Hoofdstuk 24

32 8 8
                                                  

Hij voelde zich te oud voor de HSE en wilde Navid daar ook niet in de weg zitten. Hij zond naar Paian, maar die was al lang al niet meer in Gard. Verder moest hij tot zijn spijt toegeven dat hij niemand kende. Niemand om de dag mee door te brengen, tenminste.

Tijdens het opheffen van het zwarte sterrendoek werden zijn gedachten afgeleid door de vraag of Irmin I wel geweten had van de vierde wereld. Misschien had hij de projector alleen verborgen vanwege de bouwtekeningen van het ruimteschip. Toen zijn vader een toespraak hield, kauwde hij op de binnenkant van zijn wang en bedacht hij zich hoe vreselijk het zou zijn als hij dat moest doen. En toen zijn moeder de kinderen van Gard om zich heen verzamelde om het verhaal over de eersten te vertellen, schoot zijn blik een paar keer naar Lajinthe, die bij de andere rykes klaar stond om iedereen te voorzien van drinken, zodra het verhaal afgelopen was. Ze zag er ontspannen uit. Meer dan hij, in ieder geval. Haar roze haar werd alweer wit bovenop, daar was hij blij mee. Zijn vingers gleden over zijn korte baardje, daar had ze niets over gezegd.

De rest van de dag slenterde hij door de versierde straten van het hoofdresid. Hij vermeed drukke eetgelegenheden en kocht een maaltijd bij een van de tientallen stalletjes die op het grote marktplein waren geplaatst. Uiteindelijk vond hij een plekje aan de waterkant van de rivier Vajas, daar at hij in alle rust zijn platte brood gevuld met gerookte kip en sla.

Achterover leunend, sloot hij zijn ogen. Her en der lagen stenen, meer in de rivierbedding zelf dan ernaast. Het zand in de aarde gaf een lichtere gloed en even liet hij zijn gave gaan zo diep als hij kon. Verschillende lagen vormden een gestreepte wand omlaag. Hard steen, zacht steen, gruis, geen steen. Hij dacht aan Lajinthe's beeld van de vulkanen. Waar zou dat lava vandaan komen? Was dat altijd al aanwezig in de aarde zelf? Diep begraven in de kern van de wereld? Bestond er in Elodie ook zo'n gloeiend hete, vloeibare kern? Er was zoveel dat hij niet wist. Zoveel dat niet geweten kon worden zonder technologieën die het konden onderzoeken. Niet dat hij die technologieën op Elodie wilde hebben, absoluut niet. De visie van de eerste heerser was ook zijn eigen visie, maar hij moest toegeven dat hij het wel erg graag wilde weten. Ach, een bezoek aan Terra stond toch al op zijn lijstje. Of zou hij daarvoor de toestemming niet krijgen? Vast wel, die jonge vrouw uit Oade, waar hij heel even contact mee had gehad, ging er tenslotte ook naartoe.

Zijn gedachten werden onderbroken door een korte klop op zijn schild. Hij herkende zijn vaders mentale aanwezigheid en maakte de verbinding.

"Kunnen we misschien nu ons gesprek hebben? Waar ben je eigenlijk, we hebben je de hele dag gemist."

Roylen toonde zijn vader waar hij was. Het liefst wilde hij het gesprek uitstellen. Steeds maar uitstellen, tot de boodschap vanzelf wel over kwam, maar dat kon niet. Hij was geen kind meer, hij kon niet wegrennen voor zijn verantwoordelijkheden.

"Zal ik terug komen?"

"Nee, blijf daar maar, ik kom wel naar jou. Ik kan ook wel wat ontspanning gebruiken."

---

Een klein half uur later zaten ze naast elkaar in het gras. Gard lag achter hen en voor hen de rivier met daarachter een willekeur aan bomen, struiken en gras. Het duurde een lange tijd voordat iemand sprak, maar hij wilde zijn vader de eer geven te beginnen.

"Je weet waarover ik je wil spreken." Het was geen vraag.

"Ik heb het gevoel ..." De Grote Elood aarzelde even en vervolgde toen, op een iets moeizamere toon: "Jij bent mijn oudste zoon, Roylen, maar van al mijn kinderen denk ik dat ik jou het minste ken."

Roylen slikte ongemakkelijk, hij kon zijn vader niet aankijken.

"Je hebt ons al vrij vroeg laten weten dat je hart op een andere plaats lag dan bij het heersen van een volk. Ik ben bang dat wij dat niet serieus genoeg hebben genomen."

De Nieuwe Wereld deel 7: Elodie's ErfgoedWaar verhalen leven. Ontdek nu