Ik heb het gevoel dat doof zijn op het moment fijn zou kunnen zijn, maar dat is natuurlijk onzin. Mensen schreeuwen door de zaal en mijn gehoor beschadigd, maar ik kan maar naar één iemand kijken; Wouter. Hij schud langzaam zijn hoofd, en dan besef ik plots werkelijk wat ik heb gedaan. Ik heb mezelf niet alleen aangemeld voor een dodelijk virus, ik heb ook nog eens gezegd dat ik iedereen en alles hier achter me ga laten. Dat houd ook in, Wouter, en misschien nog wel erger, Louis. Wouter zou er uiteindelijk wel bovenop komen - hij zou een goede manier vinden om afscheid van me te nemen en me dan laten gaan, maar Louis is nog zo jong. Ik weet niet of hij ooit het verlies van zijn ouders en van mij kan overleven. Aangezien we hier geen psychologen hebben - want die luxe kunnen we niet in ons bezit nemen - zou hij helemaal doordraaien en weet ik veel wat doen. Dan nog, ik kan mijn uitspraak nu niet meer terugnemen en niemand anders zou ooit zich aanmelden voor deze actie. Het is te dodelijk - te gevaarlijk. Ik weet zeker dat als het uiteindelijk werkelijkheid wordt, ik nooit meer terug zou kunnen komen, nooit meer kunnen leven onder werkelijke mensen. Ik slik de tranen weg, nu moet ik sterk zijn. Dit is hetgeen wat ik moet doen en ik kan dit werkelijk, als ik nu mijn gevoelens los laat.

Gerco laat de menigte begaan, want een andere keuze heeft hij niet. Zijn armen zijn voor zijn borst gekruist en hij loop met grote stappen naar me toe. Bijna twijfelend staat Wouter op en hij loopt snel mijn kant op. Ik weet dat Ares tegen me aan het praten is, maar ik luister er niet naar. Dat lijkt hij echter niet te merken, dus hij scheld mijn huid vol, zonder een reactie te krijgen - zonder een reactie te verwachten. Hij houd op met praten, als Gerco en Wouter beide bij ons staan. Woedend loopt hij weg, maar als Gerco begint te praten, is hij toch geïnteresseerd en loopt hij weer naar ons toe.

'Goed, we hebben nu dus een Virus, dan moeten we morgen de bevolking vertellen, want we moeten snel aan de slag gaan. Als eerste moeten we een manier vinden om de ziekte die Sam op zal lopen, te vertragen en daarna kunnen we beginnen. Natuurlijk weet ik niet hoe lang dit zal duren en hoe lang het duurt totdat we werkelijk kunnen aanvallen, maar we beginnen vroeg. Als je met de ziekte geïnfecteerd bent, Sam, dan zetten we je af in een stad, omdat we niet het risico kunnen nemen dat de ziekte hier uitbreekt. We vinden nog wel een manier van communiceren en dan vertellen wij jou wanneer je moet aanvallen.' Mijn hoofd tolt even van de hoeveelheid informatie, maar dat is het dan ook. Ik weet wel wat ik moet doen en ik weet nu ook dat ik het werkelijk ga doen. Ik probeer mijn schuldgevoel jegens Wouter en Louis te verbergen, maar dan bedenk ik me plots Benjamin. Hij is evengoed een broer van me; we kennen elkaar al zo lang. Door Ares' training, ben ik hem een beetje kwijtgeraakt. Ik weet bijna precies hoe hij op het nieuws zal reageren. Hij zal woedend zijn, lang niet tegen me praten, maar hij heeft geen keus. Net zoals ik geen keus meer heb.

'Welke stad vallen we als eerste aan?' vraag ik en ik merk dat mijn stem trilt, maar niemand lijkt het op te merken en als ze dat wel doen, dan reageren ze er niet op.

'Indiana Polis, de pracht en praal van het Bestuur.' Gerco grijnst bijna, al is dat een rare aanblik. 'En tevens het brein.' De angst zou me kunnen laten stikken, alhoewel, zo voelt het. Ik bijt wanhopig op mijn lip, om een bepaald gevoel van houvast te krijgen. Ik heb geleerd dat pijn en macht extreem dicht bij elkaar liggen. Ondanks dat ik die conclusie al op een jonge leeftijd getrokken heb, heb ik nooit de aandrang gehad om mezelf iets aan te doen. Dat zou je wel verwachten, met mijn geschiedenis, maar jezelf pijn doen, heeft in de Titaan een referentie met egoïsme en egoïsme is nou net iets wat ik wil vermijden. Ik vraag me af of men ooit egoïsme uit het systeem kan brengen, maar als ik me bedenk wat de gevolgen van een egoïsme loze samenleving is, lijkt dat niet meer dan een onwerkelijke droom.

‘Jullie willen me werkelijk het brein en hoofd van het Bestuur sturen?’ Ik voel de angst in mijn keel en ik weet niet zeker of het te horen is in mijn stem, maar mijn gedachten zijn te gericht op mijn eigen gevoelens, dat ik niet weet of de buitenwereld dat ooit hoort. Als dat zo is, moeten ze me wel begrijpen. Een zestienjarig meisje dat geïnfecteerd zal worden met een dodelijk virus, mag bang zijn. Dat is mijn mening, ten minste.

VirusLees dit verhaal GRATIS!