Als het eten op is en ze weer een hoop hebben gelachen lopen ze richting het café. ‘Ik kan het echt niet geloven. Die jongen krijgt het druk vanavond. Al die meiden vonden hem wel wat. Volgens mij moeten ze hem maar delen’ lacht Saskia. ‘Geef mij maar een jongen voor mij alleen’ lacht Sarah en loopt het café in. Saskia loopt achter haar aan naar binnen. De muziek staat weer op standje goed en het begint alweer aardig druk te worden. Ze lopen gelijk door naar de bar. ‘Jullie zijn vroeg’ lacht Thomas. Hij loopt weg en zet dan twee drankjes voor hen neer. ‘Van mij’ lacht hij hen toe en gaat weer aan het werk. ‘Dat is altijd fijn’ lacht Sarah. Sarah draait zich om op haar barkruk en bekijkt de jongens eens die er rond lopen. ‘Wil je echt zo graag een jongen aan de haak slaan?’ vraagt Saskia. ‘Ben er wel weer aan toe’ zucht Sarah en ze gooit bijna het drankje in één keer achterover. ‘Je weet dat we wel samen tegelijk naar huis moeten hé’ waarschuwt Saskia haar. ‘Klopt’
‘Ga jij nog maar eens raden wat er in dat drankje van je zit’ hoort ze Thomas achter haar zeggen. Ze draait zich naar hem toe. ‘Of je vertelt het mij gewoon’ ze probeert haar liefste glimlach uit. ‘Dag het dus even niet’ zegt hij met en grijns op zijn gezicht. Met een zucht leunt ze op de bar en kijkt naar het glas dat voor haar staat. Ze heeft al gauw door dat ze er zo ook niet achter komt. Ze pakt het glas vast en neemt een slok. Ze moet gewoon opletten hoe Thomas straks dat drankje klaarmaakt. Ze draait zich om en ziet een drankenkaart op een tafeltje liggen. Er verschijnt een grijns op haar gezicht. Dat ze daar niet eerder aan heeft gedacht. Ze laat zich van haar barkruk glijden en pakt de drankenkaart van het tafeltje. Ze bekijkt de drankenkaart, maar kan haar drankje niet vinden. ‘Daar staat hij niet op. Het is ons speciale drankje’ lacht Chris die langs haar heen loopt. Saskia legt de drankenkaart weer op het tafeltje en gaat weer op de barkruk zitten. Sarah is verdwenen zo te zien. Ze kijkt naar de mensen die binnen komen.
‘Ik ga maar eens op zoek naar Sarah’ zegt ze tegen Levi met wie ze een gesprek is aangegaan. ‘Denk dat ze buiten is’ roept Levi nog naar haar. Saskia kijkt eerst in de toiletten en loopt dan naar buiten. Het is al donker. Als ze omhoog kijkt ziet ze de volle maan. Ze vond het als klein kind zo raar altijd, dat de maan er elke keer weer anders uit zag. Haar opa heeft haar toen precies uitgelegd hoe het precies werkte. Hij heeft haar ook vanalles over de sterren vertelt. Sommige sterren weet ze zelfs nog bij naam. Ze kijkt om zich heen. In de verte staan twee mensen tegen een boom. Daar verderop zit een stel op een bankje. Ze draait zich om en geeft een gil. Een gil die niet te horen is, omdat er een hand op haar mond ligt. Ze kijkt in de ogen van Thijs. Hij houdt haar stevig vast en trekt haar mee een steegje in. ‘Laat me los’ probeert ze te roepen, maar Thijs duwt zijn hand strakker op haar mond. Hij loopt met haar ver het steegje in, zodat niemand hen kan zien. Ze probeert te gillen, maar dat werkt niet. ‘Stil maar, ik ben bij je, je hoeft niet bang te zijn’ fluistert hij in haar oor en drukt er een kus op. ‘Nee’ probeert ze te schreeuwen. Hij duwt haar zo hard tegen de muur dat ze geen kans krijgt om te ontsnappen. Ze probeert hem een knietje te geven, maar dat mislukt. Boos en bang