Prologue

33 3 1
                                        

Jay keek om zich heen. Voor hem lag een enorm lava-meer en er stonden muren aan zijn zijden op anderhalve meter afstand.

Nog niet veel langer en hij zou sterven, of het nou door een woedende Minotaurus kwam of door een kokende put met lava, het leek hem beide niet aantrekkelijk.

Er moest een oplossing zijn, dat wist Jay ook. Welke oplossing wist hij niet, en Natalie was nergens te bekennen. Misschien was ze het avondmaal van de mensetende stier geworden. Of het middageten. Hoe laat was het eigenlijk? Over eten gesproken, Jay had best honger.

Veel tijd om na te denken over voedsel had Jay niet, aangezien de Minotaurus op hem af kwam stormen. In de korte tijd die hij had sprong hij opzij - tegen een muur - en de Minotaurus had geen tijd om te stoppen met rennen en kwam terecht in de lava. Na een schreeuw die - als hij niet van een moordende Minotaurus was - medelijden opgewekt had, stond Jay op. Hij zag het lichaam van de Minotaurus al niet meer. Het was verzwolgen en verbrand door de lava.

In zijn hoofd spookten er veel vragen rond, en soms ergens nog wat schuldgevoel, maar er was één gedachte die het meeste voorkwam:

Au. Mijn hoofd.

Ik lachte. Nou ja, het was niet echt lachen. Ik ademde uit uit mijn neus, wat een raar geluidje als resultaat had. Het klonk alsof ik mijn neus snoot, maar dan zonder zakdoek en zonder verstopte neusgaten.  

Rood: De kleur van liefde, bloed en tomatensaus Stories to obsess over. Discover now