Hoofdstuk 25

35 7 14
                                                  

Roylen plaatste de projector in het midden van de lage tafel die voor de bank stond. Zijn grootmoeder noemde het altijd een koffietafel. Het had heel lang geduurd voordat de kleine Roylen destijds begreep wat koffie was. Het woord bunotafel was echter nooit ingeburgerd.

Een tijd lang staarde hij alleen maar naar het platte, zwarte apparaat, toen zetten hij hem aan. Het holografische lijnenspel vormde al snel de buitenste contouren van het ruimteschip waarmee de eersten naar Elodie waren gevlogen. Wat een avontuur moet dat geweest zijn. Van zijn oom had hij uit Nivard een interface handschoentje meegekregen en die trok hij voorzichtig aan. Het materiaal rekte gelukkig mee, zodat zijn grote handen erin pasten. Bij het inzoomen merkte hij jammer genoeg dat het licht in zijn woonkamer te fel was. Dus stond hij op en nam het apparaat mee naar de kelder. Het was een grappig gezicht hoe het beeld mee bewoog met het apparaat. Hij hield hem even op de kop, maar na een paar tellen roteerde het beeld zichzelf. Toen hij de projector weer rechtop hield, keerde het beeld zich ook weer om.

In zijn eeuwenoude kelder, dankzij zijn gave volledig buiten instortingsgevaar, stond niet veel. Wat etensvoorraden, de koeling, minimaal gevuld. Er was geen stoel en geen tafel en dus zette hij het apparaat maar op de grond. In kleermakerszit ging hij ervoor zitten en toen begon zijn onderzoek. Hij had niet veel verstand van technologie, maar als constructor begreep hij de meeste verbindingen wel. Hij kon inzoomen tot op de kleinste details. Alles was aanwezig, elk onderdeel, elke formule, alles wat nodig was om de Gaizka na te bouwen. Zou hij ooit nagebouwd worden? Niet op Elodie in ieder geval. Hij vermaakte zich een poosje met het bekijken van alle ruimtes aan boord. De slaapcabines herkende hij van tante Yiska's verhalen over het schip waarmee zij op Elodie was gebracht. Hoe lang zouden de eersten hebben geslapen op hun reis naar Elodie? Hare assistent Wynn had gezegd dat zij, in hun satelliet, ongeveer achtentwintig dagen onderweg waren geweest.

Hij veegde met zijn vinger door het model tot hij de middelste bol in beeld kreeg. Het controlecentrum. Zouden ze op Tagmar nog steeds zulke ruimteschepen maken? Of überhaupt ruimteschepen? Ze hadden nu verschuivers, zoveel schepen hadden ze nu niet meer nodig. Hoe heette het schip van Yiska ook alweer? De Nuo. Dat was nu in handen van de Kelder, waar zou het zijn? Misschien konden ze dat schip wel gebruiken voor een zoektocht naar de nieuwe planeet. Als hij tenminste een bericht door kon geven aan de beheerder op Tagmar. Zijn vader had echter besloten de informatie over de vierde wereld voorlopig voor zich te houden. Ach, wie weet zouden de scanners van Tagmar over een tijd sterk genoeg zijn om het signaal van de planeet zelf op te vangen.

Een paar keer stond hij op het punt om iemand te vragen die hem antwoorden zou kunnen geven, maar hij deed het niet. In de toekomst ... hopelijk.

Hij sloot de projector af, borg hem in zijn hoes en zette hem op de bovenste plank van de voorraadkast. Hier stond hij waarschijnlijk het beste. Irmin I had hem ten slotte ook onder de grond verborgen. Koel en donker en niet in een toren. De touchinterface legde hij erbovenop, in het bijbehorende hoesje. Hij keek er nog een paar tellen naar en klom toen de trap weer op.

---

Hij schonk een beker water in en leegde die in één teug, toen zocht hij eindelijk verbinding met Lajinthe.

"Ik stond op het punt naar je toe te gaan, wist je dat? Volgens mij heb je nog een paar klappen in je gezicht nodig. Waar ben jij in Tagmar's naam mee bezig, Roylen?"

Daar was hij al bang voor geweest, Lajinthe's tirade tetterde door zijn hoofd. Hij liet haar begaan.

"Ik had je gezegd dat ik geen Milina kon zijn, maar ik had niet gedacht dat je zo ongelooflijk stom zou zijn om dan zelf geen heerser te worden. Dit is belachelijk, Roylen, dit kun je niet maken."

De Nieuwe Wereld deel 7: Elodie's ErfgoedWaar verhalen leven. Ontdek nu