' Nee... Je wa-'

' Ik had Declan moeten bellen! Die is sneller! Hij had hem eruit kunnnen halen!' Schreeuw ik erdoorheen. Blake legt zijn handen om mijn gezicht.

' Wie heeft je dit wijs gemaakt?' Vraagt hij. Ik bijt op mijn lip.

' Wie Chloé? Was het Declan?' Vraagt hij.

' Declan had gewoon gelijk...' Mompel ik. Blake laat me los en pakt zijn tas. Hij loopt langs me naar binnen.

' Wat ga je doen?' Vraag ik wanneer hij net door de deur gaat.

' Declan zoeken.' Hoor ik hem vaag zeggen. Shit.. Die gaan vechten. Ik kijk naar Aaron. Hij schud zijn hoofd. Ik kijk weer naar de deur. Ik moet Declan eerder vinden dan Blake. Blake kan Declan niet aan zonder in wolf te veranderen!

Ik ren naar de hoofdingang. Ik pers me tussen de menigte. Ik zie Blake net de trap omhoog nemen. Godverdomme. De bel gaat en er komen meer leerlingen bij. Ik raak gestrest en duw mensen harder weg dan ik wil. Er vliegt een meisje tegen de muur aan. Ik kijk haar aan. Sorry.

Ik ben bij de trappen en sprint omhoog. Ik spits mijn oren. Ik hoor vaag iets.

' Vechten! Vechten! Vechten!' Hoor ik een groepje jongens in koor. Ik volg hun stemmen, en kom uit in een lokaal. Ik zie Declan en Blake. Ik wring me tussen de jongens en sta vooraan. Ze zeggen allebei niks.

Dan slaat Declan Blake zo hard, dat hij struikelt over de stoel, en met zijn hoofd tegen de tafel punt klapt. Hij valt op de grond. 1.....2.....3 seconden beweegt hij niet. Ik raak in paniek. 4.....5......6......En dan staat hij weer op. Ik laat een opgelucht zuchtje ontsnappen. Blake pakt een stoel en duwt die keihard in Declans maag. Hij pakt de stoel vast, en gooit die weg. Ik moet iets doen. Ik hoor achter me de jongens joelen. Hoe kunnen hun dit nou leuk vinden?! Ik kijk naar Blake. Zijn hoofd zit onder het bloed. Declan heft zijn vuist. Chloé... kom in actie! Ik laat mijn tas vallen en probeer niet in super snelheid op Declan af te rennen. Net wanneer Declans vuist Blake gezicht zou moeten raken, raakt hij de mijne. Declan slaat hard. Heel hard. Blake zou maanden met een beurse plek rondlopen als Declan hem geraakt had. Bij mij is het over een paar uur weer weg en genezen. Het voelt alsof mijn gezicht wordt verbrijzeld. Declan kijkt geschrokken, en het is in een keer doodstil. Ik probeer recht op te blijven staan.

' Wat is hier aan de hand?' Vraagt een docente. We kijken allemaal haar kant op. Ze kijkt ernstig.

' Declan, Chloé en Blake! Jullie gaan je nu melden.' Zegt ze terwijl ze haar stem verheft. Ik loop als eerste naar de deur.

' Chloé en Blake. Jullie gaan eerst maar naar de ziekenboeg.' Zegt ze iets minder streng. Ik pak mijn tas en loop de deur uit. Declan loopt de andere kant op, en ik wacht op Blake. Wanneer hij de deur uitkomt lopen wij naar de ziekenboeg. Hij pakt mijn hand, en verstrengelt zijn vingers in de mijne. Hij zegt niks,en dat vind ik wel fijn.

Na de ziekenboeg heb ik besloten om naar huis te gaan.

Ik zit de hele middag voor me uit te staren. Beelden van Dean schieten door mijn hoofd. Ik moet hem proberen los te laten. Ik heb afleiding nodig..gelukkig moet ik over een uurtje  werken..

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Dean:

Ik loop met een grote emmer water naar huis. Ik ben een jaar ouder dan Declan. Omdat hij zeven is hoeft hij nog niks te doen, en mag ik een half uur met een loodzware emmer water naar huis lopen. Declan was altijd al het lievelingetje. Van iedereen. Ik kijk het bos rond. Ik zie ons huis in de verte. Mijn moeder en vader waren vroeg gestorven, en nu moest ik dus bij mijn oom en tante wonen. Ik haat ze. Ik haat ze zo erg. Declan is de enige die af en toe nog aardig doet. Hij is naar mijn idee een saaie nerd. Hij deed nooit iets fout. Alles in hun ogen deed hij goed. Alles in hun ogen deed ik fout. Ik vind het helemaal niet erg om water te halen. Dan ben ik een uur weg. Van hun. Ik snap niet van mezelf waarom ik nooit ben weg gelopen. Waarschijnlijk omda ik nog maar acht ben, en het niet allen kan redden. Ik krijg hier tenminste nog eten en onderdak. Ik trek de deur open en loop naar de keuken. Ik zet de emmer naast het aanrecht neer. Mijn oom komt binnen en kijkt naar de emmer. ' Heb je maar één emmer gevuld?' Vraagt hij boos. Ik knik. Hij slaat me keihard in mijn gezicht. ' Nietsnut die je bent. Waarom besta jij? Niemand heeft wat aan je, niemand geeft om je. Niemand houd van je!' Schreeuwt hij. Ik krimp in elkaar. Hij loopt voetstampend weg. Er rollen zoutige tranen naar beneden. Zijn woorden herhalen zich keer op keer in mijn hoofd. ' Stil maar.' Hoor ik opeens een jonge stem zeggen. Ik kijk op. Een meisje met rode haren, en een bebloedde nek kijkt me met een glimlach aan. ' Hij zegt alleen maar de waarheid.' Mompelt ze. Ik kijk haar vreemd aan. Wie is die vrouw? ' Je herkent me toch nog wel, Dean?' Vraagt ze met een gekwetst gezicht. Hoe weet zij mijn naam?! ' Jij hebt me dit aangedaan, Dean.' Gaat ze verder. Ik ben verward. Waar heeft ze het over. Dit klopt niet..     ' Jij hebt mij vermoord.' Fluister ze.

What are you?!Lees dit verhaal GRATIS!