Hoofdstuk 22

21 6 4

Om Lajinthe niet voor het blok te zetten, besloot Roylen Navid ook mee te laten gaan. Nadat Zinnia naar huis ging, sloten de broers zich op in Navids kamer, wat zijn kamer zou zijn geweest, was hij thuis gebleven voor zijn studie. Het was de kamer waar alle oudste kinderen van de Grote Elood hadden geslapen, zodra ze iets meer ruimte nodig hadden. Allemaal, behalve Roylen dus. Hij vond het wel passend, maar zweeg er over.

"Dus, vriendinnetje?" Was zijn eerste vraag, toen de deur achter hem dichtviel.

Navid grijnsde schaapachtig. "Zusje van mijn beste vriend. Was hij niet zo blij mee in het begin, maar nu is alles weer goed."

Ergens zat het Roylen dwars dat hij geen flauw idee had wie die beste vriend was. Navid en hij scheelden drie jaar, maar behalve de eerste school hadden ze niets gedeeld. Zijn verlangen om zich te distantiëren van het leven waar hij in geboren was, resulteerde hierin dat hij net zo goed een ver familielid had kunnen zijn. Als ze geen zenders waren geweest, was hij waarschijnlijk nog meer van hen vervreemd.

Hij slikte en zette zich erover heen. Het was tenslotte zijn eigen keus, nietwaar?

"Hoe lang al?"

"Ehm... vijf perioden geleden, zoiets. Zef, haar broer, werd zestien. Groot feest, je weet hoe dat gaat."

Opnieuw werd hij bepaald bij zijn gebrek aan normale ervaringen. Had hij ooit een feest meegemaakt van een vriend van hem?

"Dus," hij schraapte zijn keel, "serieus?"

Navid fronste, "natuurlijk, anders had ik haar niet mee hiernaartoe genomen."

"Juist, domme vraag. Ze is geen zender, toch?"

"Nee, maar dat maakt niets uit."

"Nee, inderdaad." Hij besloot een ander onderwerp aan te snijden. Hier hadden ze niet veel over gemeen. "Hé, nu je op de hoogte bent van die rare gave van mij, kan ik je ook wel vertellen over de verborgen ruimte die ik gevonden heb, jaren geleden."

"Verborgen ruimte? Hè, wat? Jaren geleden al? Waarom vertel je me dat nu pas?"

"Het was mijn geheim. Nou ja, van mij en Lajinthe."

"Lajinthe wist het? Maar jullie ... Oh, dat was voor jullie ruzie."

Hij knikte. De ware reden van hun scheiding hield hij voor zich, dat was niet iets wat zijn broertje hoefde te weten. Niemand eigenlijk, al vroeg hij zich af hoeveel zijn moeder wist.

"Wat lag er in die ruimte?"

"Dat weet ik nog niet. Ik kon hem nog niet openen, de laatste keer dat ik hier was. Maar nu kan ik erbij."

"Met je rare gave."

"Ja." Hij grijnsde. "Zin om mee te gaan?"

"Oh, ja, echt wel. Nu meteen?"

Na een blik op de klok, zei hij: "Even wachten tot iedereen slaapt. We moeten onder de grond. Is dat al gerepareerd?"

"Ja en nee." Navid maakte het zich gemakkelijk op zijn bed, aangezien ze toch nog een paar uur moesten wachten. "Na jouw waarschuwing hebben constructors de boel onderzocht, maar ze konden niet zoveel vinden. Er zijn wat extra palen geplaatst, maar dat was het. Ik denk dat jij er maar naar moet kijken, meneer de constructor."

Daar was hij al bang voor geweest. Net zoals Lard in Katrin niets aan het huis had kunnen zien, totdat het te laat was, zo konden ook de constructors in Gard niets vinden met het blote oog. Hij legde een hand tegen de muur naast hem. Zonder zijn ogen te sluiten kon zijn mentale blik de individuele stenen achter de pleisterlaag zien. Het zag er solide uit, voor zover zijn gave reikte, dat stelde hem gerust.

De Nieuwe Wereld deel 7: Elodie's ErfgoedWaar verhalen leven. Ontdek nu