Hoofdstuk 14

692 40 8

Er waren vijf treden, Kelly probeerde in te schatten hoe breed het gebouw was, maar nu ze er zo vlak voor stond, kon ze de afmetingen moeilijker bepalen dan toen ze bovenop de heuvel hadden gestaan. Ze keek even om, maar ze kon niet meer vinden vanaf welke heuvel ze gekomen waren.

In de buitenmuur van het gebouw, dat toch minder recht bleek dan ze had gedacht, waren grote uitsparingen gemaakt, als ramen. Zo leek het net alsof er een galerij lag rondom het eigenlijke paleis. De pilaren waren prachtig vorm gegeven en er was er geen één hetzelfde. De twee die voor de ingang stonden, waren versierd met rechts een aantal vogels rondom en links een golvend patroon met vissen. Kelly legde haar hand op het bijzondere witte steen en vroeg zich af hoe het zo kon schitteren. Seraf was doorgelopen en ze haastte zich om hem bij te houden. De vloer onder haar voeten was glad en van een donkerder materiaal dan de muren. Al kon ze duidelijk zien dat het waarschijnlijk van eenzelfde rotspartij kwam. Daar waar een lichtstraal door de open vensters heen scheen, glinsterde zowel de vloer als de buitenmuur en Kelly riep naar de jongen voor haar: "Seraf, wacht! Waar komt dat glinsteren vandaan?"

Hij bleef staan, enkele passen van een deur aan zijn rechterhand. Even staarde hij verbaasd naar zijn voeten, toen lachte hij kort en zei: "Wanneer je het bijna elk etmaal ziet, vergeet je dat het verrassend moet zijn voor een nieuwkomer. Er is een rivier, de Vajas, die stroomt vanuit de bergen in het westen, richting Gard. Vanaf de torens kun je hem zien liggen. Klei dat uit die rivier wordt gehaald heeft, na een zuiveringsproces, een witte kleur en is vermengd met zeer fijn ijzerertsvijlsel. Aangezien niemand zo ver voorbij het woud, dat de westelijke grens van het vruchtbare deel van Elodie vormt, kan komen, weet ook niemand hoe het gruis in de rivier komt. Maar van die klei is Dauzat gebouwd."

"Dit paleis heet Dauzat?"

"Ja, het betekent grote burcht. Hier," hij wees naar de deur. "Hier zijn de anderen. Je kunt zo naar binnen gaan, tenzij..."

Kelly kwam dichterbij en merkte voor het eerst een vlaag van verlegenheid bij de jongen op.

Ze hield haar hoofd ietsje schuin en vroeg: "Tenzij wat?"

Hij scheen even bij zichzelf te overleggen en zei uiteindelijk: "Je vertelde eerder dat jouw rol in dit bezoek niet één van diplomatie is. Ik neem aan dat je geen specifieke boodschap hebt voor ons volk, of voor onze heerser. Dickon lijkt me daar de man voor. Ik denk dat je de onderhandelingen, mochten die plaats vinden, nogal saai zult vinden. Dus als je wilt..." Hij kuchte even en Kelly deed haar best niet te glimlachen. "Ik weet dat ze in de grote zaal voorzien zullen worden van eten en drinken, maar als je wilt... De keuken is deze kant op."

De gedachte aan de vloer van de grote zaal, die volgens Kalel erg bijzonder zou moeten zijn, schoot even door haar hoofd. Maar het vooruitzicht wat langer in Serafs aanwezigheid te mogen zijn, woog zwaarder en ze knikte.

Even dacht ze een blik van opluchting te zien verschijnen op zijn gezicht, maar hij had zich omgedraaid voordat ze beter kon kijken. Hij begon weer te lopen, voorbij de deur waarachter ze nu stemmen hoorde en ze haalde hem in tot ze naast hem kon lopen.

Hij had gelijk. Ze had geen idee wat Dickon zou willen bespreken met de heerser van deze wereld. Waarschijnlijk vroeg hij toestemming voor hun onderzoeken en misschien wilde hij ook een begin maken met onderhandelingen voor op de lange termijn? Maar aangezien zij zo goed als een gast aan boord van de shuttle was geweest, had ze geen enkele functie bij dat soort gesprekken. En hoe graag ze ook een blik wilde werpen op de vloer, laat staan op de Grote Elood zelf. Ze had geen zin om urenlang in een bespreking te zitten.

---

De keuken leek wel aan de andere kant van het grote gebouw te liggen. Kelly was de tel van deuren kwijt geraakt en hoopte dat ze hier nooit alleen zou hoeven lopen. Tijdens de wandeling, waarbij ze probeerde zoveel mogelijk van het interieur te bekijken, zocht ze naar een manier om het gesprek weer op gang te brengen, maar op de één of andere manier scheen ze de woorden niet meer te kunnen vinden. Dat overkwam haar eigenlijk nooit. Waar je mee omging, werd je mee besmet, had haar moeder wel eens geroepen. Maar ze hoopte toch echt niet dat ze net zo zwijgzaam zou worden als haar huidige metgezel.

De Nieuwe Wereld 1: ElodieLees dit verhaal GRATIS!