-006-

37 5 1
                                        

Sirenes van politie auto's kwamen dichterbij. Met ruk stond ik op en stopte het mes in mijn tas en deed mijn tas weer op mijn rug. Ik keek om me heen en rende naar het hek toe waar ik in een vlugge beweging overheen sprong. Ik deed mijn capuchon op en rende met een omweg door het bos terug naar de drukke straten. Ik hield mijn hoofd naar beneden en liep al snel weer een steegje in. Ik keek om me heen en wist al snel weer waar ik was. In mijn hoofd maakte ik een route van hoe ik moest lopen en ik zette het weer op een rennen. De sirenes klonken nu verder weg maar ik bleef rennen.
Een lange weg die ik moest afleggen kwam al in zicht en ik bleef rennen. Mijn conditie leek opeens veel beter want ik had totaal geen last van vermoeidheid. Al snel zag ik het zand pad door het bos, daarachter zou mijn huisje staan.
Voor de zoveelste keer keek ik achterom of niemand me volgde. Toen ik niemand zag vertraagde ik mijn pas en liep door het zand heen.
Na een tijd lopen zag ik mijn schattige huisje al in zicht komen.
Ik haalde mijn tas van mijn rug af en zocht naar mijn sleutels. Toen ik het koude metaal in mijn handen voelde pakte ik ze eruit en slingerde mijn tas weer op mijn rug. Snel stak ik de sleutel in het slot en met een klik ging het slot open. Met veel gekraak ging de houten deur open en ik klikte op het licht knopje vlak naast de deur. De kamer werd verlicht en er kwam een glimlach op mijn gezicht. Ik keek de kamer rond en sloot toen snel de deur achter me. Ik gooide mijn tas op de grond en liet me op de bank vallen. De suède bank voelde zacht en vertrouwd aan. Ik snoof de geur van mijn vertrouwde omgeving diep in en ademde langzaam weer uit. Ik kwam langzaam weer overeind en stond op van de bank. "Focus" zei ik streng tegen mezelf. Ik liep naar de deur die links achter in de kamer zat. Ik keek snel schuin door het raampje naast de voordeur naar buiten. Niemand. Ik bukte en pakte een klein sleuteltje vanuit de spleet in de muur. Voorzichtig kwam ik weer overeind en stak langzaam het sleuteltje in het slot van de deur. Zonder veel geluid ging de deur open. Voor de laatste keer keek ik door het raam naar buiten, de kust was nog steeds veilig. Ik stapte het kleine kamertje binnen. Ik sloot de deur direct achter me. Ik liep naar de houten kast toe en zocht naar het lichtknopje dat ik achter de kast had geïnstalleerd. Toen het licht aanging draaide ik langzaam mijn hoofd en keek de kamer rond. Het was mijn oude studeer kamertje. In het midden van de kamer stond een grote ovale tafel met 4 stoelen eraan. In de linker hoek van de kamer stond een oud bureautje met daarop een stapel A4tjes en ontelbaar veel pennen en stiften. Ik liep naar het bureautje toe en opende een van de laatjes. Ik pakte het bovenste schrift en bladerde erin. Met mijn slordige handschrift waren er op elke bladzijde wel een paar zinnen gekladderd. Ik gooide het schrift op de tafel en draaide me om. Ik keek naar het grote krijt bord dat ik aan de rechter kant van de kamer had staan. En grijns kwam op mijn gezicht. Dat was precies wat ik nodig had. Ik klapte het bord open en keek naar de 3 volgetekende borden. Ik pakte de wisser die ik op de tafel had liggen. Ik veegde de getekende bloemen en enkele zinnen weg. Ik ging aan de andere kant van de tafel zitten en ik keek naar het lege krijtbord. Ik legde de wisser voor me neer en staarde even voor me uit. Ik dacht na over 2 dingen. Hoe ik mijn plan zo optimaal mogelijk uit zou kunnen voeren, en met wie ik dat zou doen. Ik was namelijk niet zeker of het slim was om dit alleen te doen. En wat hulp zou altijd goed van pas komen. Ik schoof mijn stoel voorzichtig naar achter en stond op. Ik pakte mijn wisser op en liep naar mijn bureau ik opende het 2e laatje waar alle krijtjes lagen. Ik pakte er één en liep weer om de tafel heen naar het krijtbord. 'Voorbereiding' schreef ik op het bord, zo leesbaar mogelijk. Ik tekende een punt op het bord en schreef erachter 'bondgenoten' ik grijnsde en zetten het volgende punt op het bord. 'Wapens' en vervolgens 'locatie'. Ik deed weer een paar stappen naar achter en dacht na. Opeens hoorde ik een geluid vanuit de woonkamer komen. Mijn hartslag versnelde en ik bleef dood stil staan. Het geluid leek op een getril. Iemand is binnengekomen ging er door me heen. Op mijn tenen liep ik naar de deur van de kamer toe. Ik luisterde bij de deur en het getril was er nog steeds. Voorzichtig hield ik mijn hand op de deurklink en deed deze voorzichtig naar beneden. Ik keek voorzichtig de kamer in maar er was niemand te zien. Ik zuchtte en gooide de deur open. Midden in de kamer stond ik stil en luisterde waar het geluid vandaan kwam. Ik slaakte opnieuw een zucht en keek naar mijn tas met daarop mijn trillende mobiel.

Verbrande zielWhere stories live. Discover now