Als de Inwijding is afgelopen, staan alle mensen op. Zenuwachtig volg ik hun voorbeeld. Ik mag deze jongen niet, Ares. De naam is beangstigend en werkt me op mijn zenuwen. Mijn handen beginnen te trillen als ik tussen de verschillende verschijningen van de mensen, de wenkende hand van mijn broer zie. Natuurlijk, ik moet Ares opleiden. Ik versnel mijn pas en loop snel naar beneden, met het passeren van verscheidene mensen. Van sommigen krijg ik geïrriteerde blikken, anderen kijken me juist begrijpend aan. Natuurlijk, want sommigen kennen me en anderen niet. Gerco heeft Ares  blijkbaar het principe al uitgelegd, want het moment dat ik arriveer, kijkt Ares me al vol genot aan. ‘Samantha,’ zegt hij, bijna vrolijk.

‘Sam,’ verbeter ik, met een ondertoon in mijn stem, die ikzelf ook niet helemaal begrijp. Ik krijg een vragende blik van mijn broer, maar ik negeer die. ‘De reguliere rondleiding, neem ik aan?’ vraag ik aan Gerco, die knikt. ‘Goed dan.’ Ik pak Ares bij zijn arm, groet Gerco en Wouter en loop snel door de deur. Mensen kijken me vreemd aan, maar ik negeer hun blikken. Het maakt me toch altijd vrij weinig uit wat mensen van me denken.

‘Sam.’ Ares laat mijn naam over zijn tong rollen, hij lijkt er bijna mee te spelen. ‘Dat klinkt goed.’ Hij laat zijn blik over mijn lichaam vallen en voor een moment voel ik me ongemakkelijk, alsof ik weet dat ik er slecht uitzie, maar dan kom ik weer bij zinnen. Ik knip in mijn vingers en Ares kijkt geschrokken op, maar snel neemt hij zijn normale uitdrukking aan, die me doet denken dat hij altijd met me aan het spelen is.

‘Goed opletten,’ zeg ik, mijn stem schor, waarschijnlijk van de stof van gister. ‘Je krijgt deze rondleiding maar één keer en er worden cruciale dingen in vertelt. Je bent dus nu een Jager. Je weet wat dat inhoud, toch?’ Ares knikt en er gaat een gevoel van opluchting door me heen. Deze jongen weet in ieder geval de grenzen. ‘Goed. Ik laat je eerst je slaapkamer zien, want die heeft Wouter me al eerder vertelt. Dan zal ik je door het gebouw rondleiden en je de verschillende Groepen laten zien en wat ze doen. Daarna laat ik je de recreatieruimte zien en als laatste gaan we langs de Verzameling, de huisplaats van de Jagers. Begrepen?’

‘Ja, mevrouw,’ zegt Ares en hij groet me alsof hij een soldaat is. Ik maak een geërgerd geluid en loop snel door. Zijn kamer is in de gang waar ook de Verzameling zich bevind. Ik ben niet echt geïnteresseerd in de mensen die hier hun leven doorbrengen, maar Ares blijkbaar wel. Hij stelt me een aantal vragen, die ik soms twijfelend beantwoord. ‘Waar slaapt Julliet?’ vraagt Ares, als we in zijn kamer staat en hij de spullen bekijkt.

‘Wie?’ vraag ik verbaasd. Natuurlijk wordt het na een aantal seconden wel duidelijk wie Julliet is. Het meisje dat met hem was, natuurlijk. ‘Dat weet ik niet, maar die wordt door iemand anders rondgeleid. Je zult haar met het middageten weer zien. Wat is ze eigenlijk van je? Je zus, je vriendin.’

Ares lacht en kijkt me met twinkelingen in zijn ogen aan. Ik maak mezelf alvast klaar voor een grapje. ‘Dat wil jij wel weten, niet? Is het dan niet zo duidelijk? Julliet is mijn zus.’ Ik knik, niet wetend wat ik moet zeggen. Ik ben niet altijd zo nieuwsgierig, maar bij sommige mensen moet ik gewoon meer weten. Na een tijdje van ongemakkelijke stilte, vraag ik of we verder kunnen gaan. Ares knikt e in stilte lopen we verder. Ik vertel hem over de Titaan. Het ontstaan en het verhaal van hoe de eersten hier zijn gekomen, weet hij nu wel, maar ik vertel hem over het ontstaan van de groepen. Je hebt vijf hoofdgroepen en in twee van die groepen – de Leiders en de Bouwers – heb je subgroepen. De Leiders hebben de subgroepen Groepleiders en Titaanleiders. De Bouwers hebben Voedselbouwers, die nog altijd proberen voedsel te verbouwen op de dode grond rondom de Titaan, en de Titaanbouwers, die dingen binnen de Titaan bouwen, als kamers bouwen en dingen repareren.

Tot mijn verbazing luistert Ares aandachtig en probeert hij werkelijk alles te onthouden. Ik loop langs alle Huisplaatsen, behalve die van de Jagers. Alle groepen hebben een eigen naam voor hun Huisplaats bedacht. Die van de Denkers, is het Brein, dat is bedacht door Louis. Wouter en ik waren erg trots op hem toen we hoorden dat hij het eeuwige mysterie van de naam voor de Denkers had opgelost. De Huisplaats van de Nemers heet de Pit en niemand weet eigenlijk waarom. Ik weet wel dat hij bedacht is door een persoon buiten de Nemers, die uiteindelijk een beetje zat werd van het de hele tijd ‘de Huisplaats van de Nemers’ noemen. De Nemers waren de eersten met een naam voor hun Huisplaats. Die van de Leiders heet het Overleg, bedacht door Gerco, meteen nadat de Nemers hun naam hadden genomen. Ik vertel Ares de naam van de Jagers nog niet, omdat hij die pas te weten krijgt als we bij onze eigen Huisplaats zijn. Als laatste vertel ik hem de naam van de Bouwers’ Huisplaats; de Schroef.

VirusLees dit verhaal GRATIS!