Hoofdstuk 20

509 41 2

IJsberen door de gang leek Cèsely een goed idee terwijl ze wachtte totdat Magda contact had gezocht met haar mans collega, die hen hopelijk zou kunnen helpen. Het bleek een commodore te zijn en ze slikte even toen ze zich afvroeg hoe ze zo'n man te woord moest staan. Gelukkig scheen Magda vaker met hem gesproken te hebben.

"Magda? Wat... goed je te zien."

Cèsely vroeg zich af waarom hij had gehaperd voordat hij een positieve groet had kunnen maken. Magda wilde reageren, maar de man was haar voor.

"Staat onze afspraak nog steeds? De verjaardagsvisite van je zoon bedoel ik. Ik heb zijn cadeau hier nog liggen, dus ik kom graag vanavond langs." Hij noemde vervolgens een adres dat zij niet herkende, maar Magda knikte opgelucht.

"Fijn, George. Dan zien we je vanavond, hoe laat kwam je ook alweer?"

"Waarschijnlijk rond zeven uur, schikt dat?"

Magda knikte en de verbinding werd verbroken. Cèsely keek haar aan met een vragende blik en haar gastvrouw legde uit: "Ik heb bij hem in de klas gezeten, het adres dat hij noemde is het adres van de school. Er is daar een botanische tuin. Ja ik weet het, luxe school, maar ze hadden een biologie opleiding waar de beste studenten vandaan kwamen. Eén van de bemanningsleden heeft daar ook die opleiding gevolgd. In ieder geval. Er is een zijdeur in die tuin, waarvan George de sleutel heeft."

Opgelucht knikte Cèsely nu, daar zouden ze rustig kunnen praten.

"Neem je Sabian mee?"

"Na wat ik gezien en gehoord heb, de afgelopen dagen, durf ik er niet meer op te vertrouwen dat ze het gebruiken van mij of mijn zoon te ver vinden gaan. Ik zal een tas inpakken, gewoon voor het geval dat en dan moeten we er maar op vertrouwen dat we hier weer terug zullen keren."

Ze staarde naar de fotowand in de hal en beet toen op haar lip. "Met hem mee gaan," fluisterde ze voor zich uit. "Wat denkt die man wel niet."

Cèsely ging er niet op in. Terwijl Magda zich haastte een tas klaar te maken en haar zoon te dirigeren zijn jas aan te doen, voerde ze voor alle zekerheid het nummer van George in haar mobiel, waarna ze ook haar jas aantrok en in de hal bleef wachten.

De kleine Sabian was uitgelaten dat ze blijkbaar ergens naar toe gingen na het avondeten. Dat gebeurde niet vaak. Hij sprong enthousiast op en neer en kon nauwelijks lang genoeg stil blijven staan om zijn rits dicht te laten doen.

Samen verlieten ze het appartement en liepen ze het kleine stukje naar de dichtstbijzijnde bushalte. Een paar minuten over zeven kwamen ze bij de school aan en Magda leidde hen vlug naar de zijdeur van de kleine botanische tuin. Hij was nog op slot, maar zodra ze haar hand over de scan haalde, kwam er een man van achter een muur tevoorschijn.

Cèsely's eerste neiging was om weg te rennen. Ze was geschokt te merken hoe gespannen ze blijkbaar was. Magda legde een hand op haar borst en ademde zwaar uit terwijl ze zei: "George, je liet ons schrikken."

De grote man verontschuldigde zich en aaide Sabian even over zijn bol. Die was dicht tegen zijn moeder aan gekropen en scheen de man niet te herkennen.

"Kom, laten we vlug naar binnen gaan. We hebben veel te bespreken en weinig tijd."

Binnen keek Cèsely haar ogen uit en zij niet alleen. Sabian had nog nooit zoveel exotische planten bij elkaar gezien en begon enthousiast te wijzen naar alle blaadjes en vormen en kleuren die hij zag. Magda nam hem bij zijn schouders en knielde voor hem neer. "Luister goed Sabian, je mag nergens aankomen. Hoor je mama? Je mag overal naar kijken, maar vingertjes in je jaszakken."

Hij knikte uitbundig en propte zijn handen diep in zijn zakken. Magda stond weer op en mompelde: "Ik ben benieuwd hoelang hij dat volhoud."

Blijkbaar niet erg lang, want toen Cèsely naar hem keek, zag ze Sabian heel voorzichtig wrijven over een groot, langwerpig blad.

De Nieuwe Wereld 1: ElodieLees dit verhaal GRATIS!