Deel 1

32 5 1
                                        

Proloog

Ik kan me niet meer concentreren. Ik durf niet meer alleen te zijn, want als het donker wordt is het al te laat. Ik voel me niet meer veilig. Er gaan duizenden dingen door me heen. Kan ik ooit nog gaan slapen, of is het al te laat. Het begint al donker te worden, ik zat helemaal alleen in mijn kamer. Laat ik maar alvast het licht aan doen voordat het me komt halen. Ik wil niet mee! Ik wil niet mee! Op den duur van de avond werd het steeds donkerder, totdat de lichten uitvielen. Ik keek om me heen, hoe kan dat. Ik rende naar de badkamer ,want daar was het een beetje licht. Ik voelde het al, dezelfde gevoel die ik al eerder had. Ik keek achterom, om te kijken als het er al was. Toen ik me omdraaide zag ik het al staan. Het was lang, mager, en het leek wel alsof het veel armen had. Het bewoog, het bewoog daar in het hoekje in het donker. Ik viel, en ik werd duizelig. Het laatste wat "ik zag was een magere verminkte gezicht. Ik ging dood.

Het begin
Mijn naam is Carrie Deckson. Ik ben 17 jaar oud. Ik woon ik Dellsfort, California. Ik werd wakker. Teveel gedronken? Zei camilla. Zei is mijn beste vriendin. N-nee hoezo? Nou eh, gisteren avond schreeuwde je opeens naar een donkere plek in het donker. Je zei dat je een man zag. Vast teveel gedronken, he. Waar heb je het over en ik liep weg. Wat denkt ze wel. Mijn moeder kwam. Ze was boos op me. Ze zei: wie is dat? Ik zei dat het mijn vriendin is. Ik geloof je niet. Je ben altijd alleen. Je hebt geen enkele vrienden!Ik liep naar school. Ik pakte al mijn boeken in en liep weg. Ik had vandaag tot zeven uur les. Het was 6 uur s'avonds. Ik zat nog op school. Want we hadden toets. Ik keek om me heen. Om te kijken waar mijn docent zat. Ik voelde dat iets naar me keek. Het voelde heel wantrouwend aan. Ik zag iets in het donker dat leek op een man. Een man met best wel veel armen. Ik schrok, want toen deedt de docent opeens het licht aan en het verdween. Ik keek om me heen, misschien was het snel gevlucht, maar ik vondt niks. De lessen waren voorbij en ik rende snel naar huis. Ik pakte mijn fiets en fiettsen naar huis. Ik zag hem alweer. Maar nu rende hij. Hij rende met me mee. Het leek wel alsof hij me wilde inhalen. Ik fietste harder en harder, en hij deed het ook. Hij rende heel snel voor iets. Ik kwam thuis aan. Ik zag mama. Ik zei het, maar ze geloofde me niet. Ik bel weer even voor een afspraak bij de dokter,Zei ze. Mam, ik heb het 'echt' gezien. Ik geloof je, zei ze.

De doktersafspraak
Volgt u mij, zei de dokter. Maar ik ben niet gek dokter! Ik geloof je. Hier is uw kamer. Ga hier maar liggen. Ze keek om haar heen. Het was een donkere kamer met een grote raam. Lig maar op deze bed. De dokter bond haar vast. Wat heeft dit te betekenen, zei ze. Ga maar slapen. Hij sloot haar op. Het werdt donker. Hij stond er alweer. Maar nu stond hij naast mij. Ik trilde van angst. Opeens kwam er licht uit het gordijn en hij verdween. De noodalarm ging aan. De deuren gingen open. Ik kwam los en vluchtte uit het raam. Ik rende het ziekenhuis uit. Opeens zag ik hem daar staan, in het donker. En hij zei wat tegen me. Hij zei ' je bent nooit alleen'. Ik probeerde te vluchtten. Ik kon het gewoon niet geloven. Ik kwam buiten. Het was zonnig weer. Het werdt opeens donker. Hij stond opeens naast me. Ik voelde een koude adem naast me. Alsof het me wilde bevriezen. Ik voelde me depressief. Ik durf gewoon niet meer in het donker te gaan.

De dood
Ik voelde het nog een keer. Ik probeerde weg te rennen. Maar het lukte niet. Ik kan me niet meer concentreren. Ik durf niet meer alleen te zijn, want als het donker wordt is het al te laat. Ik voel me niet meer veilig. Er gaan duizenden dingen door me heen. Kan ik ooit nog gaan slapen, of is het al te laat. Het begint al donker te worden, ik zat helemaal alleen in mijn kamer. Laat ik maar alvast het licht aan doen voordat het me komt halen. Ik wil niet mee! Ik wil niet mee! Op den duur van de avond werd het steeds donkerder, totdat de lichten uitvielen. Ik keek om me heen, hoe kan dat. Ik rende naar de badkamer ,want daar was het een beetje licht. Ik voelde het al, dezelfde gevoel die ik al eerder had. Ik keek achterom, om te kijken als het er al was. Toen ik me omdraaide zag ik het al staan. Het was lang, mager, en het leek wel alsof het veel armen had. Het bewoog, het bewoog daar in het hoekje in het donker. Ik viel, en ik werd duizelig. Het laatste wat ik zag was een magere verminkte gezicht. Ik ging dood. Ik keek naar hem. Daar stond ik dan, naast hem. Ik voelde me erg licht. Hij omhelsde me. Het was wit om me heen. Hij zei tegen me ' je bent dood'. Ik kon het gewoon niet geloven. Heb ik je bang gemaakt, zei hij tegen me. Ik hoorde je moeder zeggen dat je altijd alleen was, dus ik wilde bij je zijn. Ik wilde voor altijd je vriend zijn. En toen verdween hij. Ik ben dus d-dood.

The shadowWhere stories live. Discover now