kijkt ze hem aan. ‘Niet zo raar doen. Dat moet je helemaal niet doen’ zegt Thijs. Zijn vingers glijden langs haar gezicht. Even legt hij ze om haar keel heen. Er gaat van alles door haar hoofd heen. Wat gaat hij doen? Wat wilt hij doen? ‘Als je goed luistert dan gebeurd er niets’ zegt hij en neemt haar gezicht in zijn handen. Ze probeert hem weg te duwen, maar hij duwt haar weer tegen de muur aan. Thijs is sowieso sterker dan wat zij is. ‘Laat me gaan’ probeert ze. ‘En dan? Dan ga je naar binnen en vertel je dit allemaal. Ik laat je nog niet gaan. Eerst eens wat plezier beleven. Ik heb je gemist’ zegt hij en streelt een pluk haar uit haar gezicht. Ze draait haar hoofd weg. Ze ziet iemand langs het steegje lopen. Nu is het haar kans om aandacht te trekken. Ze wilt roepen, maar Thijs draait haar gezicht weer recht. Ze voelt zijn lippen op die van haar. Ze kan geen kant op.Hij houdt haar hoofd zo stevig vast dat ze hem geen eens weg kan draaien. Naar achteren kan ze niet. ‘Wat heb ik je gemist’ fluistert hij met zijn lippen tegen die van haar. Ze ruikt de alcohol die uit zijn mond komt. Hoe komt ze hier ooit weg. Zijn ene hand duwt haar tegen de muur en zijn andere hand glijdt over haar lichaam. Zijn mond laat haar mond los en hij kijkt hij met een grijns aan. Zijn gezicht komt weer dichter bij die van haar. Ze geeft hard een gil. Ze voelt haar wang branden van de pijn. De hand van Thijs die haar heeft geslagen drukt hij weer op haar mond. ‘Kop dicht. Had ik gezegd’ fluistert Thijs woest in haar oor. Ze heeft hem boos gemaakt. Wat moet ze nu? ‘Als je niet stopt met gillen, loopt het slechter met je af’ zegt hij woest en legt zijn andere hand om haar keel. Ze voelt hoe hij langzaam haar keel dichtknijpt. Angstig kijkt ze hem aan en probeert hem weg te duwen. Ze pakt zijn armen vast en knijpt er zo hard mogelijk in. ‘Eindelijk wat spanning’ lacht Thijs en drukt haar keel nog wat strakker dicht. ‘Knijp zo hard als je wilt. Wordt er alleen maar opgewonder door’ lacht hij en gaat nog dichter tegen haar aan staan. Met moeite kan ze nog ademhalen. Hij haalt zijn hand van haar mond en drukt zijn mond weer op die van haar. Zijn hand laat haar keel los. Ze probeert adem te halen, maar dat lukt niet met de lippen van Thijs op die van haar. ‘Oh dit steegje is al bezet’ hoort ze een meisje giechelen. Saskia kijkt opzij en ziet een jongen en een meisje weglopen. ‘Nee’ fluistert ze zachtjes. ‘We worden gezien als een stel’ lacht Thijs. Zijn hand glijdt over haar shirt. De rillingen gaan over haar rug. Wat denkt Thijs wel niet. Die gedachte geeft haar kracht en ze duwt hem hard van zich af. Thijs laat haar los en kijkt geschrokken naar haar. Ze begint te rennen naar het einde van de steeg. ‘Slet die je bent!’ roept Thijs. Ze kijkt niet achterom. Een hand tegen haar rug en Saskia valt voorover op de stenen. Ze voelt hoe haar knieën en handen open gaan door de stenen. Haar hoofd raakt de grond. Saskia probeert overeind te komen. Thijs draait haar om zodat ze op haar rug ligt. Hij staat boven haar. Zijn benen aan beide kanten van haar zij. Ze probeert overeind te komen, maar Thijs zet zijn voet op haar keel. ‘Nee’ gilt ze en probeert met haar handen zijn voet weg te krijgen. Ze proeft bloed in haar mond. Angstig kijkt ze om zich heen. Ze ziet zwarte vlekken voor haar ogen en ziet daarna niets meer.
