Deel 1

200 10 0
                                        

P.O.V Eva

Ik word wakker als m'n telefoon afgaat. Met mijn ogen tot spleetjes geknepen, kijk ik naar het beeldscherm om te zien wie er belt. Mechels. Waarom belt Mechels om 5.17? Zuchtend neem ik op. 'Met Eva' zeg ik met een ochtendstem. 'Goedemorgen Eva, we hebben een moord, en ik wil dat jullie die oplossen.' Ik ga rechtop zitten en knip het licht aan. 'Waar moeten we naar toe?' Mechels geeft het adres door en verbreekt de verbinding. Ik stap uit bed en trek een badjas aan. Ik loop naar Wolfs' kamer en klop twee keer aan. Er komt geen reactie dus ik klop nog een keer. Ik hoor wat gemompel aan de andere kant van de deur, waar uit ik op maak dat ik binnen mag komen. 'Wakker worden slaapkop! We hebben een zaak.' Wolfs mompelt wat. 'Over een half uurtje ga ik weg.' Ik gooi een kussen naar zijn hoofd. Hij grinnikt en gaat rechtop zitten. 'Komt goed. Tot zo' zegt hij. Ik glimlach en loop terug naar mijn eigen kamer om mijzelf klaar te maken.

Om 6.00 precies zitten we in de auto onderweg naar de plaats delict. Wolfs heeft zijn zonnebril op en leunt tegen het autoraam. Ik weet ook wel dat hij zijn ogen heeft gesloten onder de donkere glazen van zijn ray-ban. 'Wolfs, we zijn er'. Geen reactie. Ik doe zijn raam open. Langzaam opent hij zijn ogen. 'We zijn er' glimlach ik en ik stap uit de auto. Ik ga gebukt onder het rode lint door en kniel neer bij het levenloze lichaam. Ik observeer het bleke gezicht. Het is nog maar een jonge jongen. Op zijn borst is een rode vlek gevormd. Ik stap op een forensisch onderzoeker af. 'Weten jullie al wat de doodsoorzaak is?' 'Schotwond door de borst waarbij het hart is geraakt.' Ik knik aandachtig. 'Hebben jullie al een identiteit?' De forensische onderzoeker rijkt mij twee afgesloten plastic zakjes aan. Eentje met een ID en een met een iPhone. Ik bekijk de kaart en wenk Wolfs. 'Hij was slecht 20 jaar' zeg ik tegen hem. 'Hoe heet hij?' vraagt Wolfs. 'Liam Brouwer.' 'Ik heb wel genoeg gezien, kom.'

We komen aan op het bureau en wij nemen plaats achter mijn bureau. Ik haal Liam Brouwer door het systeem. 'Zijn ouders zijn overleden. Hij is 1 keer opgepakt omdat hij drugs bij zich had, maar door een goede advocaat is hij eronderuit gekomen. En hij woont in een studentenflat in Maastricht' lees ik voor van het beeldscherm op mijn computer. 'Laten we maar een kijkje gaan nemen in het studentenhuis?' 'Is goed, maar eerst langs het lab.'

We begroeten de forensisch onderzoeker en ik wend mij tot het lichaam dat netjes uitgestald op de ijzeren tafel ligt. 'Zijn er DNA sporen gevonden op het lichaam?' 'Er zijn vingerafdrukken gevonden rond de mond van het slachtoffer'. 'Zijn ze bekend bij ons?' 'Ja, de vingerafdrukken zijn van Daan van der Meer. Hij heeft geen strafblad.' 'Oke dankjewel.' We zeggen gedag en lopen naar de auto. Onderweg naar de auto bel ik Romeo. 'Hey Romeo.' 'Hey Eva, wat kan ik voor je doen?' 'Kan je Daan van der Meer door het systeem halen?' 'Tuurlijk, momentje.' Romeo geeft mij wat info over Daan en verbreekt de verbinding. 'Wolfs, Daan woont in de zelfde studentenflat waar Liam woonde..'

'Hoe gaat het met Fleur?' Vraag ik als we in de auto zitten. 'Goed hoor, ze is vandaag een weekje in Amsterdam bij haar moeder. Ze heeft het leuk.' Ik glimlach. 'Dat is fijn.' 'En hoe gaat het met Maurice?' is het Wolfs' beurt om een vraag te stellen. 'Gaat wel. Hij vindt het wel lastig dat ik niet meer zo vaak bij hem ben, maar ja. Voor de rest is hij druk met zijn baan.'

Wolfs parkeert de auto en we stappen uit. We zijn aangekomen bij een vervallen studentenflat. Ik druk alle bellen in. Een gezoem laat weten dat de deur open is. We stappen binnen en een sterke geur van alchohol dringt mijn neus binnen. In de hal staan 2 jongens sterk ruikend naar drank. Ik kijk fronsend op mijn horloge. Het is pas 10.00. 'Hij woont op verdieping 3, kamer 23.' Voordat we naar boven gaan, bel ik om versterking. Geduldig wachten we. We lopen met de versterking naar boven en stormen zijn kamer binnen. Daan wordt met veel geweld naar beneden gebracht en in het politiebusje geduwd. Onze collega's brengen hem naar het bureau. We besluiten om het appartement te doorzoeken. 'Wolfs' fluister ik. Met zijn wapen voor zijn borst loopt hij naar mij toe. Ik sein naar een vervallen deur. Ik voel aan de deurknop. Op slot.. Achter de deur hoor ik iemand snikken. Ik frons mijn wenkbrauwen. 'Naar achteren' zegt Wolfs, en hij geeft een trap tegen de deurknop. Het gammele slot begeeft het en de deur springt open. Ik loop de ruimte binnen en geloof mijn ogen niet. In het midden staat een tweepersoonsbed. Op het bed ligt een mager meisje. Haar handen zijn vast gebonden aan het bed. Ze heeft enkel lingerie aan. 'Omg' fluister ik en ik haast mij naar het meisje toe. Ik doe mijn vestje uit en leg hem over haar heen. 'Wolfs, het zakmes. Nu!' Zo snel als mogelijk is rijkt Wolfs hem aan. Ik snij voorzichtig de touwen los. Op haar polsen staan grote rode strepen. Het touw heeft diep in haar huid gesneden. 'Bel een ambulance!' Wolfs geeft zijn jasje van zijn pak. Ik help het meisje omhoog en leg het jasje op haar schouders. 'Kom maar.' Ik ondersteun haar naar de bank. 'Hoe heet je?' Vraag ik zachtjes aan haar. 'Yara Meyer.' 'Yara, ik ben van de politie. En dat is mijn collega Wolfs. Kan je mij vertellen hoe oud je bent?' 'Achttien, nee.. Ik ben negentien.' 'Wat is er gebeurd?' Ze barst in huilen uit. Langzaam leg ik mijn hand op haar schokkende schouders. Wetend dat ze meer aanraking niet zou kunnen verdragen. 'Heeft.. Heeft Daan je verkracht?' Fluister ik. Langzaam gaat haar hoofd op en neer. 'Meerdere keren' brengt ze uit. Ik bal mijn vuisten. Ik maak hem af.. Dan komen de ambulancebroeders binnen. Ze begeleiden Yara naar beneden en nemen haar mee naar het ziekenhuis. Wolfs loopt op mij af. 'Gaat het Eef?' Huilend stort ik mij in zijn armen. 'Hij heeft haar verkracht Wolfs! Meerdere keren!'

Gone (Flikken Maastricht)Stories to obsess over. Discover now