Hoofdstuk 14.

131 13 0
                                        

‘Ga voorzichtig zitten. Dan pak ik de verbandtrommel’ zegt Sarah zachtjes. Thomas doet een klein lampje aan. ‘Denk dat je niet op een felle lamp zat te wachten’ zegt hij zachtjes en knielt voor haar neer. Haar hoofd voelt zwaar. ‘We krijgen hem wel. Morgenochtend gaan we naar de politie en doen we aangifte’ zegt hij. ‘Ik heb vrij gekregen dus Sarah en ik gaan met je mee’ zegt hij en veegt een pluk uit haar gezicht. ‘Eerst eens alles schoonmaken’ zegt Sarah die met een bak vol water aankomt zetten. De verbandtrommel heeft ze al open geklapt op de tafel. Thomas pakt het washandje van tafel en doopt dat in het water. ‘Ik maak het wel schoon met water. Regel jij de rest’ beslist Thomas. Hij begint met het schoonmaken van haar benen. Op beide knieën zitten lelijke schaafwonden en maakt deze voorzichtig schoon. Als hij dat heeft gedaan pakt hij voorzichtig haar hand. Haar hand ligt in zijn hand en de ander maakt voorzichtig haar hand schoon. Pijnlijk knijpt ze haar ogen dicht als Sarah jodium op haar knie doet en er een pleister op plakt. Thomas pakt haar andere hand voorzichtig vast. Zo wordt ze verzorgt door Sarah en Thomas. Als alles netjes is verzorgd helpen Thomas en Sarah haar naar de bank. Ze gaat er voorzichtig opliggen. ‘Hij heeft je echt goed geraakt’ zucht Sarah als ze voorzichtig een koude natte doek op Saskia’s voorhoofd drukt. ‘Au’ kreunt Saskia. ‘Laten liggen dat zorgt ervoor dat die blauwe plekken in je gezicht wat minder worden’ antwoord Sarah. ‘Ga maar slapen’ fluistert Thomas als Sarah naar de keuken loopt. Hij zit op zijn knieën naast de bank. Ze kijkt hem aan en glimlacht zwakjes naar hem. Hij pakt de natte doek van haar hoofd. Zijn gezicht komt dichter bij die van haar. Heel voorzichtig drukt hij een kus op haar voorhoofd. Saskia sluit haar ogen en valt al gauw in slaap.

‘Zullen we haar wakker maken?’

Ze hoort stemmen fluisteren. Ze ligt niet meer op de bank. Ze ligt op wat zachts. ‘Laten we nog maar even wachten’ wordt er weer gefluistert. Voorzichtig opent ze haar ogen. ‘Oh ze is wakker’ hoort ze Sarah fluisteren. Ze legt haar hand op haar hoofd die gelijk begint te bonken. Sarah gaat op het bed zitten en Thomas leunt tegen de deur aan. ‘Eerst voorzichtig overeind zitten’ zegt Sarah op een moedertoon. Saskia gaat op een rustige manier overeind zitten. ‘Hier eet wat’

Saskia wordt al bijna misselijk als ze het eten ziet. ‘Niet tegenwerken, gewoon wat eten’ zegt Sarah weer op de moedertoon. Als Saskia tegen haar wil in het broodje heeft opgegeten, pakt ze de paracetemol die Thomas aangeeft met het glas water. Die heeft ze wel nodig. ‘Hoe ben ik hier gekomen?’ vraagt ze schor. ‘Waar?’ vraagt Sarah. ‘Hier in bed. Het laatste wat ik me herinner is dat ik op de bank lag’ zegt ze schor. ‘Thomas heeft je naar boven gedragen en vannacht heb je in mijn bed geslapen. Ik wou je het campingbedje ook niet aandoen’

‘Dankjewel’ zegt Saskia schor. ‘Thomas ga jij naar beneden. Dan knap ik Saskia wat op en kunnen we naar de politie’ zegt Sarah. Thomas verlaat de slaapkamer. ‘Eerst maar eens andere kleren’ beslist Sarah. Ze staat op en zoekt in de koffer. ‘Doe maar wat makkelijks’ zegt Saskia schor. Haar keel begint te irriteren. Ze probeert te hoesten om het wat gemakkelijker te krijgen. Sarah haalt een trui uit de koffer. ‘Deze doen we wel. Ik help je wel’

Voorzichtig helpt Sarah haar met omkleden. Ze stopt de kleren die Saskia aanhad in een tas. ‘Misschien wil de politie die wel gebruiken voor bewijzen’ antwoord Sarah als Saskia haar niet begrijpend aankijkt. Saskia begint te lachen. ‘Je kijkt iets te vaak CSI’ lacht ze. Al gauw stopt ze daar mee, omdat het zeer doet. Voorzichtig begint Sarah het haar van Saskia te borstelen. ‘Wat zal ik ermee doen?’ vraagt Sarah. ‘Laat maar los. Dat doet het minste pijn aan me hoofd’ zucht Saskia. Sarah doet wat make-up bij haar op het gezicht en de meiden lopen voorzichtig naar beneden. ‘Een kaartje van Levi en Chris’ zegt Thomas die haar een kaartje aangeeft. ‘Wat zijn het toch een schatten’ zucht Sarah. Voorop de kaart staat een beertje met allemaal pleisters op zijn lichaam. ‘De jongens wouden graag mee, maar moesten werken’

