Hoofdstuk 6

903 65 5

Twee jaar later

De weg onder haar voeten was grijs. De muur van het gebouw dat ze vlug passeerde was grijs en zelfs het sierlijke hekwerk met de krullende punten was grijs. Het had eigenlijk wit moeten zijn, maar wanneer de lucht grijs was en het regende, zoals vandaag, was nooit iets zoals het zou moeten zijn.

Als haar voeten niet zo zeer deden van het vele lopen van vandaag, zou ze harder rennen, maar ze was nu toch al nat.

Bijna bij het huis.

Ze had niet gerekend op regen deze dag. Ze had helemaal niet gekeken naar het weerbericht. Bij elke uitgang van de rolpadcilinder kon je op een schermpje de weersverwachting bekijken, maar Cèsely had haast gehad. En zo koppig als ze was, nam ze natuurlijk geen taxi.

School was vreselijk geweest vandaag, dus ze kon deze tijd goed gebruiken om iets van de scherpe kantjes af te werken voordat ze mevrouw Brenner onder ogen kwam.

Overal waren tegenwoordig computers in geïntegreerd, dat wist ze. Maar moest dat dan betekenen dat ze elk apparaat van binnen volledig uit haar hoofd kende? Ze wist hoe ze een computer moest bedienen, was dat niet genoeg? Haar werk had met mensen te maken, niet met printplaten.

Voor de zoveelste keer voelde ze hoe haar longen zich vulden met lucht. Hielpen deze gefrustreerde zuchten nou maar om de druk af te laten nemen. Ze moest zich echt wat ontspannen nu.

In de verte doemde het huis op. Het stond aan de buitenrand van de stad, een oud huis. Het moet prachtig zijn geweest toen het net was gebouwd, nu was het grijs, net als al het andere om haar heen.

De gedachte: 'ik haat grijs', schoot voor de zoveelste keer door haar hoofd.

Ze was boos, gefrustreerd, gepikeerd en ze haatte grijs. Haar cliënte zou blij zijn dat ze er weer was.

Daar, sleutelpas in het slot, duim op de scanner en ze kon eindelijk ontsnappen uit de nattigheid. Dit was de laatste keer dat ze vanuit school naar haar werk liep. Misschien in de zomer weer. Het was nu herfst. Een zeer hoopvolle gedachte.

---

"Cèsely?"

"Ik ben hier!"

"Wat ben je laat."

Dat was mevrouw Brenner. Cèsely gaf niet meteen antwoord, ze wilde zich eerst van haar natte spullen ontdoen.

Het geluid van een zachte brom bereikte haar oren.

"Oh, u zit al in de zweefstoel, heel goed. Heeft Sifra u geholpen of vergis ik me weer in de datum?"

"Sifra is er nooit op vrijdag. Wat ben je nat, kind, ben je komen lopen?"

Ze voelde zich best stom nu. Wie liep er tegenwoordig nog in de regen? "Ik had wat tijd nodig om stoom af te blazen."

"Meneer Marner?"

Een lach borrelde in haar op. "U kent me te goed."

"Sifra had ook altijd last met die man."

"Maar uw buurmeisje houdt van computers?"

"Maar niet van meneer Marner." Mevrouw Brenner lachte net zo hard mee en toen Cèsely eindelijk haar natte jas en laarzen uit had weten te krijgen, volgde ze haar cliënte naar de woonkamer.

"Eerst maar een kopje thee, nietwaar?"

"Graag." Ze liet zich vallen op de bank en nog een zucht ontsnapte haar. Dit keer voelde ze zich wel beter.

Mevrouw Brenner kon haar benen niet gebruiken, ze had nog net genoeg kracht om zichzelf vanuit haar vaste zitplaats in de zweefstoel te verplaatsen en vanuit de zweefstoel op bed. Cèsely's taak was om haar te helpen de paar spieren die het nog wel deden fit genoeg te houden. Samen deden ze buig- en strekoefeningen en Cèsely wist dat ze ook simpelweg genoot van het gezelschap. Haar cliënte kwam nooit buiten. Aangezien alles wat ze nodig had tot aan haar deur werd bezorgd, had ze ook geen reden om zich verder te begeven dan de tuin op een zomerse dag.

De Nieuwe Wereld 1: ElodieLees dit verhaal GRATIS!