Hoofdstuk 1

15 0 0
                                        

Daar lag Lila dan. Als een klein mensje dat net op de wereld was gekomen, in haar wieg. Het was op dat moment nog maar de vraag of ze het zou overleven, maar dat zou ze wel. Dat had het lot al voor haar besloten. Haar moeder overleefde het jammer genoeg niet, maar haar vader was erg blij met een klein meisje zoals zij. Ze zou ook zeker een bijzonder kind worden. Dat wist iedereen al, behalve zij zelf.

Lila groeit op in een klein huisje aan de rand van het bos, samen met haar vader. Samen lopen ze elke dag naar haar school, die een uur verder op ligt. Elke ochtend stonden ze met zijn tweeën om zes uur op, dan hakte ze hout uit het bos en plukte munt uit hun groentetuin. Dan gingen ze weer naar binnen, maakte de kachel aan en zette ze een kopje muntthee. Ze ontbeten dan met het brood was nog over was van de vorige dag, en smeerde brood voor Lila, wat ze mee moest nemen naar school.

Onderweg naar haar school keken ze bewonderend naar het landschap, en zochten naar reeën en hazen. Dan keken ze of ze al jonkies hadden gekregen, of dat er geen een gewond was. 'S ochtends was de lucht erg mooi. Rode, roze en paarse kleuren vulde dan de hemel. Als het een koude ochtend was hing er een dik pak nevel boven het landschap. Als je geluk had kon je nog net een ree zien, en als je pech had, kon je soms nog maar net het pad zien. 

Op school was Lila altijd een erg stil meisje. Ze zat helemaal achterin, bij de kant van het raam. Vaak keek ze onder de lessen naar buiten, naar de vogels die langs vlogen. Van de lessen kreeg ze dan niet veel mee, maar dat maakte haar niks uit. Ze wilde later net zo leven als haar vader, helemaal op zichzelf, aan de rand van het bos.

Als ze 's middags werd opgehaald door haar vader gingen ze soms nog even naar de tuinier, voor wat zaadjes. Dan hadden ze bijvoorbeeld wortelzaadjes nodig, of wilde ze pompoen hebben. Daarna gingen dan naar de kruidenier voor wat kruiden die ze niet in hun tuin hadden. Dan liepen ze met hun handen vol terug naar huis. Dit deden ze ongeveer één keer in de maand, als hun voorraad op was. 

'S middags bakten ze dan brood, voor de volgende dag. Haar vader ging dan op jacht, op zoek naar een van de vele hazen in het bos. Lila ging dan naar haar dieren, die ze gewond had aangetroffen in het bos. Er zaten een aantal muisjes bij, een egeltje en een haas. Ze had de dieren tam gemaakt, en kon er goed mee spelen. Als haar vader dan weer terug kwam gingen ze samen de groentetuin in, om eten te plukken voor die avond.

Op een herfstdag, toen Lila werd opgehaald door haar vader en thuis kwam, waren er allemaal bouwvakkers. Grote glazen platen kwamen naast hun kleine huisje te staan in hun bos. "Kijk Lila, we krijgen een kas, zo kunnen we het hele jaar door blijven planten, en hoeven we niet elke winter kool te eten!" Lila keek op naar haar vader en knikte.

Jaren gingen voorbij, waarbij ze elke dag hetzelfde ritme volgde. Heel soms werd dit onderbroken door een gewond dier, maar gelukkig hadden ze alle tijd. Dat er later nog allemaal andere dingen in dat huisje zouden gaan gebeuren, zagen ze nu nog niet aankomen.

zo zacht als LilaStories to obsess over. Discover now