Chaos; ik weet niet of mijn lichaam deze angst wel toe moet laten. Mijn hoofd wordt overspoeld door gedachtes, maar het enige wat werkelijk binnenkomt, is hoe ongelofelijk emotioneel ik doe. Ik moet normaal kunnen doen, of er in ieder geval stabiel uitzien. Mijn voeten trillen zelfs, maar ik overtuig mezelf ervan dat het komt door het vele lopen. Ik maak mijn nagels schoon en probeer vooral niet om me heen te kijken, want iedereen kijkt me aan. We zijn de laatste groep die de zaal binnenkomt. Het volk lijkt groter te zijn geworden. Ik kijk om me heen, op zoek naar een zitplek en zie dan dat Ben en Louis plaatsen hebben overgehouden. Ik voel een pijnlijke steek in mijn buik als ik ga zitten en het enige wat ik wil is in mijn bed gaan liggen en daar een potje te huilen, maar ik moet nu een soort overwinningsbeeld voor de mensen voor me zijn. We zitten eigenlijk in een enorme kring, met veel teveel mensen. Sommigen zitten bij anderen in de weg en men verspert elkaar het zicht, maar veel keuze is er ook niet, dus niemand zeurt erover. Er is een zacht geroezemoes en Ben probeert een gesprek aan te knopen, maar al snel merkt hij dat ik gespannen ben en niet naar een gesprek aan het zoeken ben.

‘Mensen, stilte alstublieft.’ Gerco maant de menigte tot een stilte en mensen luisteren werkelijk naar hem. Ik weet niet hoe het zo is gekomen, maar men heeft ontzag voor hem. Misschien is het omdat hij hier al zo lang is, maar zeker weten doe ik het niet. Er zijn veel verhalen over Gerco, over dingen die hij vroeger gedaan moet hebben, maar die verhalen komen ook mede uit de buitenwereld. Ik kan me zijn gezicht nog herinneren. Hij was niet alleen een van de eerste in de Titaan, hij was ook een van de eersten die het Bestuur ontvluchtte. Daarna kwamen de anderen. Ik weet niet hoe het zou moeten zijn, overleven op een plek waarvan je nooit zeker weet of je veilig bent, zonder andere mensen die je kunnen beschermen. Ik heb altijd mijn broers gehad, ook al heb ik wel eens het gevoel gehad dat ik hen meer moest beschermen. Ik heb Ben, die altijd een broer voor me is geweest en waarvan ik zeker weet dat hij me zal beschermen. Ik heb mensen, Gerco heeft zich afgesloten van de mensheid. Ik weet niet waarom, misschien is hij bang om verraden te worden.

‘Vandaag is een grote beslissing genomen.’ De mensen worden nog stiller en ik weet dat als ik nu op zou staan en zou gaan schreeuwen er paniek uit zou breken. Ik voel een trilling in mijn buik, iets wat ik ook al had toen ik jonger was. Ik weet nu wat het is en ik veracht mezelf erdoor. Het is een verlangen. Een verlangen naar macht. Een verlangen naar chaos.

‘We zijn tot de conclusie gekomen dat we ons niet langer meer kunnen verbergen.’ Gerco maakt gebaren met zijn handen, maar men lijkt zich er niet aan te ergeren. Ik pak Louis’ hand vast en verontschuldig mezelf mentaal. Het spijt me echt Louis, ik wilde het je eerder vertellen. Louis kijkt me twijfelend aan, want hij weet niet wat er aan de hand is. ‘We hebben een sterke bevolking opgericht en het Bestuur wordt nu stapje voor stapje zwakker. Mensen komen in opstand. Als we onze bevolking sterker maken, de groepen herindelen, dan kunnen we ze helpen.’ De menigte begint met praten en Louis knijpt in mijn hand. Sorry Louis. ‘Stilte! Dat is nog niet alles. Ik zal jullie alles stapje voor stapje moeten uitleggen. Eerst zullen we ons bestuur opnieuw moeten indelen. Verschillende groepen komen erbij; de Hackers, mensen die de computers van het Bestuur zullen hacken en daaruit informatie naar de Denkers door zullen spelen. De Levers, mensen die zich in het dagelijks leven zullen gaan bevinden, deze zullen voor lange periodes weggaan, maar dit zal ons informatie opleveren. Dan, de Soldaten, die door de Trainers getraind zullen worden om te vechten.’ Er valt een stilte in de zaal, een stilte die me naar mijn keel grijpt, waardoor ik mentaal een klap krijg. ‘Dan hebben we nog het laatste, een eenmanstaak. We hebben een Virus nodig; iemand die een dodelijke ziekte met zich mee zal dragen en daarmee het brein van het Bestuur zal infecteren. Men zal zich hier niet voor aan willen melden, maar dat is ook niet nodig. We hebben al een vrijwilliger. Sam, die tevens dit plan heeft bedacht.’

Ik weet dat mensen naar me kijken, maar het enige waar ik naar kan kijken zijn mijn hand en Louis’ hand die nog steeds met elkaar verstrengeld zijn, maar ik voel zijn angst, zijn afschuw. Ik wil niet naar Ben kijken, maar ook niet naar Louis. Ik weet dat Wouter ergens bij de Leiders zit, misschien moet hij wel huilen. Ik hoop van niet, ik hoop dat hij sterk is, dat hij weet dat hij sterk moet zijn. Niet voor mij, nee, zo egoïstisch ben ik niet, maar voor Louis. Ik kan hem niet gebroken achterlaten, zonder iemand die nog voor hem kan zorgen.

VirusLees dit verhaal GRATIS!