Hoofdstuk 27

412 34 0

Ze werd wakker met een paniekerig gevoel, dat ze niet helemaal kon verklaren. Ze had gedroomd, daar was ze zeker van. Het was een verwarrende droom geweest, vol met vreemde beelden en vreemde plaatsen. Ze herinnerde zich dat ze heel erg bang was geweest, of was het verdrietig? Haar ogen waren branderig, alsof ze net een heleboel had gehuild, maar je huilde toch niet echt wanneer je droomde? Het was donker om haar heen, donkerder dan het zou moeten zijn. In haar eigen kamer scheen het licht van de straatlantaarns altijd door de gordijnen heen. Haar gordijnen waren spierwit.

Ze keek om zich heen, er waren geen gordijnen, ze zag helemaal niets.

Een hand uitstrekkend, naar waar ze dacht dat de lichtsensor moest zitten, stootte ze tegen een wand aan en geschrokken trok ze vlug haar hand terug.

"Au!" Haar gefluisterde uitroep bracht geritsel voort en doodstil wachtte ze af op wat er zou gebeuren. Waar was ze?"

"Cèsely?"

Er was iemand in de kamer bij haar. Ze herkende de stem, maar kon haar vinger er niet op leggen waarvan.

"Waar ben ik? Wie ben jij? Waarom is het hier zo donker?"

Het antwoord liet even op zich wachten, maar uiteindelijk klonk de stem weer: "Weet je het niet meer?"

De stem was van een jongen. Ze wist zijn naam wel, ergens lag het in haar geheugen begraven. Ze kon er alleen even niet bij.

"Hoe bedoel je?"

"Je hebt geslapen, maar niet zo lang. Een paar uur. Weet je niet meer wat er is gebeurd voordat je in slaap viel?"

Wat een domme vraag, natuurlijk wist ze dat. "Ik..." Toch? Wat was er toch aan de hand? Iemand had een prop watten in haar hoofd gestopt, dat moest het zijn.

"Mag het licht aan?"

Weer antwoordde hij niet meteen. En toen hij wel wat zei, was het maar één woord: "Elodie."

"Pardon? Ik..." Cèsely zoog haar adem in toen er opeens een schakelaar in haar hoofd werd omgezet. Alsof het woord een toegangscode was geweest voor het openen van een kluis. De deur sprong open en herinneringen, echte herinneringen overstroomden haar.

Ze was aan boord van de shuttle. Had de shuttle eigenlijk een naam?

Met een frons vroeg ze zich af waarom ze zich in hemelsnaam druk maakte over de naam van de shuttle.

"Pattris, doe alsjeblieft het licht aan." Het was niet haar bedoeling zo geïrriteerd te klinken, maar ze kon er niets aan doen. Hij deed meteen wat ze vroeg en vlug sloot ze haar ogen. Het licht was opeens wel erg fel. Na een paar keer knipperen, kon ze haar omgeving bekijken. Ze lag op een bed in wat waarschijnlijk een cabine was. Ze zouden twee weken aan boord van de shuttle zijn, dus het was logisch dat er ook slaapcabines waren. Ze had er nooit zo bij stilgestaan hoe de leefomstandigheden van de astronauten waren in de ruimte. Ze had altijd alleen maar nagedacht over het werk dat ze in de ruimte zou hebben kunnen doen. Onderzoek naar de werking van spieren en behandelmethodes. Vroeger had ze alleen maar met een astronautenpak op de maan willen wandelen. Wat was ze toen nog naïef geweest.

Ze richtte haar blik op de jongen naast haar. Hij keek erg ongemakkelijk, dacht hij dat ze boos op hem was? Waarom zou ze überhaupt boos op hem moeten zijn? Ze was boos op zichzelf. Woest dat ze zonder na te denken alles en iedereen achter had gelaten op een wereld waar ze nooit meer terug zou komen.

Haar tranen leken op te zijn, want ondanks dat ze de knoop in haar maag hard voelde trekken, begon ze niet opnieuw te huilen. Onomkeerbaar. Het woord schoot door haar hoofd en ze slaakte een diepe zucht. Wat was het nut van boos worden? Het zou een slecht begin zijn van het nieuwe leven dat ze gekozen had. Niemand had haar gedwongen, het was haar eigen beslissing geweest. Haar keus om weg te gaan in de nacht, haar keus om niets persoonlijk te vertellen toen het nog kon. Wat gebeurd was was niet meer terug te draaien. De knop in haar hoofd die haar emoties reguleerde was echter ook niet zomaar om te zetten.

De Nieuwe Wereld 1: ElodieLees dit verhaal GRATIS!