Hoofdstuk 25

405 32 0

Cèsely kon niet slapen, tenminste, dat dacht ze. Maar toen ze op haar klokje keek, was het ineens vier uur 's morgens. En ze wist opeens heel erg duidelijk wat ze moest doen.

Ze stond op uit bed, deed het licht aan en liep de hal in. De ene kant van de wand was volgebouwd met kasten en in één van die kasten lagen de tassen. Schooltassen, vakantietassen, sporttassen, werktassen. Voor alles een tas en van alle tassen minstens twee. Soms verdacht ze haar moeder ervan een tassenobsessie te hebben.

Ze pakte één van de vakantietassen en nam die mee naar haar kamer. Vervolgens deed ze haar kledingkast wijd open en begon ze van elke stapel kleding uit te zoeken. Ze propte alles in de tas en keek vervolgens om zich heen. Geen technologie, dat betekende geen notebook, maar ze kon altijd proberen dingen over te nemen op papier, voordat het ding het zou begeven uit energietekort. Haar losse foto's gingen mee, alle digitale lijstjes moest ze thuis laten. Haar knuffel, die ze al had van kinds af aan, propte ze erin, samen met haar toilettas. Toen ze tevreden was dat ze alles had wat ze mee wilde nemen, ging ze aan haar bureau zitten en startte ze haar persoonlijke computer op.

Het duurde een uur voordat ze in woorden had gezet wat ze wilde zeggen tegen haar ouders, daarna zette ze het systeem op stand-by en verliet ze haar kamer.

---

Het was niet moeilijk een taxi te regelen, die reden vierentwintig uur per dag. Het maakte ook niets uit dat ze nog geen achttien was, de taxi's werden zonder vragen uitgegeven voor iedereen boven de zestien. Een feit waar Cèsely haar moeder wel eens over had horen klagen. Tot nu toe had ze haar moeder nooit een reden gegeven voor een huisarrest. Ze was er zeker van dat, wist haar moeder van haar huidige plannen, ze het huis niet meer uit had gemogen.

Natuurlijk had ze kunnen wachten tot de volgende ochtend. Ze had haar ouders aan de ontbijttafel het hele verhaal kunnen vertellen. En alle voors en tegens kunnen afwegen totdat ze uiteindelijk een beslissing zou kunnen nemen. Ze wist ook zeker hoe hard haar moeder haar zou tegenwerken, zou proberen haar om te praten en het zou haar gelukt zijn. Daar was ze nog het meest bang voor. Dat ze dan het gevoel dat ze nu had, de overtuiging dat ze moest doen wat ze nu deed, lang genoeg kwijt zou raken, dat ze haar kans zou missen.

Ze wist het zo zeker, dit was wat ze moest doen en ze moest het nu meteen doen, anders durfde ze niet meer. Anders had ze geen kans meer. Anders zou ze nooit meer een kans krijgen.

---

De taxi bracht haar bij het oude huis, waar tot de dag van gisteren een vrouw gewoond had die uiteindelijk de hoop had opgegeven. Of was dat niet zo? Had ze misschien enkel het heft in eigen handen genomen? Niemand had voor haar de beslissing kunnen maken om te blijven leven, terwijl iedereen om haar heen haar verliet. Want zij had het geweten. Mevrouw Brenner had geweten dat Cèsely deze stap zou nemen. Ze had het gezien, zoals ze altijd alles zag.

Cèsely had gedroomd, ze had gedacht dat het maar een gedachte was, toen ze haar ogen opende. Een herinnering aan een gesprek, maar nu wist ze dat ze dat gesprek nooit gevoerd had.

Mevrouw Brenner had haar aangekeken, met haar doortastende ogen. En ze had één zin gezegd: "Leef je droom!"

En dat deed ze nu.

Ze betaalde de taxi en liep naar de voordeur. De sleutelpas en scan werkten nog steeds voor haar. De deur schoof geruisloos open en het licht in de hal sprong aan. Ze liep naar binnen, zag de tas van Kelly staan, maar liet die voor wat het was. Er was één ding dat ze moest halen. Ze hoopte dat ze het zou vinden. Boven was ze nog nooit geweest en Kelly had in die korte periode dat ze thuis was geweest geen tijd gehad om schoon te maken, dus de bovenverdieping was zo stoffig als dat Cèsely verwacht had.

De Nieuwe Wereld 1: ElodieLees dit verhaal GRATIS!