Hoofdstuk 11

801 50 54

Het dorpje dat Cara heette, bleek op een afstand van een paar uur lopen te liggen. Kelly was uitgeput en dolblij toen het eerste huis in zicht kwam. Voor een vreemde planeet zag alles er tot nu toe erg normaal uit. Het leek eerder alsof ze terug in de tijd waren gereisd, dan door de ruimte.

Stenen huisjes lagen her en der verspreid over het stuk land. Genoeg ruimte was overgelaten om de bewoners de mogelijkheid te geven grote tuinen te onderhouden. Nieuwsgierig keek Kelly over het lage hekje van de eerste tuin waar ze langs liepen. De meeste planten herkende ze niet, maar dat kon even goed komen door haar gebrek aan kennis. De gordijnen van de woning zo'n twintig meter van de sierlijke poort verwijderd, waren gesloten. Zouden de bewoners slapen? Wanneer de zon niet onderging, hoe wist je dan wanneer het tijd was om naar bed te gaan?

Ze was wat achterop geraakt en wilde zich net omkeren toen het gordijn bewoog. Een klein kinderhoofdje verscheen voor de donkere stof en twee ogen staarden Kelly onbevreesd aan. Ze glimlachte en zwaaide, waarna het kind vlug verdween. Lachend holde Kelly achter de rest aan, ze was nog net op tijd om te zien hoe de jongen hen een groot gebouw binnen leidde.

Misschien een soort hotel? In tegenstelling tot de meeste huizen, telde dit gebouw twee verdiepingen. Het zag er schitterend uit en was duidelijk gebouwd om uitnodigend en vriendelijk over te komen. Grote stenen waren opeen gemetseld om de buitenmuren te vormen en dikke houten balken onderbraken het lichte grijs. In de raamkozijnen zat geen glas, maar ook hier hingen dikke, donkere gordijnen. Ingewikkelde patronen sierden de houten luiken die dienden om de vensters af te kunnen sluiten. Blijkbaar niet voor het slapen gaan. Misschien alleen voor tijdens een hevige regenbui of storm. Aan de vele tuinen te zien, de bakken vol bloemen bij de ramen en het kinderspeelgoed dat her en der midden op straat lag, was een storm in ieder geval geen vaak voorkomend verschijnsel.

---

Kelly wilde buiten blijven staan, haar ogen de kost geven en alles in zich op nemen. Martial trok haar echter met hem mee over de drempel en plotseling was ze in een donkere ruimte. Het was erg stil en ondanks het gebrek aan licht, zag Kelly toch duidelijk dat dit een plaats was om gezellig samen te zitten. Een restaurant? Waarschijnlijk een herberg.

De herberg waarin ze zich nu bevond, was in niets te vergelijken met zijn moderne tegenhanger op aarde. Alle meubels waren van hout. Het meubilair was met zorg gemaakt, versierd met krullen, geschaafd tot perfectie en geschuurd tot het glansde. Duidelijke tekenen van gebruik waren zichtbaar, maar dat deed niets af aan het warme beeld dat de kamer gaf. Het leek wel een beetje op een huisje van de sprookjesfiguren in de oude verhalen: dwergen en kabouters. Die waren veel kleiner, maar het zien van deze omgeving bracht de herinnering aan de afbeeldingen die ze als kind had gezien, weer bij haar terug.

Ze liep naar één van de vensters en schoof het zware gordijn een beetje opzij. Een diepe zucht ontsnapte haar bij het zien van de vredige wereld buiten. Er was geen ander woord voor te bedenken. Alles was in diepe rust. Het viel haar op dat er ook geen vogelgeluiden klonken. Zangvogels waren op aarde al net zo zeldzaam als een boom, maar zwarte kraaien hadden zich door de eeuwen heen overal staande weten te houden en hun gekras was dag en nacht een achtergrondgeluid waar ze aan gewend was geraakt. Ze had een paard gezien, dus er waren dieren op deze wereld. Het paard had zeer normaal geleken. Tenminste, voor zover zij kon beoordelen wat normaal was voor een paard. Vier benen, een hoofd met lange manen, grote neusgaten en ogen aan weerskanten.

Zou dat vanzelfsprekend zijn? Dat wanneer een wereld leefbaar was voor mensen en dieren, er ook soortgelijke wezens leefden? Dat was iets voor Margit om haar hoofd over te breken. Kelly's interesses lagen op een geheel ander vlak.

Ze draaide zich om met een frons op haar voorhoofd en staarde naar het plafond en de wanden rondom haar. Het opengeschoven gordijn bood iets meer licht in de grote kamer en ze zag dat haar reisgenoten plaats hadden genomen aan een tafel. De jongen was bezig enkele lampen aan te doen, maar hij deed dit met vuur en olie, niet door middel van een simpele lichtschakelaar. Ze zag helemaal geen tekenen van stroomvoorzieningen. Het was wat ze verwacht hadden, de scans vanuit de ruimte hadden tenslotte geen metingen getoond die aangaven dat er gebruik werd gemaakt van geleidde elektriciteit. Het ontbreken van die metingen had bij de bemanning echter de verwachting gewekt dat er geen leven zou zijn op de planeet. Nu wel degelijk bleek dat de wereld bewoond was door intelligente wezens, was de afwezigheid van zelfs deze simpele vorm van techniek een eyeopener.

De Nieuwe Wereld 1: ElodieLees dit verhaal GRATIS!