Starend keek ze omhoog. De zon was net achter de wolken verdwenen. Weg, net als hem. Ze veegde een verdwaalde traan van haar wang en stond op. Haar maag begon te rommelen, maar ze negeerde het. Niets was meer belangrijk. Niets deed er meer toe. Hij was immers de belangrijkste persoon in haar leven. Spijt. Het enigste wat ze had, was spijt. Zij had hem weggejaagd, zij kon het niet verkroppen dat hij voor haar dood koos. Hoe vaak hij ook had geprobeerd om het uitteleggen, ze luisterde niet. Ze wilde niet luisteren. Moeizaam hees ze zichzelf omhoog en slofte ze naar boven. Voor zijn kamerdeur bleef ze twijfelend staan. Ze wilde niet nogmaals geconfronteerd worden met zijn vertrek, maar na een paar minuten trok ze voorzichtig de deur open. Haar oog viel meteen op zijn kussen, er lag een envelop op. Ze herkende zijn handschrift en haar adem stokte even. Op de envelop stond haar naam in sierlijke letters geschreven. Stapje voor stapje liep ze naar zijn bed toe en na enige twijfel pakte ze de envelop. Haar vingers trilden hevig, toen ze de envelop open maakte. Geconcentreed begon ze met het lezen van de brief, de brief die hij speciaal voor haar geschreven had.
Lieve Eef,
Met pijn in mijn hart, schrijf ik deze brief. Deze brief is een afscheid, een afscheid van ons. Eigenlijk kan ik het nog steeds niet geloven. Ik ben mijn maatje kwijt. Mijn beste maatje, mijn stille liefde, mijn grootste steun en toeverlaat. Nu ik dit schrijf voel ik de tranen alweer achter mijn ogen brandden. Maar ik moet sterk zijn, ik moet sterk zijn. Alleen vraag ik me af, hoe kan ik sterk zijn? Hoe kan ik sterk zijn, als ik jou niet naast me heb. Ik weet niet hoe ik het moet doen Eva, ik weet het niet. Natuurlijk respecteer ik je keuze. Ik ben een klootzak. Alleen kiezen tussen de twee vrouwen, waar ik het meest van hou is gewoon niet te doen. Fleur is, was mijn eigen vlees en bloed. Ik dacht, als ik voor Eva kies, dan blijven ze allebei leven. Je schiet niet iemand neer waar je van houdt, ik wist zeker dat Bols je zou laten leven. En kijk mij hier nu zitten. Mijn hele leven is kapot. Mijn dochter is dood en de enigste vrouw bij wie ik mijn verdriet kan tonen, ben ik ook kwijt. Ik ben waardeloos Eva, ik ben nutteloos. Floris Wolfs maakt alles kapot. Voor één keer dacht ik geluk te hebben in mijn leven. Ik had jou. En geloof me lieve Eva, dankzij jou ben ik in gaan zien wat houden van is. Jij hebt me laten zien wat echte liefde is. Er is geen enkele vrouw die aan jou kan tippen. En Eva, geloof me. Ik wil dat jij gelukkig wordt. Je vindt een geweldige man en krijgt prachtige kinderen. Spijt, ik zal altijd spijt hebben. Ik had je veel eerder moeten vertellen wat ik voor je voel. Maar spijt komt altijd achteraf. Ik respecteer je keuze, ik ga weg uit Maastricht en ik zal je met rust laten. En omdat ik deze vier kleine woordjes niet meer tegen je kan zeggen, sluit ik deze brief er mee af. Ik hou van jou.
Liefs, Wolfs
Voorzichtig legt ze de brief naast haar neer. De tranen stromen over haar wangen. Huilend laat ze zich op de grond vallen. Ze is een egoïstische trut geweest. Ze dacht alleen maar aan haar zelf, ze had nooit stil gestaan bij zijn verdriet. Hij wilde haar dood hebben, hij. De man waar ze alles voor zou geven, gaf niet alles voor haar. Maar nu ze zijn brief gelezen had, wist ze wel beter. Ze had naar hem moeten luisteren, dan was hij hier nu nog geweest. In paniek pakte ze de brief er bij, hij wil weg uit Maastricht. Ze moet hem tegenhouden. De telefoon gaat een aantal keer over, maar dan krijgt ze al snel zijn voicemail. Zo snel als ze kon, pakte ze haar sleutels. Wolfs moest vast nog in de buurt zijn. Toen ze de Ponti uit rende knalde ze vol tegen iemand op, waarna ze op de grond viel. 'Godsamme, kijk uit waar je loopt klootzak.' schreeuwde ze. 'Eva, sorry. Gaat het?' keek ze recht in de bezorgde ogen van niemand minder dan Wolfs. Meteen begon ze te huilen. 'Eef, sorry. I-ik wilde alleen even afscheid nemen van de Ponti. Het was niet de bedoeling dat je me zou zien. Het spijt me, ik zal zo snel mogelijk weg gaan.' Hij pakte zijn helm van de grond en wilde op zijn motor stappen. Het was nu of nooit, als ze hem bij haar wilde houden, moest ze hem nu de waarheid vertellen. 'W-wolfs, wacht alsjeblieft.' stotterde ze. 'I-ik hou ook van jou.' verlegen keek ze hem aan. Ze begon weer zachtjes te snikken, toen hij zijn helm afdeed. 'Meen je dat Eef?' vroeg hij verbaasd. 'Ik heb je brief gelezen. Ik heb de laatste weken alleen maar aan mezelf gedacht. Het spijt me Wolfs. Toen ik je brief las, besefte ik pas dat het voor jou ook alles behalve makkelijk geweest is. En ik begrijp je keuze, Fleur was je dochter. I-ik voelde me alleen zo eenzaam op dat moment, ik begreep het gewoon niet.' ze durfde hem pas weer aan te kijken, toen ze zijn hand op haar schouder voelde. 'Betekend dit, dat ik mag blijven?' vroeg hij blozend. Meteen knikte ze ja. 'Ik kan niet zonder jou Wolfs, het spijt me nogmaals. Kan je het me vergeven?' hij knikte en drukte zijn lippen zachtjes op die van haar. Ze proefde zijn heerlijke, zoete lippen en kreeg voor het eerst sinds lange tijd weer een oprechte glimlach op haar gezicht. Ze waren er nog niet, maar samen konden ze alles aan. Alles zou goedkomen, dat wist ze wel zeker.
