Stel, er zijn twee "gewone" mensen die anno 2016 in Amsterdam wonen.
De eerste persoon, laten we hem Henk noemen, is een blanke, rijke man van 49 jaar en heeft verschillende studies gedaan. Hij is sterrenkundige en weet veel van hoe de ruimte in elkaar zit, maar hij is zo ziek dat hij zijn bed nooit uitkomt. Al zijn werk doet hij in bed op zijn computer. Hij verdient redelijk veel geld aan de universiteit, en woont in een (redelijk) groot huis (120m2) in Amsterdam Centrum.
De tweede persoon, Sarima, is 22 jaar en werkt doordeweeks voor Henk. Ook is ze 's avonds vakkenvuller bij de Albert Heijn en in het weekend werkt ze als receptioniste in een hotel. Ze is gevlucht uit Syrië, heeft nooit naar school kunnen gaan, en woont nu in Amsterdam. Ze houdt Henk's huis schoon, ze wast Henk's kleren, ze kookt zijn eten, enzovoorts. Ze zorgt ook nog voor haar jongere broertje (10) en zusje (4); die zijn veel alleen thuis omdat hun oudere zus zo veel werkt. Ze wonen met zijn drieën in een klein huis (60 m2) in de Bijlmer, waar de kinderen ook naar school gaan.
Ben je het met mij eens dat dit een heel realistisch beeld is? Nu vraag ik me af: waarom staat Henk hoger op de sociale ladder dan Sarima? Henk is volkomen afhankelijk van Sarima, hij kan niets zelf. Het enige wat hij kan is nadenken over sterren waar we toch nooit mee te maken krijgen. Sarima daarentegen kan heel veel nuttige dingen, ze kan koken, schoonmaken en basis EHBO, ondanks dat ze nooit naar school is geweest. Waarom krijgt Henk goed betaald en heeft hij een groot huis, terwijl het enige wat hij van zijn huis te zien krijgt toch maar alleen die ene kamer is. En Sarima werkt zich een rib uit het lijf om het eten van twee kleine kinderen te kunnen betalen. Waarom heeft Henk in zijn eentje een twee keer zo groot huis dan een gezin met twee kleine kinderen? Is dat niet heel raar?
ESTÁS LEYENDO
Casus
De TodoGewoon iets waar ik vaak over nadenk, en ik jullie ook over wil laten nadenken.
