Het appartement was stil.
Te stil.
Layla gooide haar jas over de stoel en daaide de deur op slot. Zoals altijd.
Ze woonde alleen, hoog genoeg dat niemand zomaar binnenkwam. Veilig... dat dacht ze tenminste.
Ze zuchtte en liet haar tas vallen.
En toen-
klik
Ze verstijfde.
"Hallo?" riep ze.
Geen antwoord.
Haar hart begon sneller te kloppen. "Is daar iemand?!"
Een zachte lach.
Niet luid. Niet duidelijk.
Maar dichtbij.
Te dichtbij.
Layla draaide zich om, haar adem stokte.
Niemand.
"Oké nee- nee dit is niet grappig!" Haar stem brak terwijl ze achteruit liep. "Kom tevoorschijn!"
De lamp boven haar flikkerde.
En ging uit.
Donker.
Volledig donker.
"STOP!" schreeuwde ze, haar stem galmde door het appartement.
En toen hoorde ze het.
Voetstappen.
Langzaam.
Rustig.
Alsof iemand genoot van elk seconde.
Layla draaide zich om en rende.
De gang door, haar voeten gleden bijna uit op de vloer. Ze greep naar de deurklink-
op slot.
"Nee! NEE, DOE OPEN!" Ze trok er wild aan.
Achter haar...
stilte.
Ze durfde niet om te kijken.
"Je gaat me toch niet teleurstellen, hè?" klonk een lage stem vanuit de duisternis.
Vlak achter haar.
Layla gilde en rende opnieuw, haar adem schokte, haar hart sloeg pijnlijk tegen haar borstkas. Ze struikelde bijna terwijl ze de woonkamer in sprintte.
Hij stond daar.
Alsof hij er altijd al was.
Leunend tegen de muur, zijn ogen glinsterden in het zwakke licht dat door het raam viel.
Hij glimlachte.
Niet vriendelijk.
Speels.
Maar op een manier die haar bloed deed bevriezen.
"Goed," zei hij zacht. "Blijf rennen."
Layla draaide zich om en sprintte naar de keuken. Haar handen trilden terwijl ze naar iets zocht- iets om zich te verdedigen.
Een mes.
Ze draaide zich om-
Hij was weg.
"WAAR BEN JE?!" schreeuwde ze, haar stem rauw van paniek.
Een ademhaling tegen haar nek.
IJskoud.
"Hier."
Ze gilde en sloeg achter zich met het mes.
Hij ving haar pols zonder moeite.
Zijn huid... koud. Onmenselijk koud.
Zijn ogen flitsten naar haar hals.
Voor een seconde-
veranderde hij.
Donkerder. Hongeriger.
Hij kneep haar pols iets strakker vast, maar niet genoeg om pijn te doen.
Alsof hij zichzelf inhield.
"Je ruikt..." hij sloot zijn ogen kort, zijn stem breekbaar en gevaarlijk tegelijk, "...beter dan ik had verwacht."
Layla probeerde zich los te rukken. "LAAT ME LOS!"
Hij lachte zacht.
"Als je stopt met rennen, is het minder leuk."
Die woorden...
deden iets in haar breken.
Ze trapte hem hard tegen zijn been en rukte zich los. Ze rende opnieuw, sneller deze keer, haar adem ging wild, ongecontroleerd.
De deur naar de gang-
bijna.
Bijna.
Een hand greep haar middel en trok haar achteruit.
Hard.
Ze gilde terwijl ze tegen zijn borst botste.
Hij hield haar vast. Stevig. Onontkoombaar.
"Genoeg," fluisterde hij in haar oor.
Ze begon te spartelen, te slaan, te schreeuwen.
"HELP! IEMAND HELP ME!
ALSJEBLIEFT-"
Zijn hand gleed naar haar keel, niet om haar te verstikken... maar om haar stil te krijgen.
Zijn gezicht kwam dichterbij.
Te dichtbij.
Zijn adem koud tegen haar huid.
"Niemand hoort je," zei hij zacht. "Ik heb alles geregeld."
Die woorden sneden dieper dan alles.
Hij had dit gepland.
Elke seconde.
YOU ARE READING
In my vain
RomanceLayla hield van kleur. Van zonlicht, muziek en bloemen in alle tinten van de regenboog. Tot de nacht kwam die alles veranderde. Wanneer ze ontwaakt in een verlaten stad en terechtkomt in een wereld die niet zou mogen bestaan, ontdekt ze dat monsters...