Ze pakken de laatste spullen en verlaten het huis. ‘Ik heb er echt geen zin in’ geeft Saskia toe als ze samen met Sarah achter in de auto zit. Ze kijkt er echt tegen op om Thijs aan te geven. Thomas geeft gas en ze rijden weg. ‘Dat snap ik, maar je moet echt alles vertellen wat er is gebeurd’ zegt Sarah. ‘Ik weet niet alles. Ik ben op een gegeven moment flauw gevallen en toen ik wakker werd was ik nog steeds in de steeg met Thijs’ zegt ze zachtjes. Straks kunnen ze haar niet helpen. Ze wordt er bang van en duikt nog dieper weg in haar trui. Als er niets gebeurd zoekt Thijs haar zo weer op en dan is ze zeker niet veilig. Thomas zet de radio wat harder als afleiding. ‘We gaan zover mogelijk met je mee’ beloofd Sarah. Haar ouders! Ze moet dit ook aan haar ouders vertellen. Straks mag ze hier helemaal niet meer naar toe van haar vader. Dat maakt ook niet uit, want Thijs weet waar ze woont en waar ze naar school gaat bedenkt ze zich dan. Thomas en Sarah praten zachtjes over hoe ze dit aan Martijn en Kristel gaan vertellen. ‘Die moeten het ook weten’ zegt Sarah tegen haar als ze op kijkt. ‘Kunnen we het eerst regelen met de politie? Dan is dat voorbij’ zucht Saskia. ‘Dat doen we eerst. Zal ik anders straks Martijn en Kristel bellen?’ stelt Sarah voor. Saskia knikt. Thomas parkeert de auto en helpt haar uit de auto. De agente achter de balie kijkt hen nieuwsgierig aan. Nieuwsgierig op de manier wat er met haar is gebeurd. ‘We komen aangifte doen’ hoort ze Thomas zeggen. Saskia kijkt met angstige ogen naar de agente. Een uur later komt ze de kamer uit. Thomas leunt tegen de muur. Sarah ziet ze nergens. Thomas kijkt op en loopt naar haar toe. De agent doet de deur achter zich dicht. Samen staan ze in de gang. Alle emotie die ze weg heeft gedrukt tijdens het gesprek komt weer boven. Ze kijkt Thomas aan. Ze weet zeker dat hij de tranen in haar ogen ziet. Nog één stap en hij staat recht voor haar en neemt haar in zijn armen. De tranen blijven komen. Ze kreupt zover mogelijk weg in de beschermende armen van Thomas. Hij zegt geen woord tegen haar. Als ze eindelijk stopt met huilen komt Sarah de gang in gelopen. Thomas laat haar bijna helemaal los. Zijn arm laat hij over haar schouder hangen. ‘Kristel en Martijn komen nu hier heen’ zegt ze als Thomas haar vragend aan kijkt. ‘Ze schrokken heel erg. Ze zeiden nog wat voor jou Thomas’ vertelt Sarah. ‘Wat zeiden ze?’ vraagt hij. ‘Dat het de tijd is om je zusje te bellen. Als er twee aangiftes worden gedaan tegen hem dan is het makkelijker voor het onderzoek’

‘Ik zal haar dan maar bellen’ antwoord Thomas en loopt weg. Saskia mist nu al zijn arm die om haar schouder lag. Ze schrikt zelf van haar gedachte. Samen met Sarah gaat ze op de bank zitten. ‘Hoe ging het gesprek?’ vraagt Sarah. Saskia haalt haar schouders op. Eigenlijk wilt ze er zo weinig over kwijt. Ze heeft echt alles moeten vertellen wat ze nog weet. Van het begin tot het einde. Straks wordt ze onderzocht door een arts. Iets waar ze nu al erg tegen op ziet. ‘Ging wel. De agent ging nu iemand bellen en ik word zo weer geroepen’ geeft ze maar als antwoord. Sarah slaat een arm om Saskia heen. Stil blijven ze zo zitten.

‘Mijn zusje heeft besloten om nu ook aangifte tegen hem te doen’ zucht Thomas en ploft naast Saskia neer. ‘Dat is fijn’ zegt Sarah. De deuren in de gang gaan open en Kristel en Martijn komen naar hen toegelopen. ‘Ach meisje toch’ fluistert Kristel als ze Saskia in haar armen neemt. Kristel is als een zus voor haar geworden in deze tijd. ‘Saskia de Groot?’

Een agente komt bij hen staan. Saskia maakt zich los uit de omhelzing van Kristel. ‘De arts die je gaat onderzoeken is er’ vertelt de agente. Angstig kijkt ze naar Kristel. ‘Is het goed als ik mee ga?’ vraagt Kristel. ‘En u bent?’ vraagt de agente. ‘Kristel Struis. Ik heb Saskia opgevangen in het centrum toen ze was weggelopen bij haar ex-vriend’ legt Kristel uit. ‘Nou ga maar mee’ antwoord de agente. Saskia haakt haar arm door die van Kristel en samen lopen ze achter de agente aan. Martijn, Thomas en Sarah blijven achter. ‘We komen er samen door heen’ fluistert Kristel voordat ze de onderzoekskamer inlopen. Er staat een vrouw in het midden van de kamer. De agente laat hen alleen. De vrouw stelt zich voor, maar Saskia vergeet al gelijk de naam van de vrouw. Saskia probeert haar trillende handen onder controle te krijgen, maar dat werkt nog niet echt. ‘Saskia, kom maar hier zitten’ zegt de vrouw. Saskia gaat op het bed zitten. Kristel neemt plaats in de stoel. ‘U bent?’ vraagt de vrouw aan Kristel. Kristel vertelt gauw wie ze is. ‘Oh oké. Zo Saskia ik heb gelezen wat er is gebeurd. Dat is niet niks. Ik snap ook dat je het liefst deze kamer zo snel mogelijk wilt verlaten’ begint de vrouw. Saskia knikt. ‘Dan beginnen we rustig aan’ stelt de vrouw haar gerust.

Een nieuw beginWhere stories live. Discover now