Hoofdstuk 9

707 54 14

De laatste sprong was voltooid en de bemanningsleden namen hun plaatsen in op hun stoelen. Kelly had ditmaal iets meer tijd nodig om haar gordels vast te maken, haar handen trilden te erg.

Op elk scherm waar geen cijfertjes overheen rolden met berekeningen, was hetzelfde beeld zichtbaar: een verkleinde weergave van het uitzicht dat de camera's voorin de shuttle vertoonden. De wereld voor hen vulde nu het gehele scherm en duidelijk waren nu enkele grote blauwe vlekken te onderscheiden tussen het vele groen.

Er was oneindig veel groen. Zo donker dat het bijna zwart leek en zo licht dat het pijn deed aan je ogen met alle kleurschakeringen daar tussenin. Ook waren er grijze en bruine strepen te zien, Kelly nam aan dat het bergruggen waren. Het wolkendek ontnam hen vrij vaak een goed zicht, toch kon iedereen zien dat de rotatie van de planeet volkomen afweek van die van de aarde. De pool het dichtst bij de ster was nog steeds spierwit. Verder in de richting van de evenaar werd het oppervlak steeds geler. Totdat het, na ongeveer één derde van de planeet, eindigde in een bijna volmaakte ring van licht grijsbruin. Vanaf de ring, waarschijnlijk een kale bergrug, werd het land steeds groener, maar ook steeds donkerder en dat veranderde niet naarmate ze verder vlogen om in een gesynchroniseerde baan rondom te planeet te komen. Daar waar het licht van de ster niet meer kon komen, verdween de planeet uit het zicht. Ze konden de contour nog redelijk zien en enkele hoge bergtoppen schenen als witte punten in een duistere nacht.

Naast haar hoorde Kelly Margit mompelen: "Ongelooflijk, blijkbaar draait deze planeet alleen maar om zijn Y-as."

Het was alsof er een onzichtbare spaak in de ster gestoken was, waar de planeet aan bevestigd was. De gekleurde wereldbol draaide alleen maar om de spaak heen. Misschien ook wel om de ster zelf, maar dat was nog niet te meten.

"Hoe zouden ze daar de tijd meten?"

"Wie zijn ze?"

"Geen idee."

Her en der ving Kelly flarden van gesprekken op van de bemanningsleden rondom haar. Ze kon niet omkijken, want haar hoofd zat stevig vastgeklemd tussen twee steunen. Een band om haar voorhoofd weerhield haar ervan naar beneden te kijken, dus ze kon alleen maar raden naar wie er sprak.

Het onderwerp van leven op de planeet was de gehele reis angstvallig vermeden. Een enkele keer had Kelly willen vragen wat anderen dachten over de kansen om daadwerkelijk iets of iemand tegen te komen, maar ze had het niet gedaan. Ze wist dat de scanner vanaf deze afstand geen individuele bewegingen kon detecteren en de vreemde stand van de planeet ten opzichte van de zon gooide alle warmtelezingen door de war. Door haar hoofd speelde de gedachte dat alles wat ze zou kunnen bedenken, uiteindelijk niet waar zou zijn. Dus durfde ze niets te bedenken. Voor de mensen op aarde zou het natuurlijk ideaal zijn wanneer de wereld gewoon leeg bleek te zijn. Maar ergens had Kelly het idee dat die verwachting te mooi om waar te zijn zou blijken.

Het zou tegelijkertijd toch ook geweldig zijn om contact te kunnen maken met een volstrekt nieuw ras. Het woord alien kreeg opeens een hele nieuwe betekenis. Hoe zouden die er dan uitzien?

Resoluut schudde ze haar hoofd. Niet over nadenken, ze moest gewoon afwachten.

Aan haar andere kant hoorde ze Dickon communiceren met de piloten. De landing werd ingezet. De eerste fase was het doordringen van de dampkring van de planeet, dat leverde weer de bekende trilling op. Even zag niemand meer iets, toen de punt van de shuttle witheet werd en het glas van de camera's tijdelijk afgedekt werd.

Wat ze zagen toen de afdekplaatjes weer opzij schoven, was een wereld die hun verbeelding overtrof.

---

Decennia lang was er op aarde alleen maar gebouwd, afgebroken en herbouwd. Grasland verdween onder asfalt en beton, bos werd gekapt voor landbouwgrond en natuurlijke wildgroei werd in toom gehouden en beperkt. Net zolang totdat het groen dat duizenden jaren tussen het blauw door zichtbaar was geweest vanuit de ruimte, teruggedrongen was tot een handjevol grote plekken hier en daar rond de evenaar. Wie het land nu bezag vanuit een vliegtuig, zag voornamelijk grijs en wit, waar de zon werd gereflecteerd in het glas. Er lagen ontwerpen klaar voor stofwisselingsgebouwen, die de koolstof uit de lucht filterde en omzette in zuurstof. Zo werd door technologie de functie overgenomen die bomen eens hadden vervuld. Zoals Margit eerder had verteld, was de grond op veel plaatsen ondertussen te zuur geworden om nieuwe bossen te kunnen planten.

De Nieuwe Wereld 1: ElodieLees dit verhaal GRATIS!