lelijk hoe hij eruit zag.
Toen ik zowat bijna alles wist, riep Mevrouw Malfidus, Draco dat hij moest komen eten. Meneer Malfidus deed het slot van de deur, liet Draco naar buiten, en deed de deur weer op slot. Zoals ik verwacht had kreeg ik geen eten. Dus ging ik op bed liggen, en viel snel in slaap. Ik werd nog een keer wakker omdat Draco naar zijn kamer liep om ook te gaan slapen. Maar daarna viel ik weer snel in slaap. Dromend over Zweinstein en over het ontdekken over het leven buiten gemarteld worden. Een leven met misschien wel vrienden...
~~~~Hoofstuk 1 Yes!!!~~~~
~~~~Er komt nog echt zoveel meer...!~~~~
YOU ARE READING
''Black Blood''
FanfictionGestopt De dochter van Voldemort... Ja dat hoorde je goed. Dat ben ik, een moordenaar. Maar ik ben nog meer dan de dochter van de meest gevreesde man in de tovenaarswereld. Zoveel meer... Maar ik kan er niks aan doen... zo ben ik opgevoed, als een b...