‘Saskia’
Een pijn schiet door haar hoofd. Waar is ze? Het is koud om haar heen. Ze opent voorzichtig haar ogen. Er zit iemand voor haar. Een koude hand die haar voorhoofd aanraakt. ‘Wat heb ik gedaan’ hoort ze degene voor haar fluisteren. Ze opent plots haar ogen. Thijs zit voor haar! ‘Nee, je gaat niet weg’ fluistert hij woest als ze overeind probeert te komen. Hij duwt haar omlaag tegen de muur. Ze kijkt opzij en ziet dat Thijs haar nog verder de steeg in heeft genomen. ‘We gaan het nu anders aanpakken. Je luistert gewoon naar mij’
Thijs neemt haar gezicht in zijn handen en duwt zijn mond op die van haar. Angstig probeert ze los te komen. ‘Je werkt niet mee’ sist hij. Zijn hand raakt pijnlijkt haar wang. Ze heeft het gevoel of ze bond en blauw is. Ze sluit haar ogen en wilt dat het allemaal over is. Dat het voorbij is. Weer een hand die pijnlijk haar gezicht raakt. ‘Dan zorg ik ervoor dat niemand je meer mooi vind’ sist hij en tuft in haar gezicht. Weer een klap in haar gezicht. ‘Thijs! Ben je hier? Diego en ik willen gaan’ hoort ze iemand roepen. ‘Tot de volgende keer’ zegt hij en drukt nog een kus op haar lippen. Hij staat op en loopt weg. Bang blijft ze liggen. ‘Wat heb je gedaan?’ hoort ze de stem van het meisje vragen. ‘Wat denk je zelf. Gewoon een lekkere chick’ hoort ze hem lachen. ‘Je bent gelukkig weer de oude’ zegt het meisje. De stemmen vervagen. Als ze zeker weet dat ze weg zijn probeert ze rechtop te zitten. Een pijn schiet door haar hoofd heen. Ze moet hier weg. Voorzichtig probeert ze om overeind te komen. Zwarte vlekken voor haar ogen. Ze leunt tegen de muur en probeert rustig te ademen. Als de vlekken weg zijn loopt ze heel voorzichtig richting het einde van de steeg. Het bloed glijdt langs haar knieën omlaag. Haar handen doen zeer. Voorzichtig legt ze haar handen tegen haar bonkende hoofd. Nog even dan is ze weer veilig. Het is rustig op straat. Moe leunt ze tegen de lantaarnpaal. Ze hoort hoe de deur van het café open gaat. Moe sluit ze haar ogen en houdt de lantaarnpaal stevig vast. ‘Hier is wel een steegje’ hoort ze een jongen zeggen. ‘Kijk’ hoort ze het meisje fluisteren. Ze hoort hoe iemand voorzichtig naar haar toeloopt. ‘Saskia?’ hoort ze een verbaasde stem. Voorzichtig opent ze haar ogen. David. Saskia begint te huilen en zakt op de grond. David vangt haar op en helpt haar naar de muur. Daar laat hij haar voorzichtig zakken. De tranen blijven maar komen. Alles doet zeer. ‘Blijf bij haar’ hoort ze David zeggen. Het meisje knielt naast haar neer. De deur van het café gaat open en dicht. Het meisje dat naast haar zit weet niet wat ze moet doen. De muziek zorgt ervoor dat haar hoofdpijn nog erger wordt. De deur gaat weer open. Ze hoort verschillende stemmen. ‘Saskia’ hoort ze Sarah roepen. Sarah knielt naast haar neer en trekt haar tegen zich aan. Huilend leunt Saskia tegen Sarah. ‘Weet je wat er is gebeurd?’ hoort ze de stem van Thomas aan David vragen. Ze opent haar ogen. De jongens staan voor haar. Thomas gaat op zijn hurken tegenover haar zitten. ‘Thijs?’ vraagt hij. Saskia knikt en begint nog harder te huilen. ‘Waar is hij?’ vraagt Thomas daarna. Saskia haalt haar schouders op. ‘Ze moet naar huis’ zegt Sarah. ‘Wacht even’
Thomas staat op en verdwijnt naar binnen. ‘Ik zie je later nog wel’ zegt het meisje dat bij David was. ‘Kom we helpen je overeind. We gaan naar huis’
YOU ARE READING
Een nieuw begin
ChickLitWat doe je als je vader met groot nieuws aan komt zetten? Het enige wat Saskia wil is: weg! Ze gaat naar haar vriendje, maar of dat het type goede vriendje is? Ze ontmoet de verkeerde mensen, ze ontmoet nieuwe mensen, ze ontmoet een geloof!
