Proloog: Het einde der tijden

75 7 8
                                        

Het was nog donker toen Tristan wakker werd. Hij opende zijn ogen langzaam, vermoeid als hij was.

Kijkend naar Sophie, zijn kleine zusje. Al was ze maar een paar minuten jonger dan hij, ze lag nog te slapen in haar eigen bed dat tegen de muur aan de andere kant van de kamer was geschoven.
Straks was het zover, dacht hij zich in zichzelf. Over een paar uur zouden zijn familie en hij naar het verleden gestuurd worden, de enige plek waar de mensheid nog een kans op overleving heeft.
De middeleeuwen...deze moesten ze voorkomen. Klinkt simpel. Naar het verleden reizen en ervoor zorgen dat de middeleeuwen niet zullen bestaan. Hij had er veel over gelezen. Over ridders in metalen harnassen, zittend op paarden. Over oorlogen en veldslagen, kastelen en steden.
Er was maar één periode die hij interessanter vond, namelijk de renaissance.

Zo zat hij daar. Terwijl de zon opkwam en de omgeving wakker werd, zat Tristan op zijn bed te denken aan de opdracht die hen gegeven was: zijn familie zou een van de eersten zijn die getransporteerd zou worden naar de middeleeuwen om ervoor te zorgen voor een plek waar ze hun basiskamp zouden opzetten.

Het lot van de mensheid lag in hun handen.
Hij zuchtte diep, veegde zijn handen door zijn haren en zuchtte nogmaals.

Juist op dat moment leek Sophie ervoor te kiezen om wakker te worden. Ze moest eerst wennen aan het licht dat binnenkwam via het raam, maar na een paar seconden keek ze hem strak aan.

'Het is vandaag, toch?' vroeg ze onzeker of ze het goed had onthouden.

Een grijns verscheen op Tristans gezicht. Hij kon het vaak wel erg goed met zijn zus vinden en dit was echt een van de redenen daarvan. Sophie was, in tegenstelling tot bijna alle andere meiden van haar leeftijd, een aardig persoon. Bij haar leek het er eerder op dat de puberteit haar alleen maar aardiger had gemaakt. En natuurlijk, zoals zijn vrienden weleens zeiden, een stuk knapper.
Tristan had degene die dat had gezegd, Jack, bijna in zijn gezicht geslagen en geroepen: "Waag het niet om dat nog eens te zeggen! Als ik het nog één keer hoor, dan lig je de volgende dag in de sloot!"

Gelukkig had hij dat nog net niet gedaan vanwege twee redenen: Jack was zijn vriend en hij ging ook nog eens mee naar het verleden. Ruzie maken zou dus niet erg verstandig zijn.

Nadat hij snel zijn grijze shirt en spijkerbroek had aangetrokken, ging Tristan naar beneden om snel te ontbijten zodat hij klaar stond voor vertrek. Achter zich hoorde hij Sophie roepen: 'Wacht even! Ik ben bijna klaar!'
Daarop reageerde hij: 'Wat is "bijna" bij jou? Ik heb drie uur gewacht en ik rammel van de honger. Nu snap ik waarom de dinosauriërs zijn uitgestorven!'
Hierop kreeg hij een stroom van gemompelde vloeken achter zich aan.
'Nee serieus Sophie, schiet gewoon op. Ik heb honger!'
'En wat zou ik daaraan hebben?' vroeg Sophie.
Tristan zuchtte, hij wist wat er van hem verwacht werd. 'Oké, ik eet je pudding wel op.' Alleen het uitspreken van deze zin zorgde er al voor dat zijn kokhalsreflex bijna werd ingeschakeld. Zijn moeder was echt een aardig persoon, maar haar pudding was echt niet te eten. Het was alsof je een waterballon gevuld met afwaswater aan het eten was.

Ondertussen was Sophie de trap af aan het rennen. Hierdoor besloot Tristan om wat sneller te lopen. Hij kon het niet laten gebeuren dat hij later dan zijn zusje beneden was.
Uiteindelijk scheelde het een seconde of twee. Terwijl Tristan de trap gewoon was afgelopen, had Sophie vanaf halverwege een duik over hem heen gemaakt. Toch was Tristan sneller, en hij zag zijn zusje dus ook voor hem landen. Beiden renden naar de keuken om te eten,  Tristan hoopte dat er geen pudding was.

Dat was er gelukkig niet. Na een snel ontbijt, liepen ze samen naar de bunker aan de andere kant van de stad.
Het was deprimerend om al die mensen te zien. Aziaten, Afrikanen, Arabieren, Europeanen, en natuurlijk de mensen van het Amerikaanse continent, ze leefden allemaal in één stad. De laatste stad die nog bestond. De derde en vierde wereldoorlogen hadden veel vernietigd, steden als New York, Londen, Parijs, Sjanghai, Moskou en vele anderen, waren er niet meer. Het Pentagon, het Vrijheidsbeeld, de Eiffeltoren, Buckingham Palace en het Kremlin waren slechts ruïnes in radioactieve woestijnen.
De bunker was de laatste hoop voor de mensheid.

Met die gedachte ging hij de bunker binnen. Hij was een bron van hoop voor de mensen in de stad.

Hij moest z'n hoofd erbij houden, want dit... dit ging om het voortbestaan van de mensheid.

---
Hey lezers. Dit boek verschilt erg van andere boeken, want, zoals jullie op het profiel kunnen lezen, is dit boek door vele schrijvers geschreven.

Tot de volgende keer, en geniet van de hoofdstukken van de anderen,

jesperL

Het verleden: Een nieuwe tijdHistorias para obsesionarse. Descúbrelo ahora