Ze keken me raar en angstig aan. "W-wie zijn jullie?" "pff" Ik hoorde ergens een zucht, een opgeluchte zucht. "Ze leeft nog. ik dacht dat ze dood was." Hoor ik een stem boven mij zeggen. Ik kwam met een ruk omhoog. Te snel. Mijn hoofd duizel nog na.
"W-waar ben ik?" vraag ik verbaasd aan de stem.
"In het ziekenhuis. Weet je dat niet meer? Je was volgens mij nog wakker." zegt de stem.'
Hij klinkt zo nuchter en luchtig. De persoon zie ik nog niet. Mijn ogen willen nog niet mee werken en begeven het zowat. "Probeer je ogen maar open te houden. Het is oké hoor. Ik bijt niet. Nog niet." De stem maakt me onzeker. Maar tergerend langzaam open ik toch mijn ogen. De mensen zijn nog wazig. Ze lijken zelfs doorzichtig, glazig in mijn ogen.
"Om mijn vraag te herhalen. Wie zijn jullie?" vraag ik bijdehand terwijl alles nog steeds draait. Ik heb altijd al een grote mond gehad. Nooit is dat veranderd. Opeens komt er een vrouw naar binnen. Ze heeft een typisch zusterhoedje op haar hoofd. Wit met een groot dik rood kruis erop.
"Tegen wie had je het?" zegt de zuster vragend tegen mij terwijl ze dwars door de mensen heen loopt die ik net zag staan. Verbaasd kijk ik haar aan. "Hoe doet u dat?" "Wat? Een dienblad dragen?" zegt ze niet begrijpend terwijl ze het tinnen dienblad op het kleine kastje naast mij legt. Er liggen wat mesjes en pilletjes op. "Welke dag is het?" vraag ik om de vreemde door-heen-loop-mensen te vergeten.
"Het is 17 september 1876." zegt ze met haar handen in haar zij gevouwen.
"En waar ben ik?"
"In het Frederik-ziekenhuis. In London."
"Waarom ben ik hier?"
"Je ouders zeiden dat je gek aan het worden was en mensen en dingen zag die niet bestonden. Toen brachten ze je hier en je viel flauw toen ze zeiden dat je geschift was en ze je misschien gaan vermoorden omdat geestenkijkers niet erg gewaardeerd worden." zegt ze bloedserieus. "M-maar hoezo niet?" ik probeer de woorden niet angstig uit te spreken. maar angstig, angstig ben ik wel.
"Je bent raar Elizabeth, rare mensen hoeven we hier niet.
Ze doet de deur zachtjes op slot.
"Raar?" Mompel ik zachtjes. "Ik ben raar, moet dood." Ik trek mijn knieën omhoog en sla mijn handen eromheen. Huilen, ik begin te huilen.
"Kind rustig maar." ik schrik van de stem en kijk op. Het is dezelfde stem die ik hoorden voordat de zuster binnen kwam.
" Ga weg. Jullie zijn niet echt. Door jullie moet ik dood!" "Rust kind." zei de stem zonder zijn toon te heffen "Nee! Wie zijn jullie? Waarom kan ik jullie zien? Hoe komen jullie hier? De deur zat opslot!"
"Elizabeth wil je echt dat ik die vragen beantwoord?"
" ja!" Ik schreeuw, het maakt me helemaal niks uit of ze me horen. Ze willen me toch vermoorden ze vinden toch dat ik raar ben.
" laten we bij het begin beginnen. Ik ben Frederik. Oprichter van het ziekenhuis."
Ik kijk verbaasd maar houd me stil, ik wil het hele verhaal horen.
"Ik ben hier niet weggegaan toen de zuster kwam. Alleen wat meer vervaagd ik was hier de hele tijd. Vanaf toen je binnen kwam tot nu."
Ik knik. " maar waarom?"
"Jouw vader heeft mij vermoord. Jouw echte vader heeft mij hier op mijn eigen gronden vermoord."
YOU ARE READING
Geestenkijkers
ParanormalJe word gek. Wist je dat al? Vast wel. "Maar waarom moet ik dood omdat ik geesten zie?" "Elizabeth je bent raar. Rare mensen hoeven we niet."
