Hoofdstuk 26

398 34 2

Er verscheen een hand voor haar en onnadenkend greep ze hem vast. Iemand trok haar omhoog en geschrokken staarde Cèsely naar de jongeman die plotseling voor haar was verschenen.

Hij keek haar twee tellen nadenkend aan en glimlachte toen.

"Cèsely? Ik ben Tanno, welkom aan boord."

Bijna begon ze te huilen. Het gevoel van opluchting dat zich meester van haar maakte, bracht haar benen aan het trillen en de stroom van vragen en opmerkingen die losbarstte werd haar bijna teveel. De jongeman, het moest één van de piloten zijn, hief zijn handen op en riep luid: "Koppen dicht!" waarna hij verontschuldigend in de richting van de twee Elodischen keek. "Sorry mevrouw. Iedereen even stil graag. Niemand gewond? Goed. We zijn allemaal binnen, maar moeten meteen vertrekken, dus graag precies en meteen doen wat ik zeg. Dickon, plaats onze passagiers in een veilige stoel. Liv, haal onze gasten uit het laadruim en Will, saboteer het openingsmechanisme. De shuttle is van binnen gesloten, maar ik wil dat er niemand meer van buiten in kan. Ze hebben klaarblijkelijk al gemerkt dat we niet van plan zijn ooit weer terug te komen en ik wil hier graag zo snel mogelijk weg zijn."

Cèsely staarde de vrouw die Liv genoemd was even na en werd toen door Dickon naar een stoel geduwd. Hij keek haar duidelijk opgelucht aan en vroeg: "Cèsely? Ik ben blij je te ontmoeten, ik herkende je nauwelijks, wat maar goed ook was denk ik. Je hebt je rol uitstekend gespeeld. Ga snel zitten."

Een plotseling gekrijs klonk op van achter hen en Dickon draaide zich abrupt om. Cèsely hoorde hem fluisteren: "Sabian?"

"Mama," klonk de huilende stem van een klein kind en even later volgde de sussende stem van zijn moeder. "Niet bang zijn, dit zijn vrienden van papa, hij..." Het bleef twee tellen stil en toen klonk Magda's stem: "Oh God, Dickon!" Cèsely had een paar stappen in de richting van het laadruim gedaan en zag hoe de kleine vrouw haar man in de armen vloog. Tussen hen in klemde een kleine jongen zich vast aan zijn vaders benen en juichte: "Papa!"

Ze voelde de tranen weer opkomen en snoof even hard. Het hielp niet veel, zeker niet toen een hoofd met bruine krullen door de opening van het laadruim verscheen.

"Cèsely? Cèsely! Je bent gekomen. Je bent hier! Seraf, duw me omhoog, ik moet eruit."

Het meisje vloog bijna uit het laadruim, krabbelde overeind en stoof op Cèsely af.

Ze moest moeite doen zich staande te houden door de kracht waarmee Kelly haar vervolgens omhelsde en lachte door haar tranen heen. Kelly's ogen waren roodomrand en haar gezicht zag bleek. Heel even vroeg Cèsely zich af of Kelly haar beslissing zou veroordelen. Het meisje had net haar moeder verloren. Niet net zoals zij. Zij verliet haar moeder vrijwillig. Maar nee, zo was ze niet. Kelly was een optimist. Zelfs nu kon er nog een glimlach van af.

"Je bent gekomen. Hoe heb je het gedaan? We hoorden schoten. Is alles goed? Wat..."

Tanno onderbrak hen: "Dit noem ik niet opschieten mensen, neem allemaal uw plaatsen in alstublieft, we moeten weg."

Hij verdween weer door het deurtje waarachter de cockpit lag en sloot hem dit keer achter zich. Dickon haastte zich langs de meisjes heen en snoerde zijn vrouw en kind stevig in. Seraf liep langs, knipoogde naar Cèsely en trok Kelly met zich mee naar hun plaatsen. Cèsely wilde zich net omdraaien toen Liv haar stoel opzocht en er nog maar één persoon in het halletje bij het laadruim stond.

---

Ze keek hem aan en voelde haar hart bonzen in haar keel. Nog nooit had ze iemand zo openlijk verheugd zien kijken. Hij was niet de reden geweest achter haar beslissing. Toch wist ze nu dat, hoe onbewust ook, hij een deel had uitgemaakt van haar overwegingen. Ze haalde diep adem, hoorde Kelly achter zich haar naam roepen en haastte zich naar een lege stoel. Ze gespte zich met trillende handen vast, liet zich met de hoofdband helpen door Dickon en klemde haar tas tussen haar benen.

De Nieuwe Wereld 1: ElodieLees dit verhaal GRATIS